Twitter

Follow Ep_Meijer on Twitter

zondag, september 13, 2009

Doe het nou niet want ik heb het zo graag



Homo's hebben het maar gemakkelijk. Die gaan gewoon naar een parkeerplaats langs de A-12 en hangen een zakdoek op een bepaalde manier uit hun broekzak. Klaar is Kees, alle betrokken partijen weten meteen waar ze aan toe zijn qua vraag en aanbod.

Voor een heteroseksuele man ligt het wat lastiger. Een zakdoek half uit mijn broek? Kom nou, de andere kunne denkt meteen dat ik onverzorgd ben. Niet dat er een plek bestaat waar er vrouwtjes zijn die zich met mij willen verenigen, vrouwtjes althans die openlijk daarvan getuigen en – heel belangrijk, want ik heb nog nooit voor seks betaald en ga het ook nooit doen ook – het gratis met me doen.

Gratis? Ach, aan iedere seks hangt wel een prijskaartje (een bloemetje zus, de vuilnisbakken buiten zetten zo). Daar gaat het nu even niet om. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen bijna net zo vaak behoefte aan seks hebben als mannen, zeker als ze single zijn.

1 + 1 = 3. Het is in onze maatschappij nu eenmaal niet gangbaar om publiekelijk van onze lust te getuigen. Stel dat ik in een T-shirt zou rondlopen met de tekst: 'Eventueel geïnteresseerd in seks met u.' Een groen petje dan, voor alle vrijgezellen? Via gekleurde reepjes kun je dan de voorkeuren bekend maken.

Geeft u het toe: het zou niet werken in de echte wereld. Mensen zouden het zielig vinden.

Toch droom ik wel eens van ingebouwde chips die, zodra sprake is van oogcontact met een mogelijke partner, onmiddellijk allerlei informatie heen en weer seinen.

'Okay buster, this one requires 23 text messages, two dinners and a lot of wine. She loves performing oral sex though. She says she's great at it. Unfortunately your bank account doesn't allow you to take her out. Do you want to continue?'

Dromen zijn bedrog en hetero's zijn geen homo's. Dus zit het spel wat ingewikkelder in elkaar en moeten we het vooral van toeval hebben voor een match. Zonde, als je bedenkt hoeveel kansen op hemels samenzijn er dagelijks verloren gaan, juist als je er zo'n zin in hebt. Was je nou maar in gesprek gegaan met die mooie meid, desnoods had je haar gevraagd of ze wist waar de lucifers lagen (vanwege de vonken)!

Ik weet het goed gemaakt. Voortaan, als ik in de supermarkt ben, verwissel ik mijn boodschappenmandje iedere tien seconden van arm, ten teken dat ik in ben voor spannende avonturen. Of nee, nog beter: ik lach gewoon naar jullie.

Maar dat deed ik altijd al.
Zucht.
Suggesties zijn welkom.


Ep Meijer 2009.
Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd.

vrijdag, september 04, 2009

En dan nu het nieuws




Boven Schiphol kwam vanochtend in alle vroegte een Airbus in een zwalkende koers terecht; de automatische piloot was dronken.

De belasting op lichaamsgewicht, ook wel bekend als BOL, is van de baan. Geruchten als zou de omvang van de betrokken minister een rol hebben gespeeld, worden krachtig tegengesproken.

In Wormerveer is vanmiddag omstreeks drie uur een man zijn zelfbeheersing verloren. De eerlijke vinder wordt beloond.

In Appelscha is vandaag de apriot uitgevonden. Omdat zelfs de uitvinder geen idee had waar het apparaat toe diende, is meteen tot vernietiging overgegaan. De gemeente heeft tien weken de tijd om een verwijderingsbijdrage te heffen.

Op Vlieland is het wereldrecord fietssleutels kwijtraken verbeterd. Een schrijver en zijn oudste zoon presteerden het om er binnen 24 uur drie zoek te maken.

Een andere recordpoging mislukte. In een uitverkocht Ahoy slaagde Sam Snicker er niet in om met honderd vrouwen achter elkaar geslachtsgemeenschap te hebben. Zijn commentaar: 'Ik snap er ook niets van, bij de generale repetitie ging het nog zo goed.'

