Twitter

Follow Ep_Meijer on Twitter
Posts tonen met het label raar maar waar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label raar maar waar. Alle posts tonen

maandag, oktober 01, 2012

Het weer in oktober

Dames en heren, welkom in de uitzending. Nu de R alweer een tijdje in de maand zit hebben we een bijzondere gast voor u, iemand die we zelden te spreken krijgen. Helemaal overgekomen uit Newfoundland, de rukwind, uw applaus!

– 'Laat die open doekjes maar zitten.'

Maar waarom, het is toch fijn om zo warm ontvangen te worden?

– 'Niet als je eigenlijk geen bestaansrecht hebt.'

Pardon?

– 'Weet u, het is op zich al vervelend genoeg om voor een soort wind aangezien te worden. Datzelfde woord gebruiken jullie mensen immers voor flatuleren. Zou u het fijn vinden met zulke onwelriekende zaken te worden verward? Nou dan. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de associatie met bepaalde seksuele handelingen. Het woord 'rukwind' zou zelfs uitgelegd kunnen worden als een uitnodiging tot onanie!'

Ik begrijp het. Als rukwind ziet u natuurlijk neer op eh, scheetjes.

– 'Dat jullie die vreselijke scheten winden noemen is nog te billijken, al is het veel te veel eer. Erger is dat mijn collega's en ik niet doen wat de naam belooft.'

Leg uit, ik zit op het puntje van mijn stoel en de toeschouwers thuis ongetwijfeld ook.

– 'Het werkwoord 'rukken' houdt een trekkende beweging in. Dat doen we niet. Uit principe stoten we alleen maar. De rukken die u voelt zijn de schuld van de luchtdruk.'

Juist ja. Wat nu?

– 'Heel eenvoudig. Jullie halen rukwind uit de VanDale en brengen ons onder bij windstoten.'

Want anders?

– 'Anders krijgen jullie storm in oktober.'

Dames en heren, u hoort het, de komende weken krijgen we ongetwijfeld met onstuimig herfstweer te maken. Tot de volgende keer, als we u trakteren op een indringende reportage over radijsjesteelt in Burkina Fasso!

donderdag, september 20, 2012

What's Ep?

Toen de telefoon nog een bakelieten apparaat was dat in de gang hing, had je maar één zender op tv. Hoewel niemand nog wist wat die term betekende, zond Nederland 1 op prime time 'De kleine waarheid' uit, met Willeke Alberti in de rol van Marleen Spaargaren. In die serie was een bijrol weggelegd voor het debiele broertje Eppo.

Ik was dertien, had geen last van jeugdpuistjes maar des te meer van de onzekerheid die met puberteit gepaard gaat. Aan wie ik me ook voorstelde in die dagen, telkens werd ik getrakteerd op een bulderende lach. 'Hahaha, Eppo!' Mettertijd leerde ik ook om te gaan met de voorspelbare grappen over de getijdenwerking.

Toen het effect van 'De kleine waarheid' eenmaal weggeëbt was (ha, ha), fuseerden de stripbladen Pep en Sjors. De naam van de nieuwe periodiek – jawel: Eppo. Naamgever was – u raadt het al – een onverbeterlijke kluns, die wekelijks met zijn flaters acte de présence gaf op de achterpagina. Daar kwam later dan nog André van Duin overheen met diens Ep Oorklep. En bedankt nog.

Geen punt hoor. Ep is een geuzennaam geworden, ik ben er trots op hem te dragen. Da's maar goed ook, want het leed blijkt nog niet geleden. In het huidige tijdsgewricht is een telefoon geen bakelieten apparaat meer, maar een mobiele reden van bestaan. Applicaties zijn the name of the game. Omdat mensen lui zijn, worden ze afgekort en is mijn naam op ieders lippen tegenwoordig.

Dus wil ik het goed met u maken. Telkens als u mijn naam oneigenlijk gebruikt, maakt u ter compensatie een cent over op mijn bankrekening. Capisce?

vrijdag, september 14, 2012

Kroniek van een aangekondigde verkenner

Kabouter Plompzak kon zijn geluk niet op. Niet alleen was kabouter DD de afwas voor hem aan het doen, zodat hij vrij uitzicht had op haar indrukwekkende derrière, ook was hij tweede geworden bij de verkiezingen. Het had zelfs maar een haar gescheeld of hij was de winnaar geweest.

Er werd op de deur geklopt. Eigenlijk wilde kabouter Plompzak alleen maar op zijn paddenstoel zitten. Nou ja, af en toe even naar kabouter DD kijken dan. Nog eens werd er geklopt, harder nu. Wie waagde het? Hij kwam al moeizaam overeind.

'Ik doe wel even open, Plompje,' zei kabouter DD en sloeg de theedoek over de schouder, wat nooit eerder waargenomen naschokjes in het decolleté veroorzaakte. Reeds waren haar borsten op weg naar de deur. De rest van haar kwam zoals gewoonlijk op gepaste afstand voorbij.

Het bleek kabouter TNT met een brief van de ABP (Aller Beste Partij), de partij waartoe de BNITNZEGP (Bij Nader Inzien Toch Niet Zo'n Erg Goede Partij) volgens de aanzwellende geruchtenstroom in het bos veroordeeld was.

