Twitter

Follow Ep_Meijer on Twitter

dinsdag, januari 13, 2009

Apeldoorn



'In de buurt van de Aleoeten verdwijnt vlucht AZ 454 van de radarschermen. De verkeersleiders staan op het punt om alarm te slaan als het toestel plotseling weer opduikt. Later zal onderzoek leren dat het slechts 58 seconden uit beeld is geweest. Toch blijken alle mannelijke bemanningsleden en passagiers bij aankomst in Anchorage lange baarden te hebben. Vier van de vijf stewardessen en twaalf van de vrouwelijke passagiers aan boord zijn zwanger. De zwarte doos registreert alleen de laatste dertig minuten van een vlucht en kan ons dus niets wijzer maken. Datzelfde geldt helaas voor de bemanning en de passagiers. Zij kunnen zich niets bijzonders herinneren.'

Douwe voelde zijn handpalmen klam worden. Wie er ook voor het bericht verantwoordelijk was geweest, hij of zij had niet de gewone zorgvuldigheid in acht genomen. De boodschap was slechts vluchtig gecodeerd. Gevoegd bij de inhoud kon dat maar één ding betekenen. Hij pakte de ordner met het protocol voor code rood uit de kast.
'Wat u ook doet,' las hij, 'informeer eerst uw superieuren.'
Douwe voegde de daad bij het woord en belde de kapitein.
'Weet je het zeker?' klonk gemelijk aan de andere kant van de lijn.
'Honderd procent. Mannen met lange baarden, duidelijk een verwijzing naar Al Qu'aida. Zwangere vrouwen, er is sprake van een burgerdoelwit.'
Aan de andere kant van de lijn hoorde hij de kapitein gapen.
'Dat is nog niet alles,' vervolgde Douwe. '454, 58, opgeteld 13. Tweemaal, dat is afwijkend en zegt iets over de kennelijke ernst. Vier van de vijf stewardessen en twaalf van de vrouwelijke passagiers, het zal gebeuren op het scheivlak van april en mei. Daarom ook staat Anchorage vermeld. In de buurt van Alaska bevindt zich immers de datumgrens.'
'Okay.' De kapitein leek ineens wel bij de les. 'Wat stond er ook alweer over de zwarte doos?'
'Dat alleen de laatste dertig minuten van een vlucht worden opgenomen.'
Douwe hoorde het ruisen op de lijn.
'Besef je wat dat betekent?' vroeg de kapitein toen.
Douwe slikte en zag het voor zich: de vlaggen, de ballonnen, de slingers, de kinderen. 'Waar gaat ze dit jaar ook alweer naartoe?'


© Ep Meijer 2009

Geschreven naar aanleiding van de januariopdracht op fantasierijk.

donderdag, januari 08, 2009

Jungle Jane



Balen. Had ik me nog zo voorgenomen om in 2009 geen humor ten koste van anderen te bedrijven, komt dit bericht voorbij.

Nee, het is niet Rachel Hazes die bij belangrijke keuzes terzijde wordt gestaan door de geest van haar Dre. Hij laat het licht flikkeren en soms valt er zelfs een schilderij van de muur. Luister maar goed naar hem, Rachel, bij leven was het al de vraag of de alcohol nog enige hersencellen intact had gelaten.

Ik wil het ook niet over de Amerikaanse kleuter hebben die op zijn oppas schoot noch over een Britse man die al twee jaar de hik heeft. Iemand zou op het idee kunnen komen om die man eens flink te laten schrikken. Een foto van Rita Verdonk zou wonderen doen.

Dat Frans Bauer weer onder het mes moet? Of hij nou een ingescheurde meniscus heeft of niet, je moet ervan houden. Ik behoor niet tot de categorie van mensen die van Frans Bauer houden, laat dat duidelijk zijn. Sterker nog, als ik ooit president van Nederland word (wat God verhoede), mag hij niet meer zingen anders dan in een (honderd procent geluiddichte) badkamer op straffe van standrechtelijke executie per overtreding.

Uit onderzoek namens de Vara-gids komt Andries Knevel als vrouwonvriendelijkste presentator uit de bus. Wat nou vrouwonvriendelijk, omdat zijn achternaam iets van bondage suggereert? Toevallig is Andries Knevel voor beide seksen een kwelling, sommige onderzoeken zijn zo overbodig, ik ga het er maar niet over hebben.