Bij een ongeluk met een kraanwagen in Oelesloot zijn drie Lego-figuurtjes in stukken gebroken.

In Lutjegast heeft een jonge vrouw een kikker doodgekust.

Een schrijver uit Amersfoort heeft zichzelf uit protest tegen de gang van zaken opgeblazen. De ballon met zijn beeltenis is het laatst gezien boven Leusden.

Het is weer veilig om aardappels te eten. De consumptie van groente, vis, vlees en zuivelproducten is voorlopig nog af te raden.

Met ingang van morgen is het niet meer strafbaar om in het openbaar je wijsvinger op je achterhoofd te houden en drie keer in de rondte te draaien terwijl je 'ulk, ulk!' roept.

De kapitein die eerder dit jaar in het nieuws kwam omdat hij met zijn veerboot in plaats van naar Terschelling naar de Lofoten voer, is eindelijk op de terugweg. Er is hem beloofd dat hij tijdens de volgende Olympische Spelen mag jureren bij het snelwandelen.

Nog meer Olympisch nieuws: Anky van Grunsven blijkt toch een paard. De dierenbescherming beraadt zich over stappen naar aanleiding van haar misbruik van het gebit van Salinero.

In tegenstelling tot wat lang werd aangenomen, is de wereld plat. Uit de nieuwste gegevens van de NASA blijkt dat God pannenkoeken aan het bakken is. Het heelal is natuurlijk veel te groot voor zo'n oude man. Vanzelf vergeet hij er af en toe eentje om te draaien, wat met de aarde waarschijnlijk aan de hand is. Daarom reageren mensen die in het zuiden wonen doorgaans zo aangebrand, aldus de onderzoekers.

Dan nog een laatste bericht: Het is officieel; iedereen met een Hyves-profiel mag deelnemen aan het WK om aandacht vragen, dat zoals bekend medio mei volgend jaar op de top van de Mount Everest gehouden wordt.

Het weer morgen: Veel klots en dwarrelzwab.


Ep Meijer 2009.
Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd.

dinsdag, september 01, 2009

Zo moet een huisvrouw zich voelen




Hoewel er 's avonds miljarden blinkende speldenknopjes aan de hemel staan en je zelfs vaak kosmisch gruis in de dampkring kunt zien verbranden (zodat je tientallen wensen mag doen), staat deze vakantie – als je het zo mag noemen, want het lijkt meer op bezigheidstherapie – niet onder een goed gesternte.

Zo presteren mijn oudste zoon en ik het om het wereldrecord fietssleutels kwijtraken met glans te verbeteren: drie in twee dagen tijd. Ook is het linnengoed voor ons tenthuisje niet geleverd en blijken de twee gasflessen leeg. Tot overmaat van ramp is de Spiderman-trolley van mijn jongste zoon kwijt, met daarin onder andere een zelfgemaakte knuffel. Het arme jong heeft al zo'n heimwee.

Om dat soort dingen kun je later misschien ooit eens lachen of meewarig glimlachen. Dat geldt niet voor wat er op de derde dag van onze zogenaamde vakantie gebeurt: vrouwlief verrekt haar enkelbanden.

Vanaf dat moment ben ik alleen nog maar bezig heen en weer te rennen. Ik spreek vrouwlief bemoedigend toe, regel dokters en taxi's. Ik help haar even geduldig als liefdevol bij het aan- en uitkleden, begeleid haar naar het toilet, als het moet midden in de nacht. Ik prijs vrouwlief even uitbundig als oprecht vanwege de dappere manier waarop ze met haar handicap omgaat – ze overwint zelfs de duinovergang, op krukken, de heldin! Natuurlijk snel ik naar het dorp om pleisters voor haar te halen, extra dure.

Intussen houd ik de BV Zeester gaande (zo heet ons tenthuisje). Ik doe de boodschappen, ik kook, dek en ruim de tafel af, ik doe de afwas en de was. Ik hang de was ook op en weet gaandeweg heel creatief om te gaan met het gebrek aan wasknijpers. Alleen het bed van mijn jongste zoon al verschoon ik acht keer, want de heimwee laat hem nog meer bedplassen dan anders. Ik ruim braaksel op en gooi de emmer met urine leeg, als vrouwlief begrijpelijkerwijs niet weer helemaal naar het toiletgebouw wil. Ik kan zien dat de blaren op haar handen erg zeer doen, ondanks de dure pleisters. Met geen woord hoor je haar klagen. Natuurlijk zorg ik dat het haar aan niets ontbreekt.