'Amice!' stond er in sierlijke letters. 'Of mag ik je Plomp noemen? Dat bekt wat lekkerder dan dat onsmakelijke Plompzak, vind je niet? Hoe dan ook, goed gedaan, kabouter! Muts af en zo. Van niets tot tweede partij van het bos. Dat doet niemand je na. Ja, ik, haha. Ik heb de ABP nog groter gemaakt en wederom ben ik erin geslaagd mijn partij de grootste van het bos te houden, zij het nipt, toegegeven. Maar er kan er maar één de eerste zijn. En dat ben ik dus, de kabouter die sneller lacht dan Lucky Luke zijn schaduw overhoop schiet, if you catch my drift. Kortom, Plomp, ouwe rukker, we moeten praten, jij en ik. Ik weet dat we lijnrecht tegenover elkaar staan qua beukennootjes. Maar daar komen we met z'n tweetjes in het belang van het bos vast wel uit. Zolang we maar niet onze plaats vergeten. De waarheid ligt in het midden? Eat my dust, loser. Haha, just kidding. De bosbevolking heeft zich uitgesproken. Ik ben de grootste. Zo is het nu eenmaal. Dus als je wilt maak ik je Magister van Paddenstoelenzaken. Dan lullen we verder nergens meer over. Nou, we spreken ons gauw, gabber. Maar eerst stuur ik kabouter Verkenner bij je langs, want ik ga met jouw welnemen op mijn gemak nagenieten van de overwinning. Dat zouden meer kabouters moeten doen, haha! Was getekend, kabouter Grijns.

'Amice? dacht kabouter Plompzak. Nog nooit was hij door iemand zo genoemd. Wat had dit nu weer te betekenen? Nog eens las hij het schrijfsel door. Toen wist hij het. Hij moest dit politiek aanpakken.

'Hé DD,' zei hij.

Ze had de afwas inmiddels hervat. Kabouter Plompzak vroeg zich af of er boskundige wetten bestonden voor de vibraties die door haar billen gingen, telkens als ze haar gewicht verplaatste.

'Grijns wil met me samenwerken.'

Kabouter DD draaide zich om, deed de truc met de theedoek weer en klapte verrukt in de handen, wat plaatselijk wederom onvermoede gevolgen had op de zichtbare delen van haar etalagemateriaal.

'Dolletjes,' riep ze uit, 'dan kun je me aan hem voorstellen!'

Kabouter Plompzak deed het nu toch echt: hij trok zijn muts tot ver over zijn ogen.

woensdag, augustus 29, 2012

Toeval bestaat (niet)

Om de laatste hand te leggen aan Geluk voor Gevorderden sloot ik mezelf een week op in een vakantiehuisje hoog boven de Moezel. Als het donker werd trokken de auto's morseseinen op de weg langs de rivier. Overdag verkende ik tussen het schrijven en schrappen door de omgeving, samen met Tim, mijn oude trouwe zwarte labrador. Hem heb ik trouwens vereeuwigd in het boek. Al na een paar hoofdstukken zwemt hij zijn dood tegemoet. De dood. Die is alomtegenwoordig in Geluk voor Gevorderden. Dat was al zo voor ik aan de Moezel arriveerde, laat dat duidelijk zijn. Maar die week was het alsof de werkelijkheid me nog even wilde inpeperen hoe het echt zat.

Eerst kon ik me nog in een boek wanen, want de bossen leverden fantastische decorstukken: een fort van de Kelten die het hier nog tegen de Romeinen hadden opgenomen, een gigantische muur rond het vakantiepark zelf, duizend jaar geleden aangelegd door duizenden dwangarbeiders en ambachtslieden. Honderden lieten het leven. Voor niets. Net voor de muur af was, werd een verdrag gesloten en was het ding nutteloos. Tweeduizend jaar geschiedenis. Daar zat ik bovenop en schaafde aan het boek tot ik een ons woog.

Toen ging de telefoon. Moep ofwel mijn moeder. Ze wilde me niet ongerust maken, maar ze had een TIA gehad, een soort kleine hersenbloeding. Natuurlijk was ik wel ongerust. We hebben ongeveer een half uur gepraat voor we op konden hangen. Synchroniciteit. Dat woord bleef de dag daarop maar opduiken tijdens de wandeling naar het Keltenfort. Het boek draaide juist om het gebrek daaraan, ik wilde duidelijk maken dat alles om toeval draaide, dat iedere poging om er zin in te ontdekken even futiel als ridicuul was. Het kon toch niet de bedoeling zijn dat ik uitgerekend op dat moment de samenhang ontdekte?

Die avond regent het pijpenstelen aan de Moezel en zit ik met Donald Manchester Washinton in het internaat en dat is geen pretje, want nergens is hij zo alleen als in het internaat. Ineens jankt Tim. Het is geen droomjank, dit is pijn. Ik kniel bij hem neer en zie hoe zijn ogen door de kassen rollen. Hij wil opstaan, maar hij lijkt verlamd en hij blijft janken, zachter nu, nog zieliger.

'Tim!' roep ik, 'Tim!'

Via zijn ogen heb ik contact met hem. Hij wil dat ik hem help, maar ik kan niets anders verzinnen dan hem aaien en hem roepen. Ik schud het hoofd en knijp een traan weg. Eerst mijn moeder, nu mijn hond.

De volgende dag is het blijven regenen. Tim leek blij dat ik hem telkens maar vijf minuten uit liet. Hij sliep het liefst, dartelde niet meer voor me uit, maar sukkelde als een oude man achter me aan. Het boek was van dertig pagina's dunner toch weer twintig pagina's dikker geworden. Een kwestie van balans.

De laatste dag was een cadeau. Zonovergoten kon ik langs nog lege cohorten wijnranken de meanderende Moezel in het dal zien, waar speelgoedbootjes een omgekeerde V in het water schreven. Tim liep zowaar weer achter stokken aan. Het was volbracht, mijn boek was af, na zeven jaar werk.

