Twitter

Follow Ep_Meijer on Twitter

vrijdag, februari 09, 2007

Het logische vervolg

De sneeuwvlokken veranderen in regendruppels zodra ze landen. Slierten haar hangen hinderlijk voor mijn ogen, terwijl ik me een weg baan langs lege regels. Alles is in winterslaap hier. Ik probeer ieder schuurtje dat ik tegenkom, maar tot nu toe past de sleutel nergens op. Mijn schoenen zijn al zo doorweekt dat ik geen gevoel meer in mijn tenen heb. Wat doe ik eigenlijk hier?

Twee uur eerder, in de Jumbo. Ik neem eigenlijk nooit een boodschappenkarretje, maar de mandjes zijn op en ik heb toevallig toch een muntje van 50 Eurocent in de portemonnee. Even, heel even maar, laat ik het karretje los, wanneer ik toegeef aan een impuls. Misschien is de biefstuk in de bonus. Nee, dus. Als ik me weer omdraai ligt er iets in het karretje dat er net nog niet lag: een pak Lavazza-espressokoffie. Ik pak het op en draai het om. Er zit een geel plakbriefje op met coördinaten die ik meteen als lengte- en breedtegraden herken. Dit is een aanwijzing, realiseer ik me. Dan pas kijk ik om me heen. Wie is het geweest? Er is niemand die oog voor mij heeft, iedereen zou het kunnen zijn.

Thuis op mijn slagzij makende zolderetage google ik net zolang tot ik een site vind waar ik de lengte- en breedtegraden kan intoetsen. Bingo, een volkstuintjescomplex bij Laexem, pal aan de spoorlijn tussen Roermond en Weert. Zonder er echt bij na te denken schiet ik mijn jas weer aan en spring ik op de fiets.

Een geluid doet me nog meer verstijven. Gelukkig, het is maar een Intercity, die met een hoog opgeheven staart van sneeuwwolken voorbij stuift. De NS zet er minder in vandaag, vanwege het weeralarm, daarom schrok ik zo. Shit, waarom ben ik als een kip zonder kop te werk gegaan? Ik had het systematischer moeten aanpakken. Nog één keer besluit ik de volkstuinen van voor tot achter te doorkruisen.

Hé, ik ontdek een oude caravan die me niet eerder is opgevallen. Ik peuter de sleutel uit een zak van mijn spijkerbroek en steek hem in het slot van de deur. Verdomd, hij past. Als de deur openzwaait, ruik ik de onmiskenbare geur van Chanel No. 5. Zij is het, denk ik, eindelijk! In een flits zie ik voor me hoe ze hier op me heeft liggen wachten, naakt onder lakens van satijn. Ik adem diep in en stap de caravan binnen.

Niets. Geen bed in ieder geval. Wel een soort zithoek in een dessin waarin je nog geen gordijnen zou willen hebben. Alles zit onder een dikke laag stof. Er ontsnapt lucht uit mijn longen. Meer voor de vorm open ik het koelkastje. Geen lichtje, maar wacht eens even, wel twee flesjes Hoegaarden Grand Cru. Alweer mijn lievelingsmerk. Het is kennelijk de bedoeling dat ik hier nog even blijf.

donderdag, februari 08, 2007

Eens wat anders dan Viagra bij de mail

Er zat vanmorgen een merkwaardige envelop bij de post, die verder uit de gebruikelijke aanmaningen en reclame bestond. 'Belangrijk!' stond er in rode letters op één brief, 'onmiddellijk openen!'

Weet u? Op de dag na mijn verjaardag had ik daar niet zo'n zin in. Had ik al verteld dat ik een hekel heb aan uitroeptekens, vooral vanwege de context van de gebiedende wijs waarin ze haast obligaat gebruikt worden? Gij zult zus, gij zult zo! Walgelijk. Weten ze bij incassobureau De Beul, Gierstra en Vrekman trouwens wel hoe gevaarlijk het is om een envelop op de trap naar mijn slagzij makende zolderetage open te maken? Daarbij, de uitvinding van het wiel was belangrijk, de aanslag op het World Trade Centre en de geboorte van mijn zoons. Maar verder? Ik zag echt niet in waarom ik niet eerst die merkwaardige envelop zou openen.