Tussen de bedrijven door ben ik kinderdagverblijf en politieagent ineen. Nog maar nauwelijks bekomen van het opblazen van twee flippers en een strandbal, dien ik het gespuis alweer van drinken te voorzien, want ze hebben zo'n dorst. Ofschoon het ook hen aan niets ontbreekt, maken ze vaak onderling ruzie. Over futiliteiten. Wiens ijsje hoeveel heeft gekost, puzzelboekjes waarvan we er honderd hebben, maar juist in dat ene willen ze alledrie tegelijk kijken. Ik speel me wat voor Veiligheidsraad, zeg.

Dan breekt de vrijdag aan, de laatste hele dag van onze tijd op Vlieland, in sommige kringen ook wel vakantie genoemd. Omdat we uit gaan eten, heb ik eindelijk een moment voor mezelf en kan ik aan mijn boek beginnen, waarop ik me erg verheugd heb. Ik kondig het zelfs publiekelijk aan.
'Kinderen,' spreek ik. 'Nu ben ik even aan de beurt. Pappa gaat net doen alsof hij vrij is en hij gaat lekker lezen. Tot later!'

Welgeteld één pagina van het voorwoord heb ik tot me genomen.
'E-ep,' vraagt mijn oudste zoon, 'wil je mijn vlieger uit de knoop halen?'
'Nee,' antwoord ik zonder van het boek op te kijken, 'zoals je ziet ben ik aan het lezen. Voorzover ik het net nog niet duidelijk genoeg heb gemaakt, ik wens even niet gestoord te worden.'

Een alinea later meldt zich dochterlief die er al die tijd bij heeft gestaan.
'E-ep, waar is het wc-papier? Ik moet poepen.'
'Waar het altijd ligt,' zeg ik, sla het boek dicht, verzamel de afwas en haast me naar het toiletgebouw. Daar heb ik tenminste rust.


Ep Meijer 2009.
Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd.

dinsdag, augustus 04, 2009

You can't always get what you want



'Goedemorgen, ik wil graag iets tegen pijn.'
– Maar natuurlijk meneer. Heeft u een momentje? Alstublieft.'
'Au, wat doet u nu? U slaat me met een schildpad op het hoofd!'
– U wilde toch iets tegen pijn? Er staat hier op de verpakking dat het helpt bij alle klachten.'
'Dat is geen verpakking, idioot, dat is zijn schild.'
– Welnee, kijkt u maar. Er zit iets in.'
'Dat is een levend beest, man, de pad van schildpad om precies te zijn. Er zit een schild omheen, geen verpakking. Vandaar schildpad.'
– Wacht. Misschien moet ik mijn leesbril er even bij pakken. Ah, ik zie het al, het product dient eerst vermalen te worden voor het wordt aangebracht. Als ik hard genoeg sla, moet dat toch geen probleem zijn, dacht ik zo.'
'Au! Nu slaat u me alweer met die schildpad op het hoofd. Bent u wel goed snik?'
– Zegt u eens eerlijk, voelt u iets?'
'Nogal wiedes, er zijn zich twee fikse builen aan het ontwikkelen op mijn schedel. Ik sterf van de koppijn.'
– Maar voor het overige voelt u niets meer, toch? Ziet u wel, het heeft geholpen!'
'Het heeft helemaal niet geholpen, eikel. Volgens mij moet u dringend even langs de psychiater. Trouwens, het was niet eens voor mezelf, maar voor mijn vrouw. Ze is namelijk net ontslagen uit het ziekenhuis.'
– Dan weet ik het goed gemaakt. U krijgt er twee voor de prijs van één.'
'Wat moet ik in vredesnaam met twee schildpadden?!'
– Uw vrouw ermee op het hoofd slaan misschien?'
'Ze ziet me aankomen, zeg. Geeft u me nu maar gewoon wat Ibruprofen of Paracetamol en houdt u die schildpadden gewoon lekker zelf.'
– Para-wat?'
'Paracetamol en vlug wat, voor ik mijn geduld verlies.'
– Ik heb precies wat u zoekt, een klein momentje alstublieft.'
'Maar dat is een mol!'
– Niet zomaar een mol, meneer, kijkt u maar.'
'Ja hallo, zo kan ik het ook. U plakt een postit-sticker met 'Paraceta' op het beest.'
– Neemt u hem mee of zal ik hem voor u vermalen?'
'Nee bedankt, bij nader inzien laat ik mijn vrouw wel aan een kikker likken.'