Bijna liet ik me verleiden. Maar nee, het nieuws dat Georgina Verbaan haar stem aan een poes leent, laat ik ook aan mijn neus voorbij gaan. Mijn meetkundige beschouwingen dienaangaande zouden gratuite zijn en te voor de hand liggend.

Ik zal het maar verklappen, het onderwerp van dit blogje is een vrouw die niet eens bestaat. Ze heeft nooit last van PMS en ze lacht je altijd vriendelijk toe. Je moet haar alleen wel even opblazen voor gebruik. In Australië is er een man die het op haar gemunt heeft. Telkens als hij haar te pakken krijgt, neemt hij haar. Daarna laat hij haar leeglopen en gaat hij op jacht naar het volgende exemplaar. Ik gok erop dat hij hoopt dat er één tussen zit die zich tot leven laat pompen. Waarschijnlijk zal zijn DNA hem voordien verraden. Toch heb ik die van mij veilig opgeborgen onder het matras. Datzelfde raad ik u aan. Je weet maar nooit.


© Ep Meijer 2009

vrijdag, januari 02, 2009

De beste wensen laat je los



Kredietcrisis of geen kredietcrisis, het Nederlandse volk heeft op 31 december 2008 voor 65 miljoen Euro de lucht in geknald. Ook ik heb een bijdrage geleverd, zij het bescheiden en buiten mijn schuld.

Ziet u, mijn vriendin, haar dochter en ik kregen toen het nieuwe jaar amper een half uur oud was een Chinese lampion in de handen gedrukt. Het was een cadeau van de buren. De bedoeling was om het ding aan te steken en dan een wens te doen op het moment dat je losliet.

Die van de buren was eerder aangestoken en trok tijdens het opstijgen de aandacht van mijn vriendin en haar dochter. Plotseling was ik de enige die de Chinese lampion vasthield. Hij voelde nog steeds te zwaar om het luchtruim te kiezen. Bovendien maakte ik me zorgen over de vlam van de paraffinekaars die af en toe gevaarlijk dichtbij de huid van de lampion kwam. Ik zag voor me hoe de onze jammerlijk verbrandde, op ooghoogte, terwijl die van de buren inmiddels al een eerste Jumbo Jet in de problemen aan het brengen was.

Het lot moet een handje geholpen worden, besloot ik en tilde de lampion voorzichtig zo hoog op als het ging. Het kostte me geen enkele inspanning. Integendeel, het ding begon aan me te trekken.

'Kijk,' riep de dochter van mijn vriendin, 'Ep gaat wegvliegen!'

Alleen met mijn tenen had ik nog contact met de aarde. Ik had nog net de tijd om een wens te doen voor ik losliet. Daar ging onze lampion en schreef een vraagteken in de lucht alvorens koers te zetten naar de hemel boven Leusden. Even ging het lichtje uit, maar dat kwam slechts door een wolk. Minutenlang waren de lampions uit het gezicht aan het verdwijnen tot je ze alleen nog maar kon raden. Die gecrashte Airbus? Ach, dat viel nauwelijks op temidden van het spektakel dat die 65 miljoen aanrichtte. 2009 wordt leuk, besefte ik, nee, voelde ik tot in mijn tenen. Datzelfde gevoel gun ik eenieder die dit leest. Gelukkig nieuwjaar!


(Foto: Christina Kremer)

maandag, december 22, 2008

Een langdurige bevalling


December 2008. Mijn volgende thriller is klaar. Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar hoe het begon.

Januari 1992. Op een waterkoude maandagochtend gaat de bel. Pieter staat voor de deur, een vriend van me. Hij heeft een nieuwe baan bij een importeur van Engelstalige boeken. We spreken af dat ik een thriller schrijf. Pieter zal voor een uitgever zorgen.

Juni 1992. Als een bezetene heb ik aan The Solution gewerkt. Nu is het af. Pieter neemt het mee naar de Los Angeles Book Fair. Hij komt terug met briefjes van redacteuren die vol lof zijn over mijn talent en de intelligente plot. Wel vinden ze dat er iets aan het Engels moet gebeuren, want ik ben duidelijk geen native speaker. Het beste nieuws volgt mondeling. BanTam Books heeft interesse, vertelt Pieter. Tijdens de Frankfurter Buchmesse zal vermoedelijk uitsluitsel volgen.