Tien jaar later. Tim is al heel lang dood en mijn moeder heeft Alzheimer. Via Google stuit ik op een lovende recensie van Geluk voor Gevorderden in de Standaard. De groei van de hoofdpersoon wordt indrukwekkend genoemd en de periode in het internaat 'een bijzonder grappige episode'. Tot slot voorziet de recensent geen kassucces, want 'te Angelsaksisch van inspiratie'. Ik glimlach. Om uit één van de bestsellers van Donald Manchester Washinton te citeren: 'Laat je niet uit het veld slaan door tegenslagen. Draai het om, maak er meevallers van!'

zondag, augustus 26, 2012

Bij de dood van Neil Armstrong

It's a giant shock to mankind, but a small step for a man.

donderdag, augustus 23, 2012

Exclusief interview met het Higgs-deeltje

Allen hebben wij de afgelopen dagen aan de buis gekluisterd gezeten. Heel de wereld hield de adem in. Maar ik heb goed nieuws. Vanavond hebben speciale troepen het Higgs-deeltje weten te bevrijden uit de handen van de ontvoerders. Het is ongedeerd en het is hier, dames en heren, live in de uitzending. Graag een warm applaus voor... Het Higgs-deeltje! 'En? Een beetje bijgekomen?' – Wat zal ik zeggen? Ik heb er niets van gemerkt.' 'Dat levert me een mooi bruggetje op. Wij hebben nooit iets van u gemerkt. Hoe is het om ineens ontdekt te zijn na al die miljarden jaren?' – Om eerlijk te zijn merk ik geen verschil.' 'Niet?' – Nee. We houden de boel bij elkaar. Zoals altijd.' 'Waarom eigenlijk?' – Ik heb werkelijk geen flauw idee.' 'Kunt u ons echt niets meer vertellen?' – Het spijt me, ik ben slechts een klein radertje in een veel te groot geheel.' 'Te groot, zegt u?' – Inderdaad. Alles wat ik u kan verklappen is dat het om de samenhang gaat. Maar hoe het precies in elkaar steekt?' 'Mooi is dat. U laat ons met vraagtekens achter.' – Nee hoor. Ik raad jullie aan om het beproefde recept toe te passen. Benoem het onbenoembare met Allah, Boeddha of God, voor mijn part. Dan hoef je er niet meer over na te denken.' 'Nou, nou. Een beetje meer respect voor religie mag best.' – Mijn excuses, ik wil niemand op de tenen trappen. Wat ik bedoel is dat jullie er vrede mee moeten leren hebben dat de waarheid een geheim is, hoeveel verkenners er ook naar Mars gaan. Het grote waarom zal altijd een raadsel blijven.' 'Kortom, u kunt ons ook niets wijzer maken.' – Ach weet u? Het is zoals het is.' 'Juist ja. Over naar onze volgende gast, de even gewiekste als lieftallige Waltraut Katzenjammer, u weet wel, de zus van. Na de reclame klapt ze uit de school over haar tijd met ir. Sicco deQuadsteniet. Mis het niet!'

woensdag, augustus 22, 2012

In tijden van verkiezingen is alles toegestaan

Het zat kabouter Plompzak niet mee. Eerst had hij de naam van zijn beweging al moeten wijzigen. Wat kon er nou tegen zijn op Erg Goede Partij (EGP)? Te suggestief, vond de Kiesraad. Nu was het dus Bij Nader Inzien Toch Niet Zo'n Erg Goede Partij (BNITNZEGP). Gelukkig paste dat nog net op een stembiljet. Intussen had de concurrentie niet stil gezeten. De Partij voor Autochtone Kabouters (PvAK) beloofde een muur rond het bos en Bange Kabouters '69 (BK'69) schermde met een puntmutsenforfait. Kabouter Plompzak zuchtte diep. Maar wat was dat? De grond begon te dreunen. Ja hoor, daar kwam kabouter DD aan, penningmeester en secretarieel medewerker van de BNITNZEGP, verwoed waggelend met haar imposante derrière. Vanaf zijn paddenstoel had kabouter Plompak prima zicht op het zwarte gat dat ergens diep in het decolleté sluimerde. Ineens wist hij het. In tijden van crisis denken kabouters alleen maar aan beukennootjes. Nu kon hij natuurlijk bij het stemlokaal gaan staan en iedereen die hem koos een zakje geven. Maar dat mocht niet. 'Hé DD!' riep hij. Ze keek op. Haar boezem maakte een sprongetje, terwijl de vlechten aan weerszijden de maat aan leken te geven. 'Als je maar niet denkt dat ik alweer de afwas voor je doe,' bromde ze. Kabouter Plompzak glimlachte triomfantelijk. 'Wat nou afwas? Ik ben eruit, ik beloof gewoon duizend beukennootjes voor iedereen, de volgende lente!' 'Zoveel beukennootjes zijn er niet eens,' schamperde kabouter DD. 'Who cares?' zei kabouter Plompzak. 'Dat zien we na 12 september wel.'

woensdag, augustus 08, 2012

Het gaat om goud, oelewappers!

