Twitter

Follow Ep_Meijer on Twitter
Posts tonen met het label de avonturen van boer krelis. Alle posts tonen
Posts tonen met het label de avonturen van boer krelis. Alle posts tonen

woensdag, januari 21, 2009

Boerenbedrog



Er kwamen nauwelijks nog wetenschappers die hij overhoop kon knallen, boer Krelis begon zich te vervelen. Vaak staarde hij maar wat naar het televisietoestel dat hij van zijn moeder had geërfd. Het was krek allemoal meer van 't zelfde, dacht boer Krelis. Toch bleef hij kijken. 'Omdat 't beweegt,' mompelde boer Krelis, 'alles stoat hier blikskaters stil.'

Er was een programma met magie op tv. De deelnemers waren in het zwart en werden mentalisten genoemd. 'Wat nou mentalist'n,' mopperde boer Krelis, 'gewoon goochelaars als je het mij vroagt.' In de pauze pakte hij er een pilsje en een zakje chips bij. Er was hem verteld dat hij er maar eens goed voor moest gaan zitten. Na de reclame zou er iets wonderbaarlijks gedemonstreerd worden.

Een Israëlische meneer vroeg het publiek en de mensen thuis om twee steentjes met beide handen op een centimeter afstand van elkaar te houden. 'Onthoud goed,' legde hij uit, 'dit is het startpunt.' Daarna moesten de stenen op elkaar gedrukt worden, met gekromde vingers, het liefst zo hard dat je het wit van je botten zag, minutenlang. Intussen bleef de Israëlische meneer beloven dat de kijkers op het punt stonden om iets ongelooflijks te beleven. Vervolgens moesten de steentjes terug naar het startpunt, wat natuurlijk niet lukte. In de studio leek iedereen even opgetogen. 'Dit,' kraaide de Israëlische meneer, 'is nou de energie die er wel is, maar die slechts een enkeling kan waarnemen. Nu voelt u het allen. Is het geen wonder?'
'Dit pikk'n ze op de kermis van Hutjegeest nog niet eens,' zei boer Krelis, 'da's geen energie, da's een kwestie van hoe heet dat? Iets met fysionomoatisch of zoiets.' Boer Krelis werd chagrijnig van woorden met meer dan drie lettergrepen. Voor de zekerheid haalde hij zijn Uzi alvast uit de linnenkast. Ook uit Israël, dacht hij nog, dat schietiezer.

Er kwamen meer advertenties, boer Krelis trok nog een flesje pils open en nestelde zich andermaal in de versleten rookstoel, want iemand met een vampieract kreeg het podium. Deze had beter moeten weten dan een bekend dom blondje als vrijwilliger te vragen. Ze moest een prop in een kelk met bloedzuigers laten vallen. In plaats daarvan ging de kelk tegen de grond en brak het ding in stukken. De vampier raapte de restanten op, zocht een bloedzuiger uit en begon deze op te peuzelen. Met het bloed dat hij op zijn tong verzamelde, zette hij een teken op papier.
'Dit is walgelijk,' oordeelde de Israëlische meneer, 'heeft u dan helemaal geen respect voor uw publiek?!'

Boer Krelis spande zijn kaken, zette de tv uit en hees zich haast werktuiglijk in zijn motorjas. De leren motorhelm zat alweer krapper. Daar werd boer Krelis nog chagrijniger van. De Solex leek de weg naar Aalsmeer vanzelf te kunnen vinden. Ook het studiocomplex kende boer Krelis inmiddels als zijn broekzak. Het duurde niet lang of hij bevond zich oog in oog met de Israëlische meneer, in diens kleedkamer.

'Ik kom u ev'n wat respect voor uw publiek bijbreng'n,' zei boer Krelis en sloeg de motorjas open.
'Maar meneer Krelis, er is een wonder verricht, voor me staat het levende bewijs, u bent in beweging gekomen!'

Daar was boer Krelis even stil van. Toen laadde hij zijn Uzi door en haalde hij de trekker over. Onder de kogelregen trok de Israëlische meneer opvallend krom.


Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd.

dinsdag, mei 29, 2007

Tuig

Van files had boer Krelis met zijn Leopard II-tank weliswaar geen last, maar veel sneller dan 60 kilometer per uur haalde het gevaarte niet op de weg. Bovendien hield het op als je telkens maar weer over auto’s heen moest rijden. Boer Krelis werd er chagrijnig van als het niet opschoot.

Nu had hij zijn doel eindelijk bereikt. Boer Krelis richtte de loop van het kanon op de entree en wierp een blik op het papiertje met de column.
‘Eerst waarschuw’n,’ mompelde hij gemelijk en drukte op het knopje van de megafoon.
‘Hallo, hallo,’ klonk het krakend, ‘hier is boer Krelis met een boodschap voor de partijvoorzitter.’
Even later verscheen er iets wits achter één van de ramen. Opnieuw las boer Krelis wat er op het briefje stond.