Oktober 1992. Pieter komt net uit Frankfurt. BanTam Books wil mijn thriller uitgeven, waarschijnlijk kan ik een voorschot van 50.000 dollar tegemoet zien. Ik spring een gat in de lucht en begin aan een volgend boek.

Januari 1993. Mijn volgende boek is bijna af. Ik hoor maar niets van Pieter. Dan belt Nicolien, zijn vriendin. Ik moet maar even langs komen want hij heeft me iets te vertellen. Pieter blijkt in Los Angeles verliefd te zijn geworden op een redacteur van BanTam Books en zij op hem. Mijn thriller diende als een soort postiljon d'amour. Er is geen sprake van dat The Solution uitgegeven wordt. Natuurlijk ben ik verbijsterd, woedend en wat al niet meer. Maar ik laat me niet uit het veld slaan en blijf me als schrijver ontwikkelen.

Juni 2008. In de VN-thrillergids word ik vanwege mijn derde boek De Regels vergeleken met Stephen King en Dean Koontz. Ik voel me vereerd. Toch weet ik dat ik nog niet het achterste van mijn tong heb laten zien.

Juli 2008. Er meldt zich een uitgever die met mij voor de Gouden Strop wil gaan. Ik moet voor het eind van dit jaar een thriller leveren. Meteen denk ik aan The Solution, het boek dat ik in de loop der jaren vertaald en misschien wel tien keer in zijn geheel herschreven heb. Er is geen project waarin ik zoveel tijd heb gestoken en het zal altijd mijn liefdesbaby blijven.

December 2008. In de afgelopen maanden en vooral weken heb ik The Solution haast koortsachtig voor minstens de elfde keer herschreven. Het resultaat is een boek dat hier en daar nog herinnert aan The Solution, maar aan alles is te merken dat ik wijzer en beter ben geworden. Nu laat ik wel het achterste van mijn tong zien. Het Plato Paradigma is de vrucht van zeventien jaar literaire zwangerschap. Het heeft zo moeten zijn. Volgend voorjaar ligt alweer mijn vierde boek in de winkel en ik ben apetrots.

dinsdag, december 09, 2008

De honger van de wolven



'Woesj,' zeggen de glazen deuren achter me. Niet te geloven, ik ben ontsnapt! Meteen kruipt de kou als een wurgslang langs mijn benen omhoog. Door de sneeuwjacht zie ik geen hand voor ogen, behalve als het flitst. Dan is alles verlicht, maar zo kort dat de werkelijkheid een stroboscoop lijkt. Het beeld beweegt gestreept, er is nergens houvast. Na een paar passen stelt het sanatorium niets meer voor behalve een slechte herinnering. Ik kijk achterom en zie woedend wit. Is dat de wind die zo huilt of is het een roedel wolven? De besneeuwde dennenbomen duiken steeds op het laatste moment op. Ze slaan me in het gezicht met hun takken. Schreeuwend vecht ik me een weg, geholpen door de zwaartekracht, want het gaat almaar omlaag. Ik glijd, struikel, val, terwijl de vlokken naalden in mijn ogen steken. Telkens sta ik weer op, waarna alles weer van voren af aan begint. Ik heb doorlopend ruzie met de ochtendjas en de pantoffels ben ik al kwijt geraakt. Mijn voetzolen, mijn tenen, ze zijn gevoelloos. Ik heb wondjes op mijn benen en mijn armen. Bloed boort gaatjes in de sneeuw, waar ik ga.