Spanning genoeg, dames en heren, nu de Spelen de laatste dagen in gaan. Ondergetekende heeft nog kramp in het zitvlak van de shootouts bij het stokjodelen. Gelukkig bereikten onze dames de finale, maar wat scheelde het? Juist nu de eindstreep in zicht komt, is het van landsbelang om niet te verzaken. Daarom is het ronduit verwerpelijk om, zoals de afgelopen dagen herhaaldelijk is gebeurd, niet alleen in het Holland Heisa House, maar ook in de social media, te doen alsof zilver een hoofdprijs is. Tweede is tweede, met andere woorden, er is er één beter. Een dag van nationale rouw, dat is opportuun als we weer eens net naast de pot piesen! Laten we ons spiegelen aan een land als Kazachstan. Ruim 15 miljoen inwoners en voornamelijk in de woestijn gelegen. Maar wel mooi zeven medailles, waarvan zes goud, ergo de nummer tien van de medaillespiegel, twee plaatsen voor het vaderland. Niet voor het eerst, dames en heren, komt de wijsheid uit het oosten. Vanuit Londen, uw ir. Sicco deQuadsteniet

maandag, augustus 06, 2012

De ballen eraf voor het vaderland

Nu de Spelen over de helft zijn, is een analyse gepast. Wat blijkt? De zwaar tegenvallende oogst aan medailles komt voor meer dan driekwart op het conto van vrouwen. Zo verwonderlijk is dat echter niet. Uit een recent onderzoek van de Blacademie van Luttelgeest blijken mannen last te hebben van hun hormonen. De zogenaamd sterke kunne is op genetisch niveau voortdurend bezig de lengte van het geslachtsorgaan te bewijzen. Dus willen mannelijke sporters per definitie een tikkeltje te graag, waardoor ze hun Olympische doel niet zelden voorbij schieten. Vrouwen daarentegen tonen op momenten dat het erom gaat wél de vereiste koelbloedigheid. De les is duidelijk, dames en heren. Ik heb het NOC dan ook voorgesteld om slechts vrouwen en euneuchen naar Rio af te vaardigen. Wil je als man naar de Spelen, dan gaan je ballen eraf. Je moet wat over hebben voor het vaderland, nietwaar? Vanuit Londen, uw ir. Sicco deQuadsteniet

dinsdag, juli 31, 2012

Topsport of tobsport?

Alweer een dag zonder plakken. Laten we het daarom in vredesnaam maar over iets anders hebben. In een poging om ook moderne jeugd te trekken, heeft het IOC ons de afgelopen decennia kennis laten maken met vele 'hippe' sporten, zoals het trampolinehappen, de 400 meter stijldrijven en het jongleren met Stanley-mesjes. Een wat minder bekende nieuweling is het tobsporten. Om precies te zijn telt de Vaderlandse Tobsport Bond slechts één lid. Namens ons doet hij mee aan Londen 2012 en volgens de experts maakt hij nog kans op een medaille ook. Dames en heren, uw applaus voor Berend Draaigraag! 'Wat gaat er door je heen, Berend?' 'Eh. Moeilijk te zeggen. Ik kan niet kiezen, het is zoveel. Medaillekansen, ik? Je hebt als tobsporter ontelbaar veel factoren niet in de hand. Zelfs de luchtdruk en de temperatuur spelen een rol, om over de wind nog maar te zwijgen. Als alles mee zit, dan maak ik een kans, ja. Maar wanneer maak je dat nou in het leven mee, dat alles meezit? Bovendien ben ik nog maar een groentje. Kijk eens naar de voormalige Oostblokstaten. Negentig procent van de bevolking is er permanent aan het tobsporten. Daar kan ons kikkerlandje echt niet tegenop. Maar waar hebben we het over? De aarde is een speldenprik in een onmetelijk heelal. Niets van wat wij doen stelt op de schaal van het universum ook maar iets voor.' U hoort het, dames en heren, er gloort eindelijk licht in deze voor ons vaderland zo donkere plakloze dagen. Berend Draaigraag gaat ons een medaille bezorgen. Als hij tenminste aan de start verschijnt. Vanuit Londen, uw ir. Sicco de Quadsteniet

maandag, juli 30, 2012

De pijn van de troostprijzen

Een dag zonder medailles is een dag niet geleefd. Goed, we hebben de eerste poulewedstrijd in het computersteken gewonnen, zij het met de hakken over de sloot. Maar verder? Er is een plakloze dag voorbij gegaan en we zijn gekelderd in de medaillespiegel. Gelukkig hebben we de synchroondammers nog, hoewel tijdens de voorbereiding zelfs verloren werd van de Far Oer-eilanden en de kwalificatie voor de finale slechts via de herkansingen lukte. In de studio de even bevlogen als geplaagde coach, Jeroen Deplee. 'Jeroen, wat gaat er door je heen?' 'Goede vraag. Tja. Ze zeggen van een coach altijd dat hij de neuzen dezelfde kant op moet zien te krijgen. Dat is het probleem. Synchroondammers hebben geen neus. Dus moet je een ander handvat zien te vinden. Ik dacht dat het hun geslachtsorganen waren, maar dat werd door het IOC verboden na die toestanden in het Olympische dorp. Daar sta je dan met je goede gedrag. Nu heb ik te maken met 12 spelers die alle kanten oprennen behalve dezelfde. In de herkansingen ging het nog wel goed, ja. Maar dat kwam omdat ik een foto van een blote dame aan de finish had opgehangen. In de finale kom je daar natuurlijk niet mee weg.' U hoort het, dames en heren, het leven van een bondscoach gaat niet altijd over rozen, net als dat van u en mij. Rest ons dankbaar te zijn voor deze, alweer de derde Olympische dag. Een dag zonder plakken. Mooi zo. Op deze manier wennen we aan de pijn van de troostprijzen in de sportzomer die net als de zomer zelf maar geen echte zomer wil worden. Vanuit Londen, uw ir. Sicco de Quadsteniet