vrijdag, juli 24, 2009

Fletsj! Of: een welgemeend advies aan vrouwen met groene vingers




In deze tijd van het jaar moet je na zonsondergang oppassen in de tuin. In ieder geval is het aan te raden om schoeisel aan je voeten te hebben. Je kunt namelijk zomaar op iets stappen dat als een bananenschil aanvoelt. Alleen is deze bananenschil levend. Althans, hij heeft geleefd tot jij erop stapte. Misschien leeft hij nog steeds. Moeilijk te zeggen. Kan iets leven als de ingewanden eruit puilen? Tjonge, dat zelfs een naaktslak darmen heeft!

De naaktslak dus. Hij schijnt een plaag te zijn in de tuin. Geen idee waarom. De enige naaktslakken die ik ken, liggen hinderlijk in de weg op stoeptegels, al dan niet in rottende staat. Eén van mijn talloze exen had uitzinderlijk groene vingers en wist zeker dat naaktslakken om een totale oorlog vroegen. Ze zette vallen in de tuin. Kommetjes gevuld met bier, want daar waren ze gek op. De beesten hadden nog smaak ook. Daar gingen mijn tripeltjes.

's Ochtends vonden we de kommetjes propvol opgezwollen naaktslakken die ik dan kokhalzend in de kliko gooide. Dat maakte een geluid als een heel grote klodder snot die in een bak met palingen terecht kwam.
'Mooie dood, toch?' vond mijn ex.

Vanavond heb ik in de schemering als een soort amateur-Richard Attenborough op de hurken in de tuin doorgebracht en het gedrag van naaktslakken bestudeerd. Ga er maar aan staan. Je moet leven van spul waarin maar heel weinig calorieën zitten. Dus heb je geen andere keus dan de hele nacht foerageren, eten tot je barst en gauw weer terug, voor de zon je verzengt. Het lijkt warempel een verhaal uit de Griekse mythologie.

Dat is nog niet alles. Naaktslakken bewegen zich met een gratie waaraan Rudolf Nurejev nog een puntje kan zuigen. Dan heb ik nog niet eens over de voelsprieten gehad. Vier hebben ze er en ze zijn voortdurend op verkenning. Ze strekken zich uit en verdwijnen weer, in een ritme dat alleen aan naaktslakken voorbehouden is. Naaktslakken spelen ballet met de werkelijkheid. In slow motion, hoewel de nachten kort zijn. Naaktslakken staan voor onthaasting. Zo menig filerijder kan er nog wat van leren.

Kortom, ik nodig mijn vrouwelijke lezers (voorzover in het bezit van een tuin) uit om de naaktslak niet als een plaag te beschouwen, maar als een cadeau, gezien ook zijn vorm en vooral zijn voelsprieten. Jullie smeren toch ook al het gezicht in met slakkenslijm? Nou dan. Kijk naar die loom kronkelende levenslust aan jullie voeten, geniet van je fantasie en voer het bier, met name als het Belgisch is, aan je man. Bedankt vast. Voor het overige ben ik van mening dat naaktslakken, slijmerig als ze zijn, in het parlement thuishoren. We zetten ze gewoon een brilletje op, trekken ze een stropdas aan en ik zweer het jullie: niemand merkt het verschil.

Veel tuinierplezier!

dinsdag, juli 07, 2009

Je kunt het maar het beste eruit gooien




Slecht nieuws, beste lezers. Onze dorpsgenoot Barend Blaasman is er wederom niet in geslaagd om zich voor de regionale selectie te plaatsen. We troffen hem daags na het debacle in café-restaurant 'In den frisschen Wind', alwaar hij juist zijn dagelijkse zestien kopjes Franse uiensoep aan het wegwerken was. Een gesprek met een gefrustreerde verliezer.