‘Daarna een waarschuwingsschot en vervolgens dient de politie relschoppers uit te schakelen middels een schot bij voorkeur in het been. Het onomwonden wettelijk vastleggen dat bij het volgen van deze procedure de politie straffeloos is, zal aarzeling bij agenten om relschoppers hard aan te pakken wegnemen en de relschoppers effectief bestrijden. Het maakt overigens geen verschil of de relschoppers bestaan uit voetbalhooligans (Marokkaans of niet), krakers, antiglobalisten of ander verwerpelijk tuig.’

‘Ie bent zelf een verwerpelijke relnicht,’ zei boer Krelis, ‘ie zaait haat. Dat mot afgelop’n wez’n.’
Achter het raam ging het wit driftig heen en weer.
Goed dan, dacht boer Krelis en drukte op de rode knop. Het waarschuwingsschot met de brisantgranaat sloeg een gat van een meter in de gevel. Nog steeds betoonde het wit zich niet onder de indruk.
‘Bij voorkeur in het been,’ mompelde boer Krelis, zwenkte de loop van het kanon omhoog en vuurde nog een brisantgranaat af, ditmaal gericht. Opnieuw klonk een daverende knal, gevolgd door een explosie van glas. Toen de rookwolken opgetrokken waren, bleek er van het partijkantoor nog maar weinig over. Van het wit was helemaal niets meer te zien, laat staan van de benen.

‘Er mag er maar één met scherp schiet’n,’ mompelde boer Krelis tevreden, ‘en dat ben ik. Heb-ie dat begrep’n, malle kaketoe?’

donderdag, april 19, 2007

Rondje van de zaak

De fabriek was al van verre te zien en leek op een grote kubus. De grote groene letters op het dak maakten aan iedere twijfel een einde. Welgemoed gaf boer Krelis gas en genoot van het gebulder van de dieselmotor van de Leopard II-tank.
‘Hier kan geen SUV teg’nop,’ mompelde hij.

Bij de ingang moest hij kiezen: leveranciers of bezoekers. Boer Krelis hield er niet van om te moeten kiezen. Hij nam de middenberm en ploegde een bloemperk om. Toch belandde hij voor een slagboom. Er sprong een bewaker tevoorschijn. Boer Krelis zette de tank stil.
‘Wat moet dat?’ vroeg de bewaker.
‘Ik kom ev’n vang’n,’ antwoordde boer Krelis. ‘Neelie heeft gezegd dat consument’n zelf ook met claims mott’n kom’n.’
‘Mevrouw Smit-Kroes, bedoelt u?’
Krek,’ antwoordde boer Krelis. ‘En nu wil ik mijn geld terug, want ik heb jar’n teveel betaald, omdat jullie in het geheim afsprak’n met concurrent’n hebb’n gemaakt.’
‘Maar dat gaat zomaar niet!’ zei de bewaker.
‘Hoezo niet?’ vroeg boer Krelis.
‘Eerst gaan we in beroep, want we ontkennen alles. En dan nog, er moeten procedures worden gevolgd.’
Boer Krelis had een hekel aan procedures. Hij klemde de kaken op elkaar en zette de tank weer in beweging. De bewaker kon nog maar net aan de kant springen, terwijl de slagboom versplinterde.

De ingang van de fabriek kon boer Krelis niet zo snel vinden. Daarom reed hij gewoon via de muur naar binnen. Toen de stofwolken waren opgetrokken, slingerden er, zover het oog reikte, rivieren van flesjes door de enorme hal. Er was geen mens te zien. Alles werd kennelijk door machines gedaan. Kunst om zo winst te maken, dacht boer Krelis. En dan ook nog de prijzen kunstmatig hoog houden. Als hij ergens niet tegen kon, dan was het wel diefstal. Boer Krelis vuurde net zolang met het machinegeweer van de Leopard II tot het roodgloeiend was en er geen flesje meer heel was. Op de vloer stond minstens een halve meter bier. Hij stapte uit de tank en vulde twee jerrycans met het goudgele vocht.
‘Dat is dat,’ mompelde hij, ‘een rondje van de zaak.’

maandag, april 09, 2007

Tweede Paasdag

Het kostte geen enkele moeite om het doel te vinden; je hoefde de andere auto’s maar achterna te rijden en je kwam er vanzelf. Nou ja, rijden? Op zijn Solex was boer Krelis er ongetwijfeld eerder aangekomen. Maar hij torste nu eenmaal de nodige bagage mee. Dus had hij een dicht aanhangwagentje achter zijn brommobiel gehangen en was voor dag en dauw op pad gegaan. Natuurlijk wist boer Krelis ook wel dat hij niet op de autobaan mocht komen, omdat zijn karretje slechts 45 kilometer per uur haalde, maar dat was een snelheid waarvan je tijdens de Paasdagen slechts kon dromen op het Nederlandse wegennet.