Eén goud maakt nog geen zomer

Oké, we hebben goud. Maar laat ons niet meteen victorie kraaien. Discusverven is nu niet bepaald een aansprekende discipline. In dezelfde categorie heeft vandaag een Chinese gewonnen met kettingslikken, op het onderdeel stretch. Boeien. In de Londen Times staat 'ons' goud van vandaag op pagina 17, bij de uitslagen. Laat ons de werkelijkheid onder ogen zien. In de takken van sport waar een medaille wel telt, heeft ons vaderland er sinds 1928, toen we zoals bekend met drie bronzen plakken huiswaarts togen, niet meer zo slecht voor gestaan als nu. Iedereen kent het verhaal van het spijkerpoetsen. Roy Zuildam, onze onverzettelijke captain, werd betrapt op migranitralol. Omdat niemand wist wat dat was, werd hij voor de zekerheid geschorst. Die klap dreigt het team niet te boven te komen. We boffen als we de groepsfase overleven. Nog erger is het gesteld met het koningsnummer van de Spelen. We dachten met onze sierbrei-equipe een serieuze kans te maken. Niets is minder waar. Vanaf het moment dat de dames in het Olympisch Dorp gehuisvest zijn, nu drie dagen geleden, is het hek klaarblijkelijk van de dam. Zelfs de druiflikkers – toch geen watjes – klaagden over het lawaai. Wiettaxi's rijden af en aan en sinds het begin van de Spelen worden er vier terreinknechten vermist. Bereidt u er zich maar vast op voor: we gaan een modderfiguur slaan in het sierbreien.

zaterdag, juli 28, 2012

Live uit Londen

Nu de Spelen van Londen eindelijk begonnen zijn, gaan onze gedachten onwillekeurig naar de roemruchte tijden dat de vaderlandse sporters nog iets in de Olympische melk te brokkelen hadden. Wie herinnert het zich niet? De ronduit legendarische manier waarop Leendert van Beusekom het onderdeel arbiterketsen op zijn naam schreef, Aafje Sonderlandt die solo het dwarsflossen won... Hoe het u vergaat, weet ik niet, beste dames en heren. Maar als ik de delegatie bekijk die namens ons in Londen de kastanjes uit het vuur moet gaan halen, vrees ik het ergste. Zelfs synchroonhinniken, de tak van sport waarin ons land sinds Sabine Poverheide de toon aangaf, is inmiddels het domein van de Aziaten. En dan heb ik het nog niet eens over het bisschopwerpen gehad! Laat ons niet vergeten dat de eer van de nationale driekleur op het spel staat. Vandaar dat ik ervoor pleit om ons te spiegelen aan de vastberadenheid die Evert Plufkens nu al meer dan een halve eeuw tentoon spreidt. In 1956 reisde hij af naar Melbourne om er deel te nemen aan de marathon rechtop staan. Helaas, Nederland besloot last minute tot een boycot. Maar Evert bleef. En Evert staat er nog steeds. Fier overeind. En we hebben hem live in de uitzending, dames en heren. 'Evert, wat gaat er door je heen?' 'Eh, dat ben ik vergeten.' 'Je bedoelt dat alles, inclusief je bagage, overboord moet voor dat ene doel?' 'Eh,' U hoort het, dames en heren. 76 jaar oud en hij heeft zijn hoofd zoals het hoort he-le-maal leeg gemaakt. Wat een focus! Waarom? Om te winnen, om de beste te zijn. Dat waarvan wij in Nederland niet meer weten hoe het moet. Misschien lukt het in Rio.

vrijdag, april 13, 2012

Eerbied voor grijze haren



Ze is het mooiste meisje op het werk en tot nu toe heeft ze me geen blik waardig gekeurd.
'Je zei u tegen mij.'
Twee bruine ogen waarover je een sonnet zou kunnen schrijven, staren me aan.
'Deed ik dat?'
'Ja,' zeg ik, 'echt.'
'Als dat zo is, dan gebeurde het onbewust.'
Reeds trekt haar mobiele telefoon alweer de aandacht.
'Dat is eigenlijk nog erger,' stel ik vast.
Nog eens trakteert ze me op een blik die een vloot in beweging zou kunnen zetten. Zelfs ontbloot ze haar perfecte gebit een beetje.
'Ja, dat is zo,' lacht ze en draait zich om.
Au.
Hoe doet die gast uit de koffiereclame dat toch?

maandag, juli 25, 2011

High score!



Tristan 2.0 is opgestaan; een Noor schiet in anderhalf uur 68 mensen dood. Een weloverwogen daad die, volgens de dader zelf, gruwelijk maar noodzakelijk was.
We hebben te maken met een gymnasiast. Geen Tristan van der Vlist met zijn VMBO-diploma, maar iemand die de grote filosofen las. Wat bracht hem tot zijn daad?

Anders Breivik was ervan overtuigd dat hij zoveel mogelijk sociaaldemocraten in de dop moest vermoorden. Anders dan Tristan van der Vlist pleegde hij geen zelfmoord na 'de daad'. Integendeel, hij liet zich zonder verzet arresteren en verklaarde zelfs mee te willen werken aan het onderzoek. Gut, wat aardig nou.

Ieder zijn waarheid. Je hebt mensen die Guus Meeuwis van zangkwaliteiten betichten, je hebt er ook die er zeker van zijn dat de wereld op 31 oktober aanstaande (alweer) vergaat.

Anders Breivik heeft geen moment getwijfeld aan zijn missie. Alsof het een spelletje Call of Duty was, beroofde hij 86 jonge mensen van het leven. Het moest gewoon gebeuren, vond hij. High score!

