Twitter

Follow Ep_Meijer on Twitter

dinsdag, november 13, 2012

Is het een vliegtuig, een vogel? Nee, het is de verwarringsexpert!

'Dames en heren, vanavond hebben we een bijzondere gast in de uitzending. Uw applaus voor Govert Somswel, Nederlands enige verwarringsexpert! Meneer Somswel. Wat doet een verwarringsexpert nu eigenlijk?'

- 'Kijk daar!'

'Waar?'

- 'Aan het plafond, daar zit iets. Wacht, het zit nu links op de muur.'

'Ik zie niets.'

- 'Ziet u, nu heb ik dus verwarring gesticht.'

'Wat u zegt. Om de draad van het interview op te pakken, er is een energiemaatschappij die momenteel campagne voert voor de verwarmingsexpert. Naar verluidt komen veel mensen per ongeluk bij u uit.'

- 'Dat klopt. Weet u wat het is? De mensen zijn lui. Ze typen 'verwar' in het zoekbalkje en klikken dan zonder te kijken door. Op die manier bereiken me de laatste tijd veel hulpvragen van mensen die het koud hebben.'

'En wat doet u dan?'

- 'Ik vertel dat ze een fluxcondensator met monofilter moeten bestellen. Vervolgens stuur ik ze een gepeperde rekening. Tja, dan is de verwarring compleet natuurlijk.'

'Juist ja. Wat zijn de plannen voor morgen?'

- 'Ik ga weer een veldje inzaaien in Den Haag. De laatste oogst heeft erg goed gewerkt!'

'Dank voor dit gesprek. De volgende keer in dit theater: Sabina Droogmans over haar postvaginale depressie. Komt dat zien!'

zaterdag, oktober 06, 2012

Truth or dare, Cuzco

Zodra we in het dal waren en bereik hadden, heb ik het opgezocht op Internet. De vrucht in Laura's buik heeft op dit moment de afmetingen van een garnaal. Toch staat ons leven op het punt om radicaal te veranderen. Ik kijk naar de liefde van mijn leven, de vrouw met wie ik de afgelopen twee jaar alle continenten behalve Antarctica heb bezocht. Ze zit op de rand van het bed heel bevallig te wezen met een handdoek om haar lijf en één om haar hoofd, Die om het haar lijkt op een torentje. Hoe doen vrouwen dat toch?

'Ik dacht trouwens dat je de pil slikte.'

'Dat deed ik ook. Deze is er kennelijk tussendoor geglipt.'

De balkondeuren staan wijd open en de ventilator aan het plafond hakt loom wiebelend de warme lucht aan mootjes.Van buiten dringen het geluid van toeterende auto's en een enkel 'caramba' door. Mijn bovenlijf glanst van het zweet. Ik zie een heldhaftige spermacel voor me, die, alsof het een computerspelletje is, monstrueuze hindernissen moet zien te overwinnen. Tot slot wacht de eindbaas: de pil met al zijn giftige hormonen.

'Een wonder,' concludeer ik.

'Precies,' knikt Laura.

'Zeg nou eerlijk, schatje. Dit heb je gepland. Waar of niet?'

Ze schudt heftig van nee, maar de toren op haar hoofd houdt het glansrijk. 'Ik ga je kietelen, hoor. Tot je het toegeeft.'

'Dat durf je niet,' giechelt ze.

Wel dus. Maar ik vraag eerst netjes of het geen kwaad kan voor de garnaal als het niet bij kietelen blijft. Laura verzekert dat ik me te buiten mag gaan.

Pas daarna werd het praktisch. Het sprak vanzelf dat we onze levensstijl niet konden volhouden. Rond de wereld reizen met een rugzak om was leuk, maar niet met een zuigeling erbij. We moesten ons kind een veilige basis geven. Zo erg was dat idee trouwens niet. Om eerlijk te zijn snakten we na al dat reizen naar een thuis, het liefst met een open haard en een tuin, zodat Laura kruiden kon gaan verbouwen. We fantaseerden erover, die avond in Cuzco, hoe het eruit zou kunnen zien, ons paradijsje voor drie en misschien wel meer.

Tot het over de hamvraag ging. Ik stelde hem nota bene zelf.

'Terug naar Nederland dus?'