Boer Krelis werd boos als hij ergens lang op moest wachten. Misschien, dacht hij knarsetandend, had hij toch met de Leopard II moeten gaan. Dan had hij tenminste kunnen opschieten. Daar stond tegenover dat de rupsbanden erg hard sleten van asfalt en staal. Bovendien hobbelde het nogal als je met een tank over auto’s heen reed, ook al waren ze nog zo plat.

Eindelijk, de afrit. Boer Krelis speelde met het gaspedaal en trommelde op het stuur tot het zijn beurt was om de autobaan te verlaten. Overal schoten reusachtige reclameborden omhoog. ‘15 procent Paaskorting!’ las hij, ‘20 procent!! 25 procent!!!’ Boer Krelis had een hekel aan uitroeptekens. ‘Met Pas’n zou het over de opstanding moet’n gaan,’ mompelde hij, ‘niet over geld uitgev’n.’

Na zeker nog een half uur ging het stapvoets tussen drommen voetgangers door, die alle zicht ontnamen op wat zich achter hen bevond. Juist besloot boer Krelis volgens plan om op zoek te gaan naar een hogere positie, toen iemand ongevraagd een foldertje onder zijn ruitenwisser klemde. Als boer Krelis ergens niet tegen kon, dan was het spam, in welke vorm dan ook. Zijn vingers jeukten. Naast hem, onder een jas, lag de doorgeladen Uzi. Zou hij? Nee, hij wist al wat een Uzi kon aanrichten. Hij was juist zo benieuwd naar zijn nieuwe speeltjes.

Zeker drie kwartier later kon hij ze eindelijk installeren, op het dak van een parkeergarage, met een perfect zicht naar alle richtingen. De eerste stelde hij in op een winkel die zichzelf ‘keukenpaleis’ noemde, de tweede richtte hij op een loods die de naam ‘Baby Heaven’ droeg, de derde op 'Ik en anderen', de vierde op een willekeurige voetgangersstroom.

Boer Krelis was vooral nieuwsgierig of het waar was wat ze vertelden over mortieren. Hij nam de proef op de som en vuurde de eerste vier granaten af.
Een brede grijns plooide zijn pokdalige gelaat. Inderdaad had het, vlak voor de ontploffingen en een ijselijk gillen uit honderden kelen, vier keer geleken alsof er een champagnefles ontkurkt werd. ‘Zalig Pas’n en proost!’ mompelde boer Krelis en vuurde het volgende salvo af.

donderdag, februari 01, 2007

Intussen, in het call center

Het is hier een kwestie van op je tellen letten, de volle acht uur van je dienst lang. 's Ochtends en 's middags een kwartier en tussen de middag een half uur heb je pauze. Kun je tenminste even lekker paffen. Iedere seconde die je meer pakt, wordt genadeloos geregistreerd. Ben je te vaak te laat, al is het maar een tel, dan vlieg je de laan uit. Persoonlijk neem ik nooit risico. Ik schuif gewoon een paar minuten te vroeg weer op mijn werkplek aan en log dan precies in op het moment dat de pauze voorbij is. 't Is een kutbaan, met een kutsalaris, maar mij nemen ze hem niet af! Oké, ik woon dan nog wel bij mijn ouders, maar hoe moet ik anders het stappen in de weekends betalen? Eén tip: nooit een call center bellen op maandagmorgen. Dan heeft de doorsnee call centeragent namelijk een kater.


Vaak gaat de telefoon meteen over, zodra ik stand by ben. Zo snel als het gaat druk ik op de toets, want zelfs dat wordt in de gaten gehouden.

'Goedemiddag, u spreekt met Bianca Tangaslip, waarmee kan ik u van dienst zijn?'

Vervolgens let ik er eigenlijk meer op dat ik het belscript volg dan dat ik echt luister. Het is de bedoeling dat ik gedurende het gesprek minimaal twee en maximaal drie keer de naam van de klant zeg. Ik mag de klant niet in de rede vallen, maar moet wel de regie zien te houden. Te lange gesprekken doen het namelijk ook niet goed op het beoordelingsformulier. Aan het eind moet ik de gemaakte afspraken samenvatten en vragen of de klant nog iets anders wenst. Dan pas mag ik het gesprek beëindigen en zeg ik de naam van de klant meestal voor de derde keer. Dat is een soort van sport geworden. Je moet toch wat, je kunt niet de hele dag je nagels zitten vijlen, toch?