Anders B. heeft iets gemeen met Karst T. en Tristan van der V. Ze besloten op eigen houtje in opstand te komen. Hun daden zijn niet goed te praten. Wel zijn ze een vingerwijzing. Een tragedie zoals op het eiland Utoya drukt ons met de neus op het feit dat we allen gegijzelden zijn van een dolgedraaid systeem. Hier en daar moet de druk wel ontsnappen.

Pang! Wat is het verschil tussen een muisklik en een rukje aan de trekker? In beide gevallen klinkt er een ijselijke kreet en valt er een soort van poppetje om.

De grenzen vervagen. Daar hadden de oude Grieken en Romeinen ook last van voor hun rijken als kaartenhuizen in elkaar stortten.

Gaat u voor mijn part iedere koopzondag naar Ikea en blijft u vooral uw hypotheek betalen, want dan groeit de economie. Maar weet dat u nergens meer veilig bent. Of u nu naar de supermarkt of naar de Efteling gaat, overal kunt u het slachtoffer worden van een 'lone wolf' die de revolutie predikt. Tristan 3.0 is waarschijnlijk al in de maak, nu al zit er ergens op een zolderkamertje een psychopaat een plannetje uit te broeden om Breiviks meesterstukje te overtreffen. Dankzij Internet is de dorpsgek ineens een mondiale bedreiging geworden.

woensdag, juni 29, 2011

Kutkunstenaars


Natuurlijk ben ik boos. Maar ik heb geen zin om mee te huilen met de wolven in het bos. De bezuinigingen op de cultuur? Die boekhouders in Den Haag gaan hun geheiligde populistische gang maar.

Waar ik me meer zorgen over maak is de manier waarop over kunstenaars wordt gedacht. Dat ze met de rug naar de mensen staan en met de knip richting subsidies en zo.

Iedereen mag denken wat hij wil, laat dat duidelijk zijn. Zet kunstenaars voor mijn part weg als profiteurs, maak er de nieuwe Marokkanen van tot u een ons weegt.

Maar vergeet alstublieft nooit dat kunstenaars voor hun passie hebben gekozen, ook al houdt dat in dat ze van de ene antikraakwoning naar de andere trekken om het bestaan een beetje vol te kunnen houden.

Kunstenaars betalen ook belasting. Ze nemen een doorgaans karig bestaan voor lief omdat ze hun hart volgen. In de Bijbel staat dat het een zonde is om je licht onder een korenmaat te schuiven, met andere woorden, het is je menselijke plicht om je talenten te ontplooien.

Onweerlegbaar feit: kunst maakt het leven leuker dan geld.

Helaas kijkt niet iedereen verder dan zijn neus lang is. De ME hakt er lustig op in zodra kunstenaars het lef hebben om hun ongenoegen over de bezuinigingen iets te lawaaierig te uiten.
'Doe iets nuttigs', blaat de buitenwacht, 'verdien geld!'
Daar zijn de kunstenaars nou juist naarstig mee bezig, net als iedereen. Alleen hebben ze iets gemeen met politici. Ze zijn het contact met het volk kwijt geraakt. Hun fout, toegegeven. Kunstenaars mogen best iets aan hun PR doen, de kloof tussen hen en 'de anderen' moet gedicht. Tot het zover is, kunnen ze blijkbaar genadeloos in een hoek worden gezet, net zoals Marokkaanse jongeren.

Kutkunstenaars?

Welnee, gewoon medemensen die het leven kleur geven.

vrijdag, april 22, 2011

Heet van de naald.



Leusdense wetenschapper verwacht Nobelprijs

'En niets minder'


LEUSDEN, vandaag – De vrij algemeen aanvaarde veronderstelling dat de mens van de aap afstamt, moet op de helling. Althans, volgens drs. Arend-Jan Seurniet, de geboren en getogen Leusdenaar die al eerder van zich liet spreken met de explosieve theemuts en de opvouwbare wasdroger. Tientallen jaren onderzoek en, zoals hij het zelf noemt, een neus voor complotten, zouden naar een heel andere voorvader wijzen. 'Geen speld tussen te krijgen,' aldus de wetenschapper, 'het rokkostuum hangt al klaar!'

Tot nu toe was het eenvoudig: ofwel was je van mening dat God de mensen heeft geschapen ofwel je dacht dat mensen van apen afstammen. Creatie of evolutie? We moeten naar het rustieke Leusden voor een verrassend antwoord. De enige verkeerslichten die het dorp rijk is, werpen hun scherpe schaduw op een leeg wegdek. Vroeger, ja vroeger was dat wel anders. Ooit was Leusden belangrijker dan het nabijgelegen Amersfoort, vanwege een kerk. Van heinde en verre kwamen de mensen in de prille middeleeuwen toegestroomd. En nu? Anno 2011 lopen er wat katten over straat, ergens in een voortuin slingert een fiets met zijwieltjes, de doorzonwoningen hebben de ogen dicht. Bijna alle inwoners lijken op vakantie deze paasdagen. Niets wijst erop dat we op het punt staan het naar eigen zeggen grootste genie sinds Albert Einstein te ontmoeten. Leusden? Nooit van gehoord.

Touringcars

Als het aan drs. Arend-Jan Seurniet ligt, gaat daar binnenkort verandering in komen. 'Denk je eens in,' roept hij, 'straks rijden hier aan de lopende band touringcars langs, Amerikanen, Japanners, Zweden, iedereen zal de plek willen zien waar het ontdekt is!'
De gedachte aan koffie komt kennelijk niet bij hem op. Nadat hij ons heeft binnengelaten, beduidde hij niet eens te gaan zitten. Toch doen we dat terwijl de wetenschapper maar blijft ijsberen.
'Ze houden ons voor het lapje,' oreert hij, 'en niet zo'n beetje ook. Omdat ze bang zijn dat we niet tegen de waarheid kunnen. Ze willen ons doen geloven dat onze betbetbetbetbetbetovergrootvaders apen waren. Het idee alleen al. Zijn die Darwinisten eigenlijk wel eens naar de Apenheul geweest?'
We lijken onzichtbaar voor Seurniet. Hij wacht niet op een antwoord.
'Vergeet het maar,' vervolgt hij, 'anders was ze ongetwijfeld opgevallen dat apen geen kleren aan hebben en mensen juist wel.'

