donderdag, oktober 20, 2016
Nachtmerrie
dinsdag, november 13, 2012
Is het een vliegtuig, een vogel? Nee, het is de verwarringsexpert!
'Dames en heren, vanavond hebben we een bijzondere gast in de uitzending. Uw applaus voor Govert Somswel, Nederlands enige verwarringsexpert! Meneer Somswel. Wat doet een verwarringsexpert nu eigenlijk?'
- 'Kijk daar!'
'Waar?'
- 'Aan het plafond, daar zit iets. Wacht, het zit nu links op de muur.'
'Ik zie niets.'
- 'Ziet u, nu heb ik dus verwarring gesticht.'
'Wat u zegt. Om de draad van het interview op te pakken, er is een energiemaatschappij die momenteel campagne voert voor de verwarmingsexpert. Naar verluidt komen veel mensen per ongeluk bij u uit.'
- 'Dat klopt. Weet u wat het is? De mensen zijn lui. Ze typen 'verwar' in het zoekbalkje en klikken dan zonder te kijken door. Op die manier bereiken me de laatste tijd veel hulpvragen van mensen die het koud hebben.'
'En wat doet u dan?'
- 'Ik vertel dat ze een fluxcondensator met monofilter moeten bestellen. Vervolgens stuur ik ze een gepeperde rekening. Tja, dan is de verwarring compleet natuurlijk.'
'Juist ja. Wat zijn de plannen voor morgen?'
- 'Ik ga weer een veldje inzaaien in Den Haag. De laatste oogst heeft erg goed gewerkt!'
'Dank voor dit gesprek. De volgende keer in dit theater: Sabina Droogmans over haar postvaginale depressie. Komt dat zien!'
zaterdag, oktober 06, 2012
Truth or dare, Cuzco
Zodra we in het dal waren en bereik hadden, heb ik het opgezocht op Internet. De vrucht in Laura's buik heeft op dit moment de afmetingen van een garnaal. Toch staat ons leven op het punt om radicaal te veranderen. Ik kijk naar de liefde van mijn leven, de vrouw met wie ik de afgelopen twee jaar alle continenten behalve Antarctica heb bezocht. Ze zit op de rand van het bed heel bevallig te wezen met een handdoek om haar lijf en één om haar hoofd, Die om het haar lijkt op een torentje. Hoe doen vrouwen dat toch?
'Ik dacht trouwens dat je de pil slikte.'
'Dat deed ik ook. Deze is er kennelijk tussendoor geglipt.'
De balkondeuren staan wijd open en de ventilator aan het plafond hakt loom wiebelend de warme lucht aan mootjes.Van buiten dringen het geluid van toeterende auto's en een enkel 'caramba' door. Mijn bovenlijf glanst van het zweet. Ik zie een heldhaftige spermacel voor me, die, alsof het een computerspelletje is, monstrueuze hindernissen moet zien te overwinnen. Tot slot wacht de eindbaas: de pil met al zijn giftige hormonen.
'Een wonder,' concludeer ik.
'Precies,' knikt Laura.
'Zeg nou eerlijk, schatje. Dit heb je gepland. Waar of niet?'
Ze schudt heftig van nee, maar de toren op haar hoofd houdt het glansrijk. 'Ik ga je kietelen, hoor. Tot je het toegeeft.'
'Dat durf je niet,' giechelt ze.
Wel dus. Maar ik vraag eerst netjes of het geen kwaad kan voor de garnaal als het niet bij kietelen blijft. Laura verzekert dat ik me te buiten mag gaan.
Pas daarna werd het praktisch. Het sprak vanzelf dat we onze levensstijl niet konden volhouden. Rond de wereld reizen met een rugzak om was leuk, maar niet met een zuigeling erbij. We moesten ons kind een veilige basis geven. Zo erg was dat idee trouwens niet. Om eerlijk te zijn snakten we na al dat reizen naar een thuis, het liefst met een open haard en een tuin, zodat Laura kruiden kon gaan verbouwen. We fantaseerden erover, die avond in Cuzco, hoe het eruit zou kunnen zien, ons paradijsje voor drie en misschien wel meer.
Tot het over de hamvraag ging. Ik stelde hem nota bene zelf.
'Terug naar Nederland dus?'
Het leek alsof de woorden nog even rond zweefden voor ze een zin vormden, omdat ze zelf ook nog niet echt durfden. Buiten schreeuwde weer eens iemand 'caramba' en ik meende de trein naar Lima te horen vertrekken. Ik stond op van het bed en liep naar het balkon om mijn longen vol te zuigen. Alle Zuidamerikaanse steden roken naar uitlaatgassen, alleen het gehalte aan lamamest varieerde. Een windvlaag veegde mijn tors kortstondig koel. Het leek of de flats in mijn blikveld de mazelen hadden, zoveel schotelantennes plakten er aan de flanken. Op de daken tastten werkloze antennes als een woud van voelsprieten naar de al roze kleurende hemel boven Cuzco. Boven de contouren van de bergen in de verte kwam juist de net niet volle maan op. Kon het mooier? Ik wilde niet terug naar Nederland, als ik iets niet wilde was het terug naar Nederland! Ze zagen me aankomen, zeg. Mijn leven lang zou ik er herinnerd worden aan die ene etappe, de koninginnerit van de 97-ste Tour de France. Ik had hem eigenlijk al gewonnen, maar om redenen die alleen mij op dat moment duidelijk waren, keerde ik een halve meter voor de finish om en ging ik mijn kopman halen, zoals het een knecht betaamt. Mijn uitleg – dat iedereen toch zou denken dat ik het op doping had gedaan – vond maar weinig gehoor. Hoewel ik net als Vince Powers nooit betrapt ben, werd mij wegens het gebruik van ongeoorloofde middelen de deelname aan wielerwedstrijden verboden gedurende twee jaar.