'Nog een fijne dag, mevrouw Sufkut!' Alsof het mij interesseert wie u bent. Uw naam doet er minimaal twee en maximaal drie keer toe. That's all there is to it.


Soms luisteren de managers mee om te kijken of je het werk wel goed doet en zo. Gemiddeld gebeurt dat eens in de veertien dagen en als je een beetje oplet, hoor je een klikje. Kijk, dan doe je dus je best om de klant optimaal van dienst te zijn. De rest van de tijd? Ach, dagelijks jaag ik er een pakje kauwgom doorheen en chat stiekem wat met mijn vriendje op msn, terwijl ik tussen de 40 en de 50 klanten afwerk, blont als ik ben. Tenzij ik dat klikje hoor dus. Dan is Bianca Tangaslip een focking modelagent.


En het werkt! Vandaag mag ik aan de klantenbalie staan. Best leuk om eens gezichten te zien in plaats van stemmen te horen, lijkt me zo. Ha, daar is de eerste klant al. Een beetje boers type. Hij heeft een ouderwetse witte motorhelm op. Zoéén met van die belachelijke oorflappen.

'Goedemorgen,' giechel ik, 'welkom bij UpYours. Waarmee kan ik u van dienst zijn?'

Ten antwoord slaat hij zijn jas open. Ik zie allemaal, hoe heten die dingen, handgranaten, geloof ik. Ook haalt hij een schietding tevoorschijn dat ik van de dvd ken.

'Ma...'


maandag, januari 29, 2007

Op vakantie met boer Krelis

Het was nog een hele reis geweest. Gelukkig had hij nergens voor brandstof hoeven betalen. Duizenden liters diesel waren er doorheen gegaan en de Leopard II-tank droeg de sporen van een paar tolhuisjes en een enkele douanier, want boer Krelis deed niet aan paspoorten en dergelijke. Maar nu was hij er dan. Al die witte gebouwen deden pijn aan de ogen, terwijl het plein zwart zag van de mensen. Boer Krelis liet de zware dieselmotor grommen. Toen dat niet hielp, klom hij de geschutskoepel in en drukte een paar keer op het knopje van de granaatwerpers. Boer Krelis genoot van het geluid van de ontploffingen en de rookwolkjes die op paddenstoelen leken. Nu begon de massa in beweging te komen. Een salvo van het machinegeweer en schoon werd het plein, op wat bloedplassen na dan. In de ansichtkaartblauwe lucht boven Rome dreven schapenwolken.

Boer Krelis zwenkte de loop van het kanon en richtte op het balkon met het rode vloerkleed op de leuning. Erachter was, als een schim, een persoon in het wit zichtbaar.
‘Ik krijg pien aan mien harses van al dat wit,’ mompelde boer Krelis en vingerde de rode knop. Als hij erop drukte, spuugde het kanon een brisantgranaat uit. De ontploffing zou met zo’n hitte gepaard gaan dat alles in de buurt van de inslag spontaan vlam vatte.

‘U daar!’ klonk ineens een stem.
‘Huh?’ dacht boer Krelis en stak zijn hoofd uit de koepel.
‘Waarom het pad van geweld bewandeld?’
‘Daarom,’ mompelde boer Krelis.
‘Daarom is geen reden.’
‘Welles,’ mompelde boer Krelis.
‘Nietes. U kunt beter dom blijven en u neerleggen bij uw lot.’
‘Maar dat is krek wat ik doe,’ mompelde boer Krelis.
‘De mensen zijn als schapen,’ vervolgde de stem, ‘ze hebben behoefte aan een herder.’
‘Welnee,’ mompelde boer Krelis, ‘schap’n will’n geneukt word’n.’
‘Tien weesgegroetjes en het onzevader,’ zei de stem.
Watte?’ vroeg boer Krelis.
‘U moet tien weesgegroetjes en het onzevader bidden. Dan schenk ik u vergeving voor al uw zonden. Enne, bedankt voor die bloemen.’

Wat een gelul, dacht boer Krelis en liet het kanon blaffen. Hij stopte pas met vuren toen alle brisantgranaten op waren. Tegen die tijd waren alleen de wolken boven Rome nog wit.

donderdag, januari 11, 2007

Sterren sterven op het ijs

Boer Krelis heeft zijn te kleine witte helm met leren oorflappen op. Dat is niet voor niets zo. Boer Krelis zit namelijk op zijn Solex. Hij heeft vanochtend post gekregen. Of hij naar Hilversum wilde komen. Voor een verrassing. Boer Krelis houdt helemaal niet van verrassingen. Hij heeft zoveel wapentuig bij zich dat de Solex het er zwaar mee heeft. Bovendien staat de wind tegen. Daar wordt boer Krelis chagrijnig van, wind tegen.