Ik zoek troost bij een boomstam, hijg uit. Nu weet ik zeker dat ik door de donderslagen heen wolvengehuil hoor en het komt dichterbij. Ik zie vlijmscherpe tanden voor me, blinkend in het licht van een bliksemschicht. Als de wolven mijn bloed ruiken, ben ik er geweest. Ze zullen me aan stukken rijten.
Peper! Ik moet mijn sporen uitwissen, de wolven voor de gek houden. De bus is warm. Ik heb hem al die tijd in mijn linkerhand gehouden. Toch krijg ik de deksel moeilijk afgeschroefd. Schiet op, Bronstein, het gaat om je dochter! Katja, denk ik, het is onbestaanbaar dat ze niet echt is. Ik doe dit voor haar. Trouwens, die energierekeningen heb ik me toch niet verbeeld? Heel duidelijk hoor ik hoe het huilen overgaat in grommen. De wolven zijn vlakbij. Ik draai me na iedere paar stappen om en strooi wat peper. In films snuiven ze de korrels op en zetten ze het op een janken, omdat ze ineens niets meer kunnen ruiken. In het echt blijven ze me op de hielen zitten. Rennen is zinloos. Wolven zijn sneller dan een mens. Misschien moet ik in een boom klimmen. Laten ze me desnoods omsingelen. Ik zie het tafereel voor me: zeven, acht wolven in een kring om de boom waarin ik gevlucht ben. Wie houdt het langste vol?
Nee, het gaat om actie, anders wordt de film saai. Ik strompel voort. Hoe het kan, weet ik niet, maar ik ben ook de ceintuur van mijn ochtendjas verloren. Het is onmogelijk om tegelijk peper te strooien, in beweging te blijven en mijn ochtendjas dicht te houden.
'Lose the gown,' zegt Bruce Willis, de pijn verbijtend.
Nu ben ik een naakte man met een bijna lege peperbus. Rillingen razen door mijn lijf. Rennen, ik moet rennen. Dan krijg ik het misschien weer warm. Alsjeblieft, laat dit een droom zijn, laat me wakker worden op mijn gewone stoel in de derde rij van de bioscoop.
Ik hol, ik struikel en sla over de kop. Maar ik blijf met mijn benen malen, terwijl ik sneeuw doe opwolken. Ergens daar beneden is de bewoonde wereld, waar Katja gewoon bestaat. Laat het niet waar zijn, ik hoor hijgen, pal achter me. Ik kijk om. Recht in het huig van een wolf. Hij hapt toe en ik hoor zijn kaken op elkaar klappen. Het is niet de enige. Links van me doorkruist een zwarte schim het beeld tussen een paar bomen door. Ze omsingelen me. Plotseling zwenk ik naar rechts. De wolven lijken verrast.
'Yes!' denk ik, maar dan ontdek ik dat ik op een rotsblok terecht ben gekomen. Ik kan geen kant uit behalve naar beneden. Het ziet er diep uit zonder bril, met waarschijnlijk ook. Binnen een paar seconden hebben zich vijf, nee, zes wolven aan mijn voeten verzameld. Twee of drie zetten het op een huilen, bij alle beesten druipt het kwijl uit de bek.
'Af!' roep ik, 'koest!'
Ik mik op wat ik denk dat de alfawolf is met de lege peperbus, maar ik mis. De beesten ontbloten grommend hun gebit. Ready for the kill. Ik moet wel. Met een schreeuw stort ik me in het zwarte gat. Zeker anderhalve tel zweef ik, terwijl de wind om mijn oren huilt. Een klap. Eindeloos rol ik tot ik ergens tot stilstand kom. Sneeuw in mijn mond, mijn neus en mijn oren. Even doet alles zeer, maar ik heb niets gebroken, geloof ik. Het is een hek, zie ik nu, dat mijn val gebroken heeft. Zeker drie meter hoog en stevig. De gaten zijn te klein. Bovendien lopen er boven, als in een waaier, twee rijen prikkeldraad. Alleen een circusartiest komt hier overheen. Het blaffen wordt luider. Daar zijn de wolven en het zijn er meer geworden. Ergens dichtbij slaat de bliksem in. Als de donderslag volgt, trilt de grond en mijn oren suizen. De wolven schrikken ook. Ze zakken een fractie lang door de knieën en zwenken hun koppen als op commando naar achteren. God grijpt in, denk ik. Hij heeft het al eens gedaan, op een dak in Rome en misschien al eerder. Wat als ik Abels mijn Amazon niet had uitgeleend? Van alle kanten sterft de echo van de donderslag uit als de wolven zich hun honger herinneren. Ze beginnen zo laag te grommen dat ik het in mijn buik voel, hun tanden lichten op in het donker.
Ik sta kreunend op en spreid mijn armen en benen als een gekruisigde tegen het metalen vlechtwerk. Weer slaat de bliksem vlakbij in. De ogen van de wolven, hun gebitten, alles is gillend wit. De donderslag smoort het geluid van kaken die op elkaar klappen.
'Cut,' denk ik, 'cut!'