Niet groter dan een lucifersdoosje was hij en er was een postbode met goede ogen of een leesbril aan te pas gekomen om hem te bezorgen. De postzegel van 44 Eurocent nam al zoveel ruimte in beslag, dat er nauwelijks plaats was voor een adres.

'Aan de weledelgestrenge, hooggeleerde heer E.R. Meijer,' las ik, in piepkleine, gekalligrafeerde letters. Geen afzender, hoe ik het doosje ook draaide en keerde.

Ik schudde het doosje, hield het aan mijn oor. Er zat iets in, een object dat zwaarder was dan het doosje zelf. Zwaarder en kleiner. Ik kon het tegen mijn vingertoppen voelen tikken. Wat was het?


Dat was vanmorgen, dit is nu. Eerlijk gezegd denk ik net pas weer aan het doosje. Dat komt omdat ik een deadline had. Er moest vandaag een verhaal uit en dat besloeg gewoon de meeste megabytes aan hersencapaciteit, sorry. Heb ik al eens verteld dat ik me verwant voel aan vulkanen als het om broodschrijven gaat? Ik wacht tot het allerlaatste moment, maar dan laat ik het niet alleen bij Herculaneum en Pompeï, maar pak ik ook Napels nog even mee. De broodschrijver moet onder druk staan wil hij in actie komen. De blogger heeft daar overigens helemaal geen last van. Ook raar. Maar goed, daar gaat het nu niet over, we hadden het over dat doosje. Ik zal het er even bij pakken. Momentje.


Ik kan er niets anders van maken: de inhoud is een sleutel, een vrij ordinaire sleutel zelfs, zo'n sleutel die eerder op een huisje in een volkstuintje past dan in een kluis op een station, maar dan in het klein. Behalve de sleutel is de envelop leeg. Geen enkele aanwijzing. Ik check mijn email. Niets, behalve de gebruikelijke spam. Ik zoek het Internet af, google 'keys' en 'sleutel'. Nergens vind ik de betekenis. Wat is dit, een verlaat verjaardagscadeautje, een code? Ik snap er geen zak van. Mag ik alsjeblieft nog een clue?

maandag, februari 05, 2007

Nog niet jarig

Net als ieder kind telde ik vroeger de nachten tot mijn verjaardag. Ik kon niet wachten tot het zover was. Maar als de heuglijke dag dan aanbrak, ging die voorbij, net als alle andere, sneller zelfs dan alle andere. Achteraf voelde ik me steevast bedonderd. Was dit het nou?


Het elastiek van de feestmuts snijdt in mijn kin, ik heb een onbestemd gevoel in mijn buik van verjaardagstaart, snoep en frisdrank, de hele dag al staan mijn wangen in brand. Ik heb me er zo op verheugd en nu stelen mijn zogenaamde vriendjes de show, door met ezeltjeprik en zakdoekje leggen van me te winnen. En anders verpesten mijn broertjes mijn feestje wel door op gezette tijden in hun broek te poepen of planten van de vensterbank te trekken.


Dan die cadeaus. Niet het Thunderbirds-pak waar ik om gevraagd heb, maar een abonnement op de Donald Duck, een paar handschoenen en een goocheldoos van mijn opa, waar ik nog veel te klein voor ben. Van mijn vriendjes krijg ik kleurpotloden, speelklei en twee Dinky Toys. Roel, mijn broertje van vier pakt er één, maar dat mag niet, want ik heb er zelf nog niet eens mee gespeeld. Dus trek ik het autootje ruw uit zijn handen. Hij blèren tot mama mij op de kop geeft. Mij, de jarige Job! Ik word zo boos dat ik op de gang even mag gaan afkoelen.


Het is er zo koud dat mijn adem wolkjes tovert. In het geribbelde matglas van de voordeur golven auto's en wandelaars voorbij. Die mensen weten niet eens dat ik jarig ben. Alles hoort vandaag om mij te draaien, maar alles gaat gewoon door. Grote tranen vallen geluidloos uit mijn ogen op de granieten vloer te pletter. Ik haat mijn verjaardag.