Het wicht bij de balie is haar nagels aan het vijlen en verstaat hem niet.
‘Ik most hier kom’n,’ herhaalt boer Krelis.
‘Meneer, ik begrijp u echt niet,’ blaat het wicht, ‘kunt u niet gewoon Nederlands spreken?’
Boer Krelis vingert de Magnum in zijn jaszak, maar laat het wicht toch maar de brief zien.
‘O, maar u bent een BN-er!’ krijst het wicht. ‘Sorry, ik had u niet herkend. Die deur door en dan vindt u het vanzelf.’
‘B-Enner?’ mompelt boer Krelis, ‘ik ben mezelf, stomme stadse frats.’
Onder zijn knellende helm is de steenpuist intussen gemeen zeer gaan doen.

Zodra hij de vloer betreedt, gaat boer Krelis met een dreun onderuit. Dan pas ziet hij het.
‘Da’s ies,’ mompelt hij.
Het volgende moment wordt hij verblind door een fel licht en krijgt hij een paar schaatsen aangereikt. Het is de bedoeling dat hij ze aantrekt. Dan moet er gedanst worden met één van de andere kandidaten, als hij het goed begrijpt. Ze staan op een kluitje aan de andere kant van de vloer en zwaaien zo uitgelaten naar hem dat ze als kegels omver gaan.
‘Krukk’n op ies,’ vraagt boer Krelis, ‘wat is daar noe an?’
‘Nou meneer Krelis,’ blaat een wicht, ‘miljoenen televisiekijkers denken daar heel anders over.’
‘Wat een gelul,’ zegt boer Krelis, knoopt zijn jas open en ontgrendelt de twee Uzi’s. Na twee keer herladen, vier handgranaten en veel gegil kleurt het ijs in stilte langzaam rood.

Op weg naar buiten schiet boer Krelis het wicht bij de balie nog een mooi gaatje tussen de ogen met de Magnum en blaast voldaan over de loop. Voor hij zijn Solex bestijgt kijkt hij naar het adres op de tweede envelop. Gelukkig heeft hij nog genoeg munitie.

zaterdag, december 30, 2006

Boer Krelis en de Heilige Huisjes

’s Nachts ligt boer Krelis maar te woelen. Hij meent vreemde geluiden te horen op het land. Boze stemmen ook. Misschien, denkt hij, is het toch waar wat je soms in griezelfilms ziet en zijn de doden zombies geworden.

Als de wekker gaat, bedenkt boer Krelis zich dat hij chagrijnig wordt van slaapgebrek. Gelukkig is er één troost: zijn wapenarsenaal is inmiddels aanzienlijk uitgebreid.
‘Eerst maar eens de koei’n melk’n,’ mompelt hij en schiet zijn overall aan.
Op weg naar de koeienstal spitst hij de oren. De dagen zijn nog maar net begonnen te lengen, de duisternis ligt op dit vroege uur als een stolp over het land. Niets, behalve het zoemen van de generator. Waarschijnlijk heeft hij zich de geluiden en de stemmen verbeeld.

Een tl-buis knippert en Bertha 2 blijkt ontstoken uiers te hebben. In de varkensstal is de schimmel op de muren weer erger geworden. Bovendien scheurt de zak als hij de beesten voert.
‘Ook dat nog,’ mompelt boer Krelis.

Terwijl hij voor zijn ontbijt een heel witbrood met bloedworst en reuzel wegwerkt, wordt het buiten langzaam licht. Intussen zijn de boze stemmen er weer. Of is het de wind? Wat het ook is, het moet afgelopen wezen. Boer Krelis slaat zo hard op de tafel dat zijn Delftsblauwe bord omhoog komt en bij het landen breekt. Bij het opruimen snijdt hij zich in een vinger. Boer Krelis verbindt de wond met een zakdoek en beent het land op.

Zijn mond valt open. Er zijn tempelachtige bouwsels verrezen. Ze hebben namen, ontdekt boer Krelis, dichterbij gekomen: ‘Het Koningshuis’, ‘De Holocaust’, ‘Pedofilie’, ‘Geloof’.
‘Wat zull’n we godverdomme nou belev’n,’ mompelt boer Krelis.
Ineens komt er een schriel mannetje tevoorschijn gesprongen.
‘Hier maken wij dus geen grapjes over. Begrepen, agrariër? Aangenaam trouwens. De Quadsteniet is de naam, ingenieur, Sicco. Ik ben hier omdat het maar eens uit moet zijn met die zogenaamde satire.’
‘Is dat zo?’ vraagt boer Krelis.
‘Inderdaad, agrariër. Zo is het smakeloos om ons staatshoofd in één adem te noemen met een despoot.’
‘Weet u wat u moet doen?’ vraagt boer Krelis.
‘Mijn beste agrariër, ik zou het werkelijk niet weten.’
‘Renn’n,’ zegt Boer Krelis, ‘renn’n voor uw lev’n, want ik ga mijn Leopard II hal’n.’