Een gezinsportie chili con carne per dag, à lá, maar zestien kopjes Franse uiensoep? Het is niet dat uw verslaggever pretendeert iets van de materie af te weten, maar ik besloot recht op mijn doel af te gaan.
'Zeg, Barend,' vroeg ik, 'zou het niet je voedingspatroon kunnen zijn?'
'Aan die uien ligt het niet,' bromde hij. 'Ik doe twintig keer per dag het Wilhelmus, en achterstevoren ook, als het moet. Nee, het ligt aan de jury.'
'De jury?'
Barend sloeg met zijn vrije linkervuist op tafel, zo hard dat de lepels in de al zeven lege kopjes ervan rinkelden, terwijl de groeibriljantjes in zijn ooghoeken glinsterden.
'Je bent echt boos, hè?'
'Man,' zuchtte hij, 'wist je dat Bach speciaal voor ons soort mensen stukken heeft gecomponeerd? De musicologen hielden het op een schrijffout. Zodoende worden de solo's die eigenlijk voor ons bestemd zijn, nu door fagots uitgevoerd. Niet vaak trouwens. Maar daar gaat het niet om. Ik heb verdomme een fuga van Bach gedaan!'
'De concurrentie mocht er natuurlijk ook zijn.'
'Wat nou concurrentie? Die man uit Grootebroek kon niets anders dan boer-daar-ligt-een-kip-in 't-water. En nog vals ook. Die vent uit Knijpsteeg beweerde dat hij de Marseillaise deed, maar geloof me, daar was niets van te horen. Trouwens, moet je zien wie er gewonnen heeft? Het is verdomme een schande. Ze gaan helemaal voorbij aan de schoonheid van de sport. Alleen het resultaat telt.'
'Misschien gaat het om de geur?' opperde ik alsof mijn neus bloedde.
Barend leunde achterover en liep rood aan, terwijl hij woordeloos naar de deur wees. Was hij soms bij Louis Banaal in de leer geweest? Hoe dan ook, dit interview was duidelijk voorbij.

Dus laten we Barend Blaasman maar, gebogen over de negen koppen Franse uiensoep die hij als petomaan nog te gaan had. We wensen hem volgend jaar meer succes bij de regionale plaatsingswedstrijden flatuleren. Hij zal zijn frustratie uiteindelijk wel wegblazen, maar in zijn hart zal hij het nooit kunnen verkroppen dat hem de loef werd afgestoken door een stille wind, iets wat u en ik hem tevoren hadden kunnen vertellen.


Ep Meijer, juli 2009
Deze tekst is auteursrechtelijk beschermd.


PS: De man op het plaatje is Joseph Pujol. God hebbe zijn ziel.

zaterdag, juli 04, 2009

Samen uit, samen thuis




De wereldgeschiedenis heeft geleerd dat terugwegen niet iets zijn om luchtig over te doen. Vraag het Napoleon, wiens leger tijdens de terugtocht uit Moskou in de pan werd gehakt. Vraag het Odysseus, ook al is hij dan verzonnen, die stormen, sirenen en een Cycloop moest overwinnen om weer thuis te komen uit Troje.

Op de heenweg kun je je tenminste nog ergens op verheugen. Op de terugweg daarentegen lonkt niets anders dan thuis, daar waar je juist vandaan vertrokken bent.
Waarom überhaupt nog gaan?

Omdat er een kermispretpark in de stad is en dat is wel duur, maar o zo leuk voor de kinderen.

Voorwaar, leuk was het. Wat heeft het kroost genoten, wat kon het niet op qua sensatie, zoetigheid en hoogtevrees mijnerzijds! De pannenkoeken achteraf mochten er trouwens ook zijn.