Het leek alsof de woorden nog even rond zweefden voor ze een zin vormden, omdat ze zelf ook nog niet echt durfden. Buiten schreeuwde weer eens iemand 'caramba' en ik meende de trein naar Lima te horen vertrekken. Ik stond op van het bed en liep naar het balkon om mijn longen vol te zuigen. Alle Zuidamerikaanse steden roken naar uitlaatgassen, alleen het gehalte aan lamamest varieerde. Een windvlaag veegde mijn tors kortstondig koel. Het leek of de flats in mijn blikveld de mazelen hadden, zoveel schotelantennes plakten er aan de flanken. Op de daken tastten werkloze antennes als een woud van voelsprieten naar de al roze kleurende hemel boven Cuzco. Boven de contouren van de bergen in de verte kwam juist de net niet volle maan op. Kon het mooier? Ik wilde niet terug naar Nederland, als ik iets niet wilde was het terug naar Nederland! Ze zagen me aankomen, zeg. Mijn leven lang zou ik er herinnerd worden aan die ene etappe, de koninginnerit van de 97-ste Tour de France. Ik had hem eigenlijk al gewonnen, maar om redenen die alleen mij op dat moment duidelijk waren, keerde ik een halve meter voor de finish om en ging ik mijn kopman halen, zoals het een knecht betaamt. Mijn uitleg – dat iedereen toch zou denken dat ik het op doping had gedaan – vond maar weinig gehoor. Hoewel ik net als Vince Powers nooit betrapt ben, werd mij wegens het gebruik van ongeoorloofde middelen de deelname aan wielerwedstrijden verboden gedurende twee jaar.

Ik draaide me om, liep naar het bed en omhelsde Laura van achteren.

'Nou?'

'Dat lijkt me de meest reële optie,' vond ze. 'Nederland is toch ons geboorteland. Bovendien kunnen mijn ouders en misschien die van jou helpen met oppassen.'

Ik knikte maar, hoewel ik in gedachten nog lang zo ver niet was. Ik zat in een gemeentehuis met een frommeltje papier in mijn hand waarop een letter en een nummer stonden, te wachten op mijn beurt om me als ingezetene in te mogen schrijven zonder een inburgeringscursus te hoeven doen. Meneer van Aert was immers twee jaar lang zonder vaste woon- of verblijfplaats geweest. Ik werd bij voorbaat gek van de regeltjes in het vaderland.

We deden het nog een keer die avond, Laura en ik, bedaard haast, tot we het beiden niet meer hielden. Nog een keer vroeg ik of de garnaal veilig was voor ik versnelde en haar antwoord verloren ging in ons gezamenlijke orgasme.

Toen vielen we in slaap. Ik droomde dat ik in een wielerkoers zat. Ik reed op kop, maar de weg verwarde zich tot een Gordiaans knooppunt. Ik zette telkens weer aan zonder dat er iets veranderde aan de kluwen. Ik keek opzij. Laura reed naast me, zonder handen aan het stuur en schilde een appel voor me. Ze gaf partjes aan die met chirurgische precisie van ieder restje klokhuis ontdaan waren. 'Hier schat,' zei ze, 'je doping.'

Het volgende moment schrok ik wakker. De Mariaprenten op de muur waren al niet meer zichtbaar. Boven het balkon knipoogden drie sterren naar me en er werd veel minder getoeterd. Ik voelde Laura's haren over mijn wangen strijken, telkens als ze ademhaalde, maar meer nog werd ik me van een been van haar bewust, dat één van mij in slaap had doen vallen. Voorzichtig tilde ik het opzij, maar niet voorzichtig genoeg. Er ging een rukje door haar hoofd en ze zocht met haar lippen tot ze de mijne vond voor de lekkerste kus ooit.

'Ik hou van je,' zei ze, nee, kreunde ze, al klinkt dat veel te ordinair. We waren één op dat moment, zo één als je met twee mensen ook kunt zijn. Ik was nog nooit zo gelukkig geweest.

'Ik ook van jou,' stamelde ik.

Toen vroeg ze het. Een ongeluk komt zelden alleen? Het omgekeerde is ook waar. Sinds mijn ontboezeming op Machu Piccu was bijna een dag verstreken. We hadden het alleen maar over de garnaal in haar buik gehad. Maar Laura had me wel degelijk gehoord. Ze had zelfs vooruit gedacht, de schat.

'Er zijn toch drie Nederlandse ploegen? Het lukt je vast om een contract te krijgen als je dicht bij het vuur zit.'