©Ep Meijer 2008

(Dit is een fragment uit mijn volgende thriller.)

maandag, december 08, 2008

Liefdesbrief



Beste Lotte,

Je hebt me het leven lang genoeg zuur gemaakt, wordt het niet eens tijd dat je oprot?

Ik begrijp dat je er niet voor niets bent. Ooit had ze je heel hard nodig. Maar dat was toen. Dit is nu.

In de praktijk duik je altijd op als ze het moeilijk heeft. Ze kan niet kiezen, ze voelt zich schuldig, ze maakt zich zorgen. Steeds sneller raakt ze in de stress en dan...

Altijd weer onverwacht ben jij er. God weet hoe je binnen bent gekomen. Het duurt altijd even voor ik het besef. O ja, ik heb het niet tegen haar nu, ik heb het tegen jou.

Gisteren vergat ik het. Ik liet me gaan en maakte het uit.

'Wat een opluchting!'

Ik hoor en zie het je nog zeggen. Je deed je best zoveel mogelijk registers van je stem dramaturgisch verantwoord te gebruiken en stak je twee vuisten in de lucht. Je had je zin, je had eindelijk je zin.

Denk je dat, Lotte, denk je dat echt?

Ik geef niet zomaar op. Wat betreft uitmaken stond zij met 2-0 voor en heb ik zojuist de aansluitingstreffer gescoord. Het is weer een wedstrijd, dames en heren.

'Flikker op.'

Dat waren de laatste woorden die je rechtstreeks tot me richtte, je ogen zwart van haat.

Nou beste Lotte, ik flikker niet op, integendeel. Ik houd namelijk van haar, met heel mijn hart en ziel houd ik van haar. Jij zegt dat je dat ook doet, maar dat is niet waar. Jij wilt haar beschermen, jij wilt niet dat ze pijn lijdt. Maar dat is iets anders dan van iemand houden. Wat jij in wezen doet, is haar zelfvertrouwen aantasten. Als jij het stuur op cruciale momenten blijft overnemen, wordt het nooit wat met haar.

Ik daag je uit, Lotte, om eens te laten zien dat het jou werkelijk om het beste voor haar gaat.

Kutwijf.

maandag, december 01, 2008

Franklin wie?!



Hij is dood.

Het is niet gegaan zoals hij het zich had voorgesteld. Hij verwachtte door een volgeling vermoord te worden. Maar hij stierf als een gewoon mens, door een hartstilstand, op het strand van een afgelegen eilandje in de Stille Zuidzee.

Het ging wel vaker over de dood toen hij leefde. De dood was een eitje, zei hij, niets meer dan een schakel naar een volgend leven. Zijn eigen dood zou de opmaat vormen voor een revolutie. Miljoenen en nog eens miljoenen zouden op bedevaart gaan naar de plaatsen waar hij op aarde had verwijld.

Hij beschouwde de geboorte van zijn ziel in het lichaam dat hij nu verlaten heeft als de grootste gebeurtenis in de spirituele wereldgeschiedenis. Met andere woorden, hij was meer dan Jezus, Mohammed en Boeddha, hij was de enige ware God. De val van de Berlijnse Muur hebben we aan hem te danken, in zijn eentje heeft hij de Derde Wereldoorlog voorkomen.

Hij laat ongeveer een meter boeken na, gevuld met zijn levensbeschouwing, die volgens Wikipedia niet bijzonder afwijkt van die van andere neohindoeïstische goeroebewegingen.

Adi Da Samraj alias Franklin Jones is dood en dat is geen wereldnieuws. Alleen een vergrijzend groepje gelovigen is in rouw gedompeld en maakt zich zorgen over de toekomst, niet alleen die van henzelf, maar vooral die van de mensheid.

Hij is dood, meer niet.

'Think less, fart more.'
Franklin Jones - 1939-2008