Pakweg veertig jaar later is dat nog steeds zo. Ik schaam me er zelfs haast voor om jarig te zijn. Al die mensen die me menen te moeten feliciteren en daarbij, hoe welgemeend ook, niet aan de meest genante cliché's ontkomen. Nog vele jaren, van harte! Ik wil best in het middelpunt van de belangstelling staan, maar niet omdat het precies een x aantal jaren geleden is dat ik het levenslicht zag. Alsof het op mijn leeftijd leuk is om alweer een jaar ouder te worden.


Afijn, nog één nachtje slapen. Ik hoop op andere woonruimte (zelfstandig en betaalbaar, liefst in het centrum van Roermond) en een Audi RS4 (een echte, geen Dinky Toy).


zondag, februari 04, 2007

Erectieproblemen? Lees een stukje over Uxurbia!

'Geachte leden van de jury. Ik wil mijn betoog besluiten met een stuk verpletterend bewijsmateriaal, een pamflet van de aangeklaagde. Ik ga het zo meteen voorlezen en ik weet zeker dat u het daarna met me eens zult zijn: zijn opvattingen getuigen niet alleen van defaitisme en heiligschennis, maar bovenal van hoogverraad. Zoals u weet kent ons systeem daarvoor maar één straf: vernulling:'


Het probleem met Uxurbia is dat er drie zonnen zijn. Hun gezamenlijke aantrekkingskracht zorgt ervoor dat de planeet precies op zijn plaats blijft, terwijl hij in ongeveer 27 lunars om zijn as draait.


Die combinatie van factoren heeft er voor gezorgd dat bijna alle mensen op Uxurbia geloven dat onze planeet het centrum van het universum vormt. Sterker nog, er lopen volwassen uxurbs rond die nog steeds denken dat het waar is wat hun moeder vroeger voor het slapen gaan vertelde, namelijk dat er op de noordpool een malouter met een lange, witte baard zit, op een fiets met maar één wieltje, die ervoor zorgt dat de planeet draait. Daarom is het fietsje zo hoog dat je de malouter niet eens kunt zien.


Ik ben eens wat gaan experimenteren met lenzen en spiegels. Het resultaat is opzienbarend. We maken deel uit van een geheel dat zo groot is dat we er ons geen voorstelling van kunnen maken. Mogelijk zijn er miljarden werelden zoals die van ons. Ze zijn alleen zo ver weg dat we het nooit zullen weten. Kort en goed, Uxurbia is niet de spil waarom alles draait. Het tegendeel is het geval: we stellen nog minder voor dan een druppel in de aceoon.


Dit is geen leuke boodschap, dat begrijp ik. Maar iedere schaduwkant heeft zijn zonzijde, om een bekende blorfballer te citeren. In plaats van uitverkorenen zijn we onbetekenende krieldiertjes en eigenlijk nog niet eens dat. Best prettig om te weten. Dan nemen we onszelf tenminste niet zo serieus. Want dat is het ware probleem op deze planeet: niet onze onwetendheid, maar onze zelfgenoegzaamheid. Laten we wat vaker om onszelf lachen!


'Geen twijfel mogelijk. Schuldig.'



Zwartrijden nieuwe stijl

We zijn op de terugweg van een onvergetelijk bezoek aan opa Pieter en oma Andrea en de ontwerper van de dubbeldekkers van de NS blijkt een genie. De ramen op de bovenste verdieping zijn gekromd en werken, als het buiten donker is, als lachspiegel. In de onbestaande ruimte achter het glas is Sietse van acht het ene moment een monstrueus hoofd met twee lijven, maar dan is Barts opengesperde mond alweer twintig centimeter hoog. De mannetjes en ik kunnen er geen genoeg van krijgen.

'Kijk,' roept Bart van vier, 'ik ben spierig!'

In het glas bungelt er inderdaad een erwt boven een gezwollen torso.