Felle vlek

Er valt een stilte. Door een gat in de gordijnen snijbrandt de zon een felle vlek op het sleetse vloerkleed.
'Dus?' vraag ik.
Met beide handen trekt Seurniet aan de weinige haren die op zijn schedel resteren.
'Ziet u het dan niet?!' huilt hij bijna. 'De mens kan onmogelijk van de aap afstammen, anders had het beest wel een pak aan getrokken!'
De geluidsman en ik kijken elkaar aan. Beiden trekken we onze wenkbrauwen op. Hebben we iets gemist?
'Oké,' zeg ik, 'de mens stamt niet van de aap af.'
'Heel goed,' zucht Seurniet schijnbaar opgelucht. Hij is abrupt gestopt met ijsberen en heft de kin theatraal, alsof hij nadruk wil geven aan zijn woorden.
'Weekdieren,' zegt hij dan. Vervolgens kijkt hij me recht aan. 'Daar ligt onze oorsprong. En ik heb de bewijzen, de Nobelprijs kan me niet meer ontgaan!'
'Werkelijk?' zeg ik zo neutraal mogelijk.
'Ha!' lacht de wetenschapper. 'Ze doen het zo voorkomen alsof we net als apen een ruggengraat hebben. In de praktijk kun je dagelijks zien dat die theorie kolder is. Wij zijn allen slijmerds.'

Opvallend charmant

'Juist ja,' antwoord ik beduusd en zie dat ook de geluidsman ongemakkelijk op zijn stoel heen en weer schuift. 'We, eh, gaan maar eens gauw naar de redactie terug. Vanzelfsprekend moet dit op de voorpagina.'
drs. Arend-Jan Seurniet begeleidt ons, opvallend charmant ineens, naar de deur.
'Heeft uw krant er al gewag van gedaan dat de aarde een pannenkoek is?' informeert hij.
'Eh, nee,' beken ik.
Hij gebaart me dichterbij te komen en fluistert het in mijn oor. 'Waarom denkt u dat donker gekleurde mensen altijd zo aangebrand reageren? Berg u maar! Volgend jaar, in 2012, worden we omgedraaid en vliegen we met z'n allen de lucht in.'
Dan stappen we in de auto en verlaten we Leusden, nu nog een stipje aan de voet van de Utrechtse Heuvelrug, maar straks?

zondag, april 10, 2011

Genoeg is genoeg!



Vandaag, lieve dames en heren, gaan we het over een onderwerp hebben dat de gemoederen al weken danig bezig houdt: de proet.

Zoals bekend wordt het bestaan van de proet officieel ontkend. Het Ministerie van Welbevinden heeft via een woordvoerder zelfs laten weten dat we hier met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid te maken hebben met een collectieve psychose. Het risico om besmet te raken zou vrijwel nihil zijn.

U en ik weten wel beter.

Gisteren nog zorgde een proet voor een ernstig ongeluk in Waaiweg, waarbij een kraanwagen en drie Lego-poppetjes te betreuren vielen. En eergisteren? Ach, u allen staat die dag ongetwijfeld voor altijd in het geheugen gegrift. Moeten we het er nog over hebben, de paniek, de ontheemde families, de ontreddering die bijna compleet was?

Nee, sommige dingen moet je maar op YouTube bekijken (als je morbide bent en je maag sterk genoeg is tenminste).

Het is jammer dat het Malieveld niet in de verste verte lijkt op het Tahrirplein in Caïro. Anders zou de roep van het volk zeker al tot die wereldvreemde kliek in Den Haag zijn doorgedrongen. Waar zijn we hier, dames en heren, Tripoli?! Moeten we soms een tentenkamp op het Binnenhof inrichten om tot het grote gezelschapsspel toegelaten te worden?!

Daarom, meneer wat loop je weer te k***** Rutte, nogmaals de feiten op een rijtje:

* De proet slaat wild om zich heen (al willen sommige geruchten ons doen geloven dat het om een onschuldig gewas gaat, maar zelfs dan hebben mensen met een tuin – waaronder vele van uw kiezers - een niet onaanzienlijk probleem);
* Niemand weet wat de proet is;
* We zijn het zat.

DOE ER IETS AAN (EINDELIJK)!

dinsdag, januari 11, 2011

Onbewoonbaar verklaard

.
Het is donker in het trappenhuis, erg donker. Een veel te smalle trap wentelt zich om een lichtvlek heen omhoog. Hoe krijg je hier in hemelsnaam een tweezitsbank omhoog?



Gelukkig, ik vind een lichtknopje. Alhoewel? Nu wordt zichtbaar wat ik liever niet had gezien: de driedubbele sloten op de deuren, de versleten deurmatjes, de afbladderende verf, het gebrek aan kleur, de algehele vaalheid. In dit trappenhuis zou zelfs Erica Terpstra depressief worden.

Phew, ik ben boven. Hijgend ontdek ik waar de lichtvlek beneden in het trappenhuis vandaan kwam: er ligt gegolfd glas op het dak. Zo te zien is het al jaren niet meer schoongemaakt. De zon wordt gefilterd door mos en verft de overloop van de vierde etage junglegroen. Waar is nummer 35-E, het appartement dat mij toegewezen is? Aha, links.