Juist niet, dacht ik. Volgend jaar, als de honderdste Tour de France verreden werd, was ik 39, een grijsaard in wielerland. Daarbij was ik ruim twee jaar geschorst geweest. Wattages, de kracht die je met je spieren opwekte, dat is waar het tegenwoordig in het peloton om draait. Daar ging ik dan met mijn indrukwekkende trainingsritten in het Andes-gebergte; er stond niets op papier. Geen profploeg ter wereld zou me inlijven, laat staan dat ik in de Tourselectie werd opgenomen. Er was een wonder voor nodig, bijna net zo'n groot wonder als een spermacel die de pil versloeg, om me een startplaats te bezorgen. Toch drukte ik een kus op Laura's voorhoofd. Het pleit was beslecht.

'Oké, terug naar de wal,' zei ik.

maandag, oktober 01, 2012

Het weer in oktober

Dames en heren, welkom in de uitzending. Nu de R alweer een tijdje in de maand zit hebben we een bijzondere gast voor u, iemand die we zelden te spreken krijgen. Helemaal overgekomen uit Newfoundland, de rukwind, uw applaus!

– 'Laat die open doekjes maar zitten.'

Maar waarom, het is toch fijn om zo warm ontvangen te worden?

– 'Niet als je eigenlijk geen bestaansrecht hebt.'

Pardon?

– 'Weet u, het is op zich al vervelend genoeg om voor een soort wind aangezien te worden. Datzelfde woord gebruiken jullie mensen immers voor flatuleren. Zou u het fijn vinden met zulke onwelriekende zaken te worden verward? Nou dan. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de associatie met bepaalde seksuele handelingen. Het woord 'rukwind' zou zelfs uitgelegd kunnen worden als een uitnodiging tot onanie!'

Ik begrijp het. Als rukwind ziet u natuurlijk neer op eh, scheetjes.

– 'Dat jullie die vreselijke scheten winden noemen is nog te billijken, al is het veel te veel eer. Erger is dat mijn collega's en ik niet doen wat de naam belooft.'

Leg uit, ik zit op het puntje van mijn stoel en de toeschouwers thuis ongetwijfeld ook.

– 'Het werkwoord 'rukken' houdt een trekkende beweging in. Dat doen we niet. Uit principe stoten we alleen maar. De rukken die u voelt zijn de schuld van de luchtdruk.'

Juist ja. Wat nu?

– 'Heel eenvoudig. Jullie halen rukwind uit de VanDale en brengen ons onder bij windstoten.'

Want anders?

– 'Anders krijgen jullie storm in oktober.'

Dames en heren, u hoort het, de komende weken krijgen we ongetwijfeld met onstuimig herfstweer te maken. Tot de volgende keer, als we u trakteren op een indringende reportage over radijsjesteelt in Burkina Fasso!

woensdag, september 26, 2012

Ketsen en kieren

Beste Jos,

Het is mijn droeve plicht je hierbij te royeren. Tevens moet ik je namens de bond meedelen dat je voor het leven geschorst bent.

Het is nog tot daaraan toe dat je tijdens de uitwedstrijd tegen DVA (Daadkrachtig Van Acquit) besloot om de barkeepster eens lekker te masseren en te pikeren. Die termen horen op het groene laken thuis, dat zul je toch zelf ook wel begrijpen?

Erger nog is dat, toen de wedstrijd in het voordeel van SVA dreigde te kantelen, je de ivoren kunststootballen, waarvoor onze leden jarenlang gespaard hebben, als projectielen ging gebruiken, 'carambole' schreeuwend telkens als je een tegenstander in de schaamstreek trof.

Dergelijk bandeloos gedrag betaamt een lid van onze vereniging niet.

Helaas liet je het daar niet bij. Je deed er zelfs nog een schepje bovenop en misbruikte de edele queue voor doeleinden die ik maar niet op papier zal zetten. Laat het me zo stellen: een trekstoot is iets heel anders en krijten doe je een pomerans.

Samenvattend zul je begrijpen dat mij geen andere keus restte dan je van onze ledenlijst af te voeren.

Met vriendelijke groet,

Arie de Bandt, secretaris SVV (Stoten Vol Vertrouwen)

maandag, september 24, 2012

Het summum van klantvriendelijkheid

Geachte heer Balkramp,

Graag ga ik hierbij in op uw klacht.

U beweert dat het voorgerecht, een garnalencocktail met de saus van het huis, beschimmeld was. Nou en?! Als diezelfde schimmel op kaas zit, wordt het ineens een delicatesse. Dus waar zeurt u over?

Smaken verschillen. Het kan zijn dat u tot de minderheid behoort die onze keuken geen culinaire parel vindt. Maar dat geeft u nog lang geen vrijbrief om het hoofdgerecht, een stoofpot van slachtafval, over het kapsel van onze ober uit te smeren, hoezeer deze u ook voor cultuurbarbaar heeft uitgemaakt. De man heeft het toch al zo moeilijk nu zijn kruin begint te kalen.