De passagier achter ons slaapt nog steeds diep, zo diep dat hij ter hoogte van Den Bosch een even welluidende als onwelriekende scheet laat. De vrouwelijke conducteur moet even later alle zeilen bij zetten om hem wakker te krijgen. De man weigert een kaartje te tonen en krijgt te horen dat hij er op het volgende station uit wordt gezet. Ze gaat assistentie halen, besluit ze resoluut. Met dubbele tong mompelt hij dat hij dat best vindt. De conducteur presteert het ongelooflijke en verontschuldigt zich oprecht klantvriendelijk bij mijn zoons, omdat de inkt van haar stempel op is.


Vlak voor Weert verschijnt de vrouwelijke conducteur als beloofd met mannelijke assistentie. Plots is de dronken man bij de pinken.

'Ik moet naar Utrecht zien te komen,' mompelt hij en laat zich gewillig wegleiden.

'Dat wordt nog wat,' zeg ik tegen Sietse. 'Stapt hij straks op de trein naar Utrecht, valt hij natuurlijk weer in slaap. Doet-ie zijn ogen open. Chips, in Amsterdam! Daar pakt hij de trein naar Utrecht. Wordt-ie wakker in Den Bosch. Moet-ie alweer terug. Jammer dat er laatste treinen bestaan, kan die arme man nergens fatsoenlijk uitslapen.'

Mijn oudste zoon hikt van het lachen.


Ver na bedtijd. Touchdown in Roermond. We hebben in de staart van de trein gezeten en stappen ginnegappend uit op de allerlaatste meter van perron 1.

'Hé,' zegt Bart, als we een wagon of drie verder zijn, 'daar heb je die dronken meneer weer!'

Verdomd als het niet waar is, het is hem echt. Zijn pokdalige neus ligt dubbelgevouwen tegen het saaie glas van de onderste etage van de Intercity. Je zou zweren dat hij zijn roes aan het uitslapen is.


zaterdag, februari 03, 2007

Na ons de zondvloed

Van: Gijs

Aan: Thijs


Amice,


Onderstaand mijn tekstsuggestie voor de voorlichtingscampagne van het Ministerie van Milieu en Dat Soort Dingen. De voorlaatste alinea is de killer.


Oké, u leest dit in 2007, toch? Geen probleem, hoor. Alleen schrijf ik dit in het jaar 2127. Toevallig is vandaag, vrijdag 2 februari, mijn geboortedag. Om exact 6 minuten over 6 zag ik het levenslicht, ergens in een middelgrote stad beneden de grote rivieren. Met andere woorden, ik vier vandaag dat mijn 121-ste levensjaar ingaat. In uw tijd zou ik daarmee met gemak de oudste bewoner van de planeet zijn. Anno 2027 behoor ik slechts tot de subtop. Ergens in Alaska weigert een Inuït al 147 jaar lang de laatste adem uit te blazen. Het wemelt om me heen van de krasse oudjes. Sterker nog, sinds de verkiezingen van 2102 wordt dit land geregeerd door een coalitie van de VVO (Volksfront Voor Ouderen), de BVHB (Beweging Voor Hoog Bejaarden) en de AIBP (Alliantie Islamitische Bejaarden Partijen).


Zo is er nog wel meer veranderd. Hoe zeg ik dit vriendelijk? U heeft het denkraam van een holbewoner. Geen flauw benul heeft u van wat zich werkelijk om u heen afspeelt. Nu kan ik wel proberen het uit te leggen, maar u zou me toch niet begrijpen of geloven. Waarom zou ik de moeite doen?


Nou, bijvoorbeeld omdat u gisteren te beroerd was om het licht even uit te doen om 5 voor 8 's avonds. Nederlanders blijken nauwelijks warm te lopen voor de klimaatverandering. Kennelijk is er is haast niemand die het zich realiseert: als ik niets doe, roep ik een vloek over de mensheid af, met name dat deel dat onder of net boven de zeespiegel woont. Want er zijn honderden miljoenen mensen zoals ik die weigeren de feiten onder ogen te komen. We gaan door met wat we altijd al doen: ons voortplanten, geld verdienen en het weer uitgeven, zonder na te denken over de gevolgen.