Dan breekt onvermijdelijk de terugweg aan, onder normale omstandigheden een half uur fietsen, maar ons tempo wordt bepaald door een meisje van vijf, op een fiets met zijwieltjes. Mijn oudste zoon Sietse houdt als een herdershond de groepjes bij elkaar die vanzelf ontstaan. Als hij buiten adem weer eens bij mij en Bart verslag komt uitbrengen, belandt zijn voorwiel in de berm. Hij probeert nog bij te sturen, maar het fietspad is te hoog. Het voorwiel klapt dubbel en Sietse smakt op het asfalt. Zijn knie bloedt lelijk en hij huilt als een jonge wolf, maar daar komt mijn collega en vriend Milos al aangerend met een papieren zakdoekje. Verderop, zie ik, is het konvooi tot stilstand gekomen.

Er dreigt onweer, de hele dag al. Slechts als door een wonder is het tot nu toe droog gebleven en is niemand van ons negenen door de bliksem getroffen in de achterlijk hoge zweefmolen, waar ik als enige niet in durfde. Feit is dat dit avontuur nog wel eens lang kon gaan duren.

Of dat erg is? Als de karavaan onder de resolute leiding van mijn vriendin weer op gang gekomen is, bezie ik het gezelschap. Naast mijn vriendin fietst Erika, bij haar achterop zit chocolakleurige Nana, het resultaat van Erika's romance met een Afrikaan. Achterop bij mijn vriendin zit hoogblonde Tineke en zoals altijd kwetteren Nana en Tineke erop los. Duo Penotti. Soms zingen ze ineens en soms doen Sietse en Bart, die bij mij achterop zit, ineens mee. Tussenin rijdt Milos en hij moedigt zijn dochter onvermoeibaar aan. Even onvermoeibaar zwoegt Katja door, op haar fiets met zijwieltjes. Het is gaan schemeren. Zelfs de wijk Schothorst is mooi in strijklicht. Dit avontuur, bedenk ik me, kan niet lang genoeg duren.

Ik word op mijn wenken bediend. Erika stuurt ons nog dieper Schothorst in, zo diep dat de weg doodloopt. Een wandelpad brengt uitkomst. Het voert ons door een donker stuk bos. Door de takken heen zien we een tuin, met daarin een veranda. Er zit een man die ons heel opgewekt groet.
'Kijk,' roept Nana en wijst op de stenen onder ons, 'minipadjes!'
Tientallen van een inderdaad vrij kleine paddensoort hebben dit moment uitgekozen om aan hun trek te beginnen. Van de weeromstuit raakt onze achterhoede met de relaxte man op de veranda in gesprek over de zin van het leven. Misschien geeft hij ook wel een raadsel op.

Toen we weer in de blokkendoosrealiteit van Schothorst beland waren, was de groep verbrokkeld geraakt. Terwijl mijn vriendin alvast resoluut de route verkende, bleven Erika, Milos en hun kroost achter. Ik maakte van de gelegenheid gebruik om een sjekkie te draaien. Halverwege het rookgenot meldde zich Sietse met een mededeling van het front: het was in orde, mijn vriendin wist de weg vanaf hier. Ik bromde iets tegen mijn jongste zoon Bart, die bij mij achterop zat, over het immer falende richtingsgevoel van vrouwen.

Tijdens dan toch nog maar een tweede sjekkie doemt de achterhoede op. We hebben wel degelijk verliezen geleden. Er wordt niet meer gefietst, maar gewandeld. Katja blijkt moe. Gelukkig brengt Sietse, op zijn linkerknie stoer geronnen bloed, vraag en aanbod bij elkaar. Tineke gaat in plaats van Katja zwoegen op de fiets met zijwieltjes.

'Daar hebben we de C-1000 weer,' zucht Bart.
Ik kijk om me heen. Inderdaad. We zijn een half uur verder en we hebben een rondje gereden. Door de wijk Schothorst of all places. Erika komt naast me fietsen om me te bezweren dat het maar achttien minuten waren. Ik geloof er geen snars van. Trouwens, ik ben helemaal niet boos, ik ben juist aan het genieten.

Bij de rotonde rechtdoor in plaats van linksaf, juist ja. Nu kom zelfs ik op bekend terrein. Het is nog een heel eind fietsen naar huis en de lucht kleurt al mauve. Ik pols Bart. Zou hij niet even die fiets met zijwieltjes kunnen bemannen? Dan zijn we er tenminste wat sneller. Mijn jongste zoon heeft helaas te kampen met een vormcrisis. Hij fietst al zo lang zonder zijwieltjes, hij is bang dat hij het niet meer mét kan.