zondag, december 24, 2006

Goeroe Krelis

Kerst, dat is voor stadse frats’n, vindt boer Krelis. Op een boerderij is nooit tijd voor feest. Er is altijd wel wat te doen. Vandaag loopt hij de voren na. Liggen er wel genoeg landmijnen?

Boer Krelis steekt zijn neus in de lucht. Zoals gewoonlijk in deze tijd van het jaar leunt de hemel zwaar op het land. Toch meent hij iets ongewoons te ruiken. Dan hoort hij het: er dansen flarden gezang over de akkers. Boer Krelis beent in de richting van het geluid. Moet hij niet voor de zekerheid even zijn Uzi gaan halen? Nee, wat het ook is, dit kan hij vast met zijn riek af.

Aan de rand van het land staan twee caravans. Op tuinstoelen zitten er vijf moekes voor, in een kring. Ze hebben kettingen om en dragen poncho’s.
‘De meester!’ roept één van de moekes verrukt uit.
De anderen beginnen ook te blèren. Boer Krelis omvat het handvat van zijn riek wat steviger. De moekes staan op en strooien bloemen aan zijn voeten. Ze dansen om heen en zingen vreemde woorden. ‘Krisjna,’ meent hij te verstaan.
‘Wat mot dat?’ vraagt boer Krelis.
‘We hebben over u gelezen,’ lachen de moekes, ‘we werden geraakt en omdat het bijna Kerstavond is, zijn we meteen gekomen. Vanaf nu zijn we uw volgelingen! Chill, hè?’
‘Krek,’ zegt boer Krelis, ‘waterkoud. Maar wat ruik ik toch?’
‘Hier, neem een hijs.’
Er wordt een torpedovormige sigaret voor zijn neus gehouden.
‘Teg’n een sigaartje ze’k nooit nee,’ mompelt boer Krelis en neemt een diepe trek. Intussen dansen en zingen de moekes maar door. Om hem heen, steeds sneller. Het is een sluierdans, snapt hij nu. Hij wordt een soort van symbolisch ingewikkeld met eerbied of zoiets. Boer Krelis snapt ineens veel meer, bijvoorbeeld dat de scherpe punten van zijn riek opengevouwen kunnen worden, als je er diep over nadenkt. Gelukkig schieten hem net op tijd ook andere dingen te binnen die je met de punten van een riek kunt doen.
‘Mott’n ze me maar niet duizelig mak’n,’ mompelt boer Krelis.

Terwijl het zingen overgaat in schrille gillen, komt boer Krelis erachter dat hij, vanwege de afstand tussen de punten van de riek gemiddeld drie keer moet toesteken wil zo’n moeke echt dood zijn. Als ze alle vijf liggen te dampen op het land, veegt hij vergenoegd de bloedspetters en het zweet van zijn gezicht.
‘En in de mens'n een welbehag’n,’ prevelt boer Krelis.

dinsdag, december 19, 2006

'Zo, die is eruit'

Boer Krelis loopt met zijn nieuwe bazooka over het land. Her en der liggen hoopjes wetenschappers, die nu toch wat beginnen te ruiken. Misschien moet hij ze alsnog begraven. Boer Krelis zucht. Op een boerderij is altijd wel wat te doen, van het krieken van de dag tot na zonsondergang, zeven dagen per week. Nooit is het voor hem eens zoals in de reclame op tv.

Het eerst hoort boer Krelis het geluid: het brommen als van een dikke strontvlieg. Dan ziet hij de stofwolk. Er nadert iets en snel ook. Hij legt de bazooka op zijn schouder en mikt. Zijn rechterwijsvinger streelt de trekker. Zal hij? Nee, denkt hij, nog niet. Wel laat hij een scheet.
‘Zo,’ mompelt boer Krelis, ‘die is eruit.’