Er brandt licht achter het kijkgaatje, zodat ik besluit aan te bellen. Een schilder doet open. 'Geen fijne buurt hier', waarschuwt hij.
'Ik weet het', zeg ik en loop de woonkamer in. Mijn mond valt open. Het uitzicht – tussen de flats door - bestaat uit een klein stukje A-28. Het balkon meet nog geen zestig centimeter breed, tel uit je winst. De rest is al evenmin bemoedigend. Een grote scheur ontsiert het plafond en er zit schimmel op de muren.



Het geheel is voorzien van enkel glas. Ik zou er blij mee moeten zijn, want het is tenminste een dak boven mijn hoofd. Maar ik ben niet blij. Ik ben geschokt en verontwaardigd tegelijk.
'609 Euro per maand', zeg ik tegen de schilder. 'Exclusief service- en stookkosten. Dat zou ik hiervoor moeten betalen.'

De andere kamers bieden dezelfde uitgewoonde aanblik en het toilet trakteert me op een enorme putlucht. In de keuken lopen de leidingen open en bloot vuil te zijn.



'Een jaartje hooguit', zegt de schilder, 'dan gaat de zaak tegen de vlakte en moet je eruit.'
'609 Euro', herhaal ik. 'Voor een krot. Zulke woekerpraktijken zou je van een huisjesmelker verwachten, niet van de bekendste woningbouwvereniging in Amersfoort.'
De schilder pakt me bij een schouder. 'Ik mag alleen de muren witten. Van de rest moet ik afblijven. Serieus, ik doe dit werk voor Jan met de korte achternaam. Zeg dat je het voor de helft doet. Misschien trappen ze erin.'
Nog eenmaal laat ik mijn blik dwalen langs de melaatse muren.
'Al kreeg ik geld toe', besluit ik.




.

donderdag, december 02, 2010

Na ons de zondvloed



Tot voor kort begon mijn dag steevast met hetzelfde ritueel: met gevaar voor eigen leven klom ik op het aanrecht, ontkoppelde de afvoer van de combiketel en leegde die in een pan die speciaal voor dat doel klaar stond op het keukenkastje. Die pan moest ik vervolgens met één hand (met de andere hield ik me aan het keukenkastje vast) zien om te keren boven de gootsteen, zonder te morsen (wat maar zelden lukte). Als ik het ritueel achterwege liet dan dreigde lekkage, een koolmonoxidevergiftiging of een combinatie van beide. En dat dan tegen een prijskaartje van ruim 400 Euro in de maand, tel uit je winst.

Vandaag is het zover, 180 woningen die binnenkort gesloopt worden, waaronder de mijne, moeten leeg opgeleverd. Dat was de deal. We mochten er wonen tot ze tegen de vlakte zouden gaan. Daarna was het ieder voor zich en God voor ons allen. De gemeente is nog wel zo attent geweest om containers te plaatsen waarin de bewoners hun grof vuil kwijt kunnen. Maar waarom dat hele eind gesjouwd? Bij de flats aan de overkant zie ik het huisraad regenen. Driezitsbanken, koelkasten, door het raam ermee! En anders gewoon van het balkon! Er ontstaat een merkwaardig ritme wanneer eens in de minuut wel ergens meubilair te pletter stort. Na een paar uur biedt het gazon rond de acht flats de aanblik van een strand na een tsunami. De sneeuw die inmiddels is gaan vallen, bedekt het geheel vergeefs met een laagje poedersuiker. Want het blijft alsof er een neutronenbom is ontploft; de gebouwen staan nog overeind, maar de ingewanden zijn uitgespuugd.

Nee, ik zal de beschimmelde plafonds, de lekkages en het te lage aanrecht niet missen om nog maar te zwijgen over mijn ochtendritueel. Toch breng ik mijn spullen van de derde verdieping gewoon via de trap naar beneden. Als ik bijna klaar ben en voor de hopelijk op drie na laatste keer afdaal, kom ik mijn bovenbuurman tegen.
'Ik ga niet weg,' verklaart hij stellig, 'dan hadden ze maar vervangende woonruimte moeten regelen. We kunnen verdomme nergens anders heen.'
'Nou,' antwoord ik, 'volgens mij gaan ze vanmiddag de boel dicht timmeren. Heb je een goede touwladder?'
Mijn bovenbuurman verschiet van kleur en mompelt dat hij toch maar een aanhangwagen gaat regelen. Hem zal ik trouwens ook niet missen. Dankzij de gehorigheid kon ik intens meegenieten van de dagelijkse ruzies met zijn Spaanse vriendin. Meestal ging het over geld of over haar vier inwonende dochters. Het valt ook niet mee, met zijn zessen in een tweekamerwoning.

Als ik rond het middaguur mijn appartement nog eenmaal wil inspecteren, blijkt de ingang van de flat inderdaad al gebarricadeerd... door de inboedel van mijn bovenbuurman. Sommige vloerdelen onttrekken zelfs een geparkeerde auto gedeeltelijk aan het zicht.
De gemeente laat een shovel uitrukken, er komt een vrachtwagen met een grijper, maar omdat mijn bovenbuurman niet de enige was die de zwaartekracht te hulp heeft geroepen, is er haast geen beginnen aan. Terwijl een grote knuffelbeer langzaam met een laagje sneeuw bedekt raakt, veegt een gemeentewerker de ingang enigszins vrij. 'De dag wordt niet lang zo,' verzucht hij, 'maar het lijkt wel oorlog hier.'