Goed, u heeft tot een uur of half twee 's nachts onder bedreiging van een fors keukenmes de afwas moeten doen. Maar dat was omdat u weigerde de rekening te voldoen.

Al met al is het onmogelijk om uw eis tot restitutie te honoreren. U mag blij zijn dat wij geen eis tot schadevergoeding indienen!

Erop vertrouwende u binnenkort weer in ons etablissement te mogen verwelkomen, verblijf ik inmiddels,

Met vriendelijke groet,

Victor Vies, eigenaar restaurant 'De Knippikker'.

donderdag, september 20, 2012

What's Ep?

Toen de telefoon nog een bakelieten apparaat was dat in de gang hing, had je maar één zender op tv. Hoewel niemand nog wist wat die term betekende, zond Nederland 1 op prime time 'De kleine waarheid' uit, met Willeke Alberti in de rol van Marleen Spaargaren. In die serie was een bijrol weggelegd voor het debiele broertje Eppo.

Ik was dertien, had geen last van jeugdpuistjes maar des te meer van de onzekerheid die met puberteit gepaard gaat. Aan wie ik me ook voorstelde in die dagen, telkens werd ik getrakteerd op een bulderende lach. 'Hahaha, Eppo!' Mettertijd leerde ik ook om te gaan met de voorspelbare grappen over de getijdenwerking.

Toen het effect van 'De kleine waarheid' eenmaal weggeëbt was (ha, ha), fuseerden de stripbladen Pep en Sjors. De naam van de nieuwe periodiek – jawel: Eppo. Naamgever was – u raadt het al – een onverbeterlijke kluns, die wekelijks met zijn flaters acte de présence gaf op de achterpagina. Daar kwam later dan nog André van Duin overheen met diens Ep Oorklep. En bedankt nog.

Geen punt hoor. Ep is een geuzennaam geworden, ik ben er trots op hem te dragen. Da's maar goed ook, want het leed blijkt nog niet geleden. In het huidige tijdsgewricht is een telefoon geen bakelieten apparaat meer, maar een mobiele reden van bestaan. Applicaties zijn the name of the game. Omdat mensen lui zijn, worden ze afgekort en is mijn naam op ieders lippen tegenwoordig.

Dus wil ik het goed met u maken. Telkens als u mijn naam oneigenlijk gebruikt, maakt u ter compensatie een cent over op mijn bankrekening. Capisce?

woensdag, september 19, 2012

Van bil voor volk en vaderland

Amice,

Het is in uw hoedanigheid als beoogd Minister van Verkwisting dat ik u met de beste bedoelingen wens aan te spreken.

Zoals u gevoeglijk bekend moge zijn, verkeert ons vaderland in een diepe crisis. Bezuinigingen zijn aan de orde van de dag en het volk mort. Nu ben ik me ervan bewust dat de situatie complex is, maar in een notendop komt het erop neer dat er onvoldoende geld in de staatskas vloeit. Welnu, daarvoor wil ik bij dezen de oplossing aandragen.

Uw Ministerie heeft een lange traditie in het belasten van genotmiddelen. Sterker nog, zo langzamerhand zijn het de drinkers en rokers die ons vaderland overeind houden! Maar dat terzijde. Waar het om gaat is dat die lijn maar hoeft te worden doorgetrokken om het licht aan het eind van de tunnel te ontwaren.

Hoe? Niet door de burger opnieuw met duurdere boodschappen te confronteren. Er bestaat een manier om de crisis op een meer gebruiksvriendelijke wijze te lijf te gaan. En wel met de wiptax.

Voortaan levert iedere coïtus het vaderland een Euro op. Triootjes tellen voor drie en onanie is goed voor 50 cent. Eventueel is een orale toeslag het overwegen waard. En wat te denken van een dildoheffing? Tijdens een recent bezoek aan Bab Bum ondervond ik in ieder geval al bijzonder veel enthousiasme in de professionele branche. Kortom, het draagvlak is er.

Natuurlijk zullen er protesten klinken. 'Iedere wip voel je in de knip,' zullen tegenstanders betogen. Maar gaandeweg zullen ook zij beseffen dat het lekker is om op een constructieve manier bij te dragen aan de uitweg uit de crisis, ja ze zullen het zelfs nog vaker gaan doen, voor volk en vaderland.

Vriendelijk wil ik u dan ook vragen de wiptax zo spoedig mogelijk in te voeren. Ik heb er zin an!

Met de meeste hoogachting,

ir. Sicco deQuadsteniet