Het iets blijkt een bont gekleurd bestelwagentje. Als het tot stilstand is gekomen springen er drie wichten met ontblote navels uit. Voor boer Krelis ‘wat mot dat?’ kan vragen doen ze een dansje en zingen ze erbij.
‘Cool, vet, cool, vet, Propjevol is je van het!’
Jammer dat ik mijn Uzi niet heb meegenomen, denkt boer Krelis, maar of hij wil of niet, hij moet naar de blote buiken kijken. Eén van de wichten drukt hem een zakje in de handen.
‘Dit is voor jou!’ ratelt ze. ‘Propjevol zit boordevol meervoudig onverzadigbare vetzuren. En er zit xylitol in, aanbevolen door toptandartsen. Ideaal als tussendoortje, maar ook als snack en lunchvervanger. Gegarandeerd word je er niet dikker van. En dat is nog niet alles, dude. Ga met de wikkel naar een postkantoor en je kunt gratis een ringtone afhalen!’
‘Wat mo’k met een ringtone?’ vraagt boer Krelis, ‘ik wil champagne drink’n uit uw navels.’
‘Ja, duh!’ haalt het wicht de neus op en draait zich al naar de anderen om. ‘Kom op, broads, we gaan even verderop kijken. Deze leeft nog in het stenen tijdperk.’
‘Sten’n?’ vraagt boer Krelis zich hardop af. Daarmee is de ellende immers begonnen, herinnert hij zich, onder zijn akkers.

Het dichtslaan van de autoportieren klinkt als geweerschoten. Ineens is boer Krelis zich weer van het gewicht van de bazooka bewust. Volgens de gebruiksaanwijzing is het wapen doeltreffend tot op 200 meter. Boer Krelis neemt de proef op de som en drukt af op het moment dat het bestelwagentje precies in het vizier past. Wat volgt is een steekvlam en het geluid van een reuzenscheet.
‘Zo,’ mompelt boer Krelis, ‘die is eruit.’

donderdag, december 14, 2006

Boer zoekt geen vrouw

Wat zull’n we nou belev’n, denkt boer Krelis. Er komt een blond wicht de deel op gelopen, in haar kielzog een cameraploeg. Er worden felle lampen op hem gericht en er hangt ineens een grote wattenstaaf aan het plafond.
‘Hallo Krrrelis!’ blaat het wicht. ‘Ik heb een verrrassing voor je!’
‘Dat kun je wel zegg’n,’ mompelt boer Krelis. Zijn rechterwijsvinger kromt zich reeds.
‘Jahaaa, Krrrelis, ik ben hier om je geheimste wens te vervullen. Alleen is maar alleen. Toch? Dus, Krrrelis, heb ik iemand voor je meegebracht. Of eigenlijk drie iemanden. Drie heel bijzondere vrouwen, die ieder voor zich maar één ding willen: van deze boerderij een liefdesnestje maken en jou, lieve Krrrelis, gelukkig maken…’
‘Dat benne twee ding’n,’ merkt boer Krelis op.
Niet twee, maar drie. Hier zijn ze: Elsejetje, Hillemieke en, voor trouwe kijkers een oude bekende, Waltraut!’

Er komen drie deernes binnen. Ze gaan op hun tenen staan en drukken kussen op de wang van boer Krelis. Hoewel hij vindt dat de deernes naar zeep ruiken, krijgt hij het er warm van.
‘En nu?’ vraagt hij.
Het wicht klapt verrukt in de handen. ‘Nu gaan jullie viertjes leuke dingetjes doen en wij gaan het filmen. Dolletjes!’
Boer Krelis heeft zoiets wel eens op Internet gezien. Naakte mannen en vrouwen, als palingen in elkaar verstrengeld.
‘Leuke ding’n?’ vraagt hij voor de zekerheid.
Het wicht knikt enthousiast en boer Krelis knoopt zijn broek open. Eens wat anders dan een varken, denkt hij.
‘Cut!’ krijst het wicht.
Ja lekker, denkt boer Krelis en grijpt de eerste deerne al tussen de benen. Alledrie zetten het op een gillen.
‘Ophouden!’ schreeuwt het wicht en begint hem op de rug te beuken. Hoort dit er soms bij? vraagt boer Krelis zich af.
‘Dit is de K Rrr Ooo,’ roept het wicht, ‘de publieke omroep, de handen moeten boven de dekens blijven!’
Zulk gelul heeft boer Krelis al lang niet meer gehoord. Hij hijst zijn broek op en beent de deel af. In de opkamer vindt hij de Uzi die hij onlangs via Internet in België besteld heeft.