De Heere zij dank, we zijn op de randweg. Eerst wacht de spoorbrug. Naar beneden is geen probleem op een fiets met zijwieltjes. Omhoog moet Milos Tineke duwen, rennend met zijn fiets aan de hand. Op de achtergrond lijkt het alsof een reuzenspin lange draden geweven heeft over de brug. Terwijl hoger in de lucht vliegtuigen meetkundige vormen schrijven die nog niet uitgevonden zijn, komt Milos bijna ten val.

Bijna is niet helemaal. Op de volgende kruising doet Tineke het dunnetjes over. Praktisch uit stilstand weet ze theatraal ter aarde te storten. We zijn immers op een terugtocht en die horen nu eenmaal niet zonder bloedvergieten te verlopen. Vraag het Napoleon, vraag het Odysseus. Opnieuw komt het konvooi knarsend en piepend tot stilstand. Bart laat zijn hoofd tegen mijn rug vallen.
'Ik kan er niet meer te-he-gen,' klaagt hij.
Ik sla een arm om hem heen.
'Dit is je kans op eeuwige roem,' zeg ik, 'spring op die fiets en breng ons gezwind huiswaarts, koene ridder Bart!'
'Doe niet zo stom,' zegt mijn jongste zoon. Maar mooi dat hij het met zijwieltjes uitgeruste ros bestijgt en aan de verkeerde kant van de ventweg tegen de stoeprand tot stilstand komt, juist voor een aanstormende scooter. De jongen op de scooter drukt boos op de toeter en Bart schudt het hoofd.
'Zie je wel? Ik kan het niet meer.'

Katja van vijf moet het doen. Opnieuw. Zij is de ware heldin van deze terugtocht. Onverdroten neemt ze de laatste loodjes voor haar rekening, onvermoeibaar aangemoedigd door haar vader Milos.

Dan staan we op het kruispunt waar afscheid moet worden genomen, het is niet anders. Het zwerk kleurt inmiddels donkergrijs en ik heb heel ouderwetsch de dynamo tegen het voorwiel aan geplaatst, ook al wegens pedagogische redenen, want mijn zoons zijn erbij. In het verkeer gaat het erom gezien te worden.

In het leven ook. De volwassenen bedanken elkaar voor de dag en de kinderen willen eigenlijk alleen maar naar bed.

Het laatste stuk van de terugtocht zijn we koeien die na een lange winter de wei in mogen. Ons eigen tempo! Ik zet de grote molen erop en we vliegen. Bart joelt. Achter ons, ver achter ons, zetten Sietse en mijn vriendin even kraaiend als kansloos de achtervolging in. De wind in mijn oren hitst me op.
'Is dit,' hijg ik, 'een beetje zoals in de zweefmolen?'
'Nee joh,' antwoordt mijn jongste zoon, 'in de zweefmolen draai je rondjes. Dat doe jij nu niet.'
'Mijn benen wel,' werp ik tegen.
'Ja maar,' zegt Bart, 'dat voel ik niet.'
'We gaan anders wel heel hard,' pers ik eruit.
'Ja,' zegt Bart en hij slaat zijn armen om mijn middel, 'lekker hard.'

Omhoog kijk ik. De lucht is purper. Dit is nog steeds een terugtocht, bedenk ik me. Er zou nog iets ergs kunnen gebeuren. Bart zou bijvoorbeeld met zijn tenen tussen de spaken kunnen komen, zoals Tineke vorig jaar gebeurd is. Maar nee. Zijn voetjes rusten keurig op de steuntjes die ik speciaal voor hem gemonteerd heb. Bart vouwt ze zelf uit voor hij opstapt. Na gebruik klapt hij ze telkens weer netjes in.

Achter ons hoor ik hoe de stemmen van mijn vriendin, haar dochter en mijn oudste zoon zich mengen met het gekrakeel van honderden vogels. Een Godachtig wezen heeft oranje strepen in de paarse lucht geairbrusht. De rest van de wereld houdt zich stil. Ik voel de armen van mijn jongste zoon om mijn middel en ik zie sterren. We zijn weer thuis, waar alles precies hetzelfde is gebleven.