Nou, dat hebben we geweten. Amersfoort noemt zich tegenwoordig een badplaats en Zwolle is, sinds Amsterdam door het slib verzwolgen werd, onze hoofdstad.

Zwolle. Moet ik nog meer zeggen?


Denk voor mijn part met uw portemonnee, dat wat holbewoners doen in 2007. Energiebesparing kan u honderden Euro's per jaar schelen.


Van: Thijs

Aan: Gijs


Vriend,


Te hoog gegrepen voor de doelgroep. Alleen de laatste alinea is eigenlijk bruikbaar. Bovendien breng je slecht nieuws tegenwoordig met een grap, niet met de waarheid. Kijk maar naar Centraal Beheer. Overdoen.

donderdag, februari 01, 2007

Intussen, in het call center

Het is hier een kwestie van op je tellen letten, de volle acht uur van je dienst lang. 's Ochtends en 's middags een kwartier en tussen de middag een half uur heb je pauze. Kun je tenminste even lekker paffen. Iedere seconde die je meer pakt, wordt genadeloos geregistreerd. Ben je te vaak te laat, al is het maar een tel, dan vlieg je de laan uit. Persoonlijk neem ik nooit risico. Ik schuif gewoon een paar minuten te vroeg weer op mijn werkplek aan en log dan precies in op het moment dat de pauze voorbij is. 't Is een kutbaan, met een kutsalaris, maar mij nemen ze hem niet af! Oké, ik woon dan nog wel bij mijn ouders, maar hoe moet ik anders het stappen in de weekends betalen? Eén tip: nooit een call center bellen op maandagmorgen. Dan heeft de doorsnee call centeragent namelijk een kater.


Vaak gaat de telefoon meteen over, zodra ik stand by ben. Zo snel als het gaat druk ik op de toets, want zelfs dat wordt in de gaten gehouden.

'Goedemiddag, u spreekt met Bianca Tangaslip, waarmee kan ik u van dienst zijn?'

Vervolgens let ik er eigenlijk meer op dat ik het belscript volg dan dat ik echt luister. Het is de bedoeling dat ik gedurende het gesprek minimaal twee en maximaal drie keer de naam van de klant zeg. Ik mag de klant niet in de rede vallen, maar moet wel de regie zien te houden. Te lange gesprekken doen het namelijk ook niet goed op het beoordelingsformulier. Aan het eind moet ik de gemaakte afspraken samenvatten en vragen of de klant nog iets anders wenst. Dan pas mag ik het gesprek beëindigen en zeg ik de naam van de klant meestal voor de derde keer. Dat is een soort van sport geworden. Je moet toch wat, je kunt niet de hele dag je nagels zitten vijlen, toch?

'Nog een fijne dag, mevrouw Sufkut!' Alsof het mij interesseert wie u bent. Uw naam doet er minimaal twee en maximaal drie keer toe. That's all there is to it.


Soms luisteren de managers mee om te kijken of je het werk wel goed doet en zo. Gemiddeld gebeurt dat eens in de veertien dagen en als je een beetje oplet, hoor je een klikje. Kijk, dan doe je dus je best om de klant optimaal van dienst te zijn. De rest van de tijd? Ach, dagelijks jaag ik er een pakje kauwgom doorheen en chat stiekem wat met mijn vriendje op msn, terwijl ik tussen de 40 en de 50 klanten afwerk, blont als ik ben. Tenzij ik dat klikje hoor dus. Dan is Bianca Tangaslip een focking modelagent.


En het werkt! Vandaag mag ik aan de klantenbalie staan. Best leuk om eens gezichten te zien in plaats van stemmen te horen, lijkt me zo. Ha, daar is de eerste klant al. Een beetje boers type. Hij heeft een ouderwetse witte motorhelm op. Zoéén met van die belachelijke oorflappen.

'Goedemorgen,' giechel ik, 'welkom bij UpYours. Waarmee kan ik u van dienst zijn?'

Ten antwoord slaat hij zijn jas open. Ik zie allemaal, hoe heten die dingen, handgranaten, geloof ik. Ook haalt hij een schietding tevoorschijn dat ik van de dvd ken.

'Ma...'