Boer Krelis hoeft maar één keer te herladen. Als er niemand meer beweegt, lijkt het net alsof hij de boel opnieuw heeft laten inrichten.
‘Mooi stippeltjesbehang,’ mompelt hij.

woensdag, december 13, 2006

Boer Krelis en het Grote Geheel

’s Anderendaags krijgt boer Krelis bezoek van een maatschappelijk werker.
‘Mag ik gaan zitten?’ giechelt ze, terwijl ze een paar paperassen beschermend voor haar bovenlichaam houdt.
Boer Krelis veegt de bloederige kipresten met een mouw van tafel en bromt dat ze moet doen alsof ze thuis is. ‘Iets drink’n?’
‘U heeft zeker geen Senseo, hihi?’
Daar heeft boer Krelis nog nooit van gehoord. Zijn rechterwijsvinger begint al te jeuken. ‘Wat mot u eigenlijk hier?’ vraagt hij en laat een boer.
‘Hihi,’ antwoordt ze, ‘u heeft nu, even kijken, 27 wetenschappers omgebracht. Aan de universiteiten beginnen tekorten te ontstaan. Dit kan niet zo doorgaan, meneer Krelis.’
‘Mott’n ze maar niet zo dom lull’n.’
‘Hihi. Dom, zei u? Die wetenschappers kunnen er ook niets aan doen. Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Zo heeft ieder zijn plaats in de samenleving. U ook, meneer Krelis, want u is een boer.’
‘Krek.’
‘Hihi, zo heb je ook onderwijzers, dokters, minister-presidenten…’
‘En mol’naars!’ vult boer Krelis trots aan.
‘Ook ja, hihi, heel goed.’
‘En schippers!’
‘Juist ja, hihi. Maar waar het om gaat…'
‘En vrachtwag’nchauffeurs! En koei’nslachters! En stadse frats’n!’
‘Stopt u nu maar, hihi. Waar het om gaat is dat het allen mensen zijn, die ook maar doen wat ze voor hun gevoel moeten doen. En weet u wat nou het rare is? Opgeteld krijg je dan dingen waar niemand meer wat aan kan veranderen.’
‘Hoezo niet?’
‘Hihi. Omdat het zinloos is, meneer Krelis, net zo zinloos als het ombrengen van wetenschappers. Het grote geheel verander je er niet mee.’
‘Wat mot ik daar nou mee? Ik heb sten’n onder mijn akkers. Da’s verduveld genoeg.’
‘Begrijp ik, hihi. Zullen we afspreken dat u het gewoon een weekje probeert?’
‘We sprek’n helemaal niets af,’ zegt boer Krelis, pakt zijn geweer en schiet de maatschappelijk werker een kogel door het hoofd. Na een laatste ‘hi’ is ze dood voor ze de grond raakt. De paperassen waaieren over haar uit. Boer Krelis laat het maar zo. Vanwege de aanblik van het geheel.

Hekel aan gelul

Boer Krelis zit er maar mooi mee. Heeft hij eindelijk zijn vergunningen rond, wordt er een zeldzame mollensoort aangetroffen onder zijn velden. De beesten hebben een helm ontwikkeld, zodat ze nooit meer de kop stoten tijdens hun dagelijkse bestaan. Dat zegt iets over de kwaliteit van de akkers van boer Krelis of liever, over het gebrek daaraan, want het wemelt ondergronds kennelijk zo van de stenen dat de evolutie heeft ingegrepen. Om er echt iets van te maken had hij de aarde misschien een meter diep moeten afgraven. Maar dat mocht dan weer niet. Alsof hij er trouwens het geld voor had gehad. Nee, het heeft boer Krelis van meet af aan niet mee gezeten. En dat terwijl hij zo’n hekel heeft aan gelul.

Tot overmaat van ramp die mollen nog. Voor de duur van het onderzoek mag er niet gerooid of geploegd worden. Uit verveling keelt boer Krelis een paar kippen en maakt er soep van. Na een dag houdt hij het niet meer en gaat hij toch maar eens bij de wetenschappers kijken.

Ze zijn in eendere donkergroene overalls gehuld en ze zitten op de knieën met pincetjes in de aarde te wroeten.
‘Hallo,’ zegt boer Krelis, ‘ik ben de eigenaar van het land. Mag ik vragen wat u aan het doen bent?’
‘We verzamelen monsters,’ wordt er geantwoord.
Monsters?’ vraagt hij. ‘Die zitten hier niet. Monsters komen alleen in sprookjes voor. Als ze al zouden bestaan, heeft u toch echt groter gereedschap nodig. Volgens mij moet u die mollen hebben.’
Eén van de wetenschappers gaat rechtop zitten. Er zit geen ons spek aan en hij heeft een uilenbrilletje op.
‘Een mol, meneer, is ook een muziekterm. Hetzelfde is mutatis mutandis het geval bij het woord monster, dat tevens meerdere betekenissen heeft. Het ligt er maar net aan in welke context we ons bevinden wilt u me al dan niet verkeerd begrijpen.’

Dat is nu precies het soort gelul waaraan boer Krelis een hekel heeft. Hij haalt een geweer en schiet de wetenschappers hartstikke dood. Zo, denkt hij, geef ze de tijd en ze ontwikkelen vast vanzelf een kogelvrij vest.