Ik draaide me om, liep naar het bed en omhelsde Laura van achteren.
'Nou?'
'Dat lijkt me de meest reële optie,' vond ze. 'Nederland is toch ons geboorteland. Bovendien kunnen mijn ouders en misschien die van jou helpen met oppassen.'
Ik knikte maar, hoewel ik in gedachten nog lang zo ver niet was. Ik zat in een gemeentehuis met een frommeltje papier in mijn hand waarop een letter en een nummer stonden, te wachten op mijn beurt om me als ingezetene in te mogen schrijven zonder een inburgeringscursus te hoeven doen. Meneer van Aert was immers twee jaar lang zonder vaste woon- of verblijfplaats geweest. Ik werd bij voorbaat gek van de regeltjes in het vaderland.
We deden het nog een keer die avond, Laura en ik, bedaard haast, tot we het beiden niet meer hielden. Nog een keer vroeg ik of de garnaal veilig was voor ik versnelde en haar antwoord verloren ging in ons gezamenlijke orgasme.
Toen vielen we in slaap. Ik droomde dat ik in een wielerkoers zat. Ik reed op kop, maar de weg verwarde zich tot een Gordiaans knooppunt. Ik zette telkens weer aan zonder dat er iets veranderde aan de kluwen. Ik keek opzij. Laura reed naast me, zonder handen aan het stuur en schilde een appel voor me. Ze gaf partjes aan die met chirurgische precisie van ieder restje klokhuis ontdaan waren. 'Hier schat,' zei ze, 'je doping.'
Het volgende moment schrok ik wakker. De Mariaprenten op de muur waren al niet meer zichtbaar. Boven het balkon knipoogden drie sterren naar me en er werd veel minder getoeterd. Ik voelde Laura's haren over mijn wangen strijken, telkens als ze ademhaalde, maar meer nog werd ik me van een been van haar bewust, dat één van mij in slaap had doen vallen. Voorzichtig tilde ik het opzij, maar niet voorzichtig genoeg. Er ging een rukje door haar hoofd en ze zocht met haar lippen tot ze de mijne vond voor de lekkerste kus ooit.
'Ik hou van je,' zei ze, nee, kreunde ze, al klinkt dat veel te ordinair. We waren één op dat moment, zo één als je met twee mensen ook kunt zijn. Ik was nog nooit zo gelukkig geweest.
'Ik ook van jou,' stamelde ik.
Toen vroeg ze het. Een ongeluk komt zelden alleen? Het omgekeerde is ook waar. Sinds mijn ontboezeming op Machu Piccu was bijna een dag verstreken. We hadden het alleen maar over de garnaal in haar buik gehad. Maar Laura had me wel degelijk gehoord. Ze had zelfs vooruit gedacht, de schat.
'Er zijn toch drie Nederlandse ploegen? Het lukt je vast om een contract te krijgen als je dicht bij het vuur zit.'
Juist niet, dacht ik. Volgend jaar, als de honderdste Tour de France verreden werd, was ik 39, een grijsaard in wielerland. Daarbij was ik ruim twee jaar geschorst geweest. Wattages, de kracht die je met je spieren opwekte, dat is waar het tegenwoordig in het peloton om draait. Daar ging ik dan met mijn indrukwekkende trainingsritten in het Andes-gebergte; er stond niets op papier. Geen profploeg ter wereld zou me inlijven, laat staan dat ik in de Tourselectie werd opgenomen. Er was een wonder voor nodig, bijna net zo'n groot wonder als een spermacel die de pil versloeg, om me een startplaats te bezorgen. Toch drukte ik een kus op Laura's voorhoofd. Het pleit was beslecht.
'Oké, terug naar de wal,' zei ik.
maandag, oktober 01, 2012
Het weer in oktober
Dames en heren, welkom in de uitzending. Nu de R alweer een tijdje in de maand zit hebben we een bijzondere gast voor u, iemand die we zelden te spreken krijgen. Helemaal overgekomen uit Newfoundland, de rukwind, uw applaus!
– 'Laat die open doekjes maar zitten.'
Maar waarom, het is toch fijn om zo warm ontvangen te worden?
– 'Niet als je eigenlijk geen bestaansrecht hebt.'
Pardon?
– 'Weet u, het is op zich al vervelend genoeg om voor een soort wind aangezien te worden. Datzelfde woord gebruiken jullie mensen immers voor flatuleren. Zou u het fijn vinden met zulke onwelriekende zaken te worden verward? Nou dan. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de associatie met bepaalde seksuele handelingen. Het woord 'rukwind' zou zelfs uitgelegd kunnen worden als een uitnodiging tot onanie!'
Ik begrijp het. Als rukwind ziet u natuurlijk neer op eh, scheetjes.
– 'Dat jullie die vreselijke scheten winden noemen is nog te billijken, al is het veel te veel eer. Erger is dat mijn collega's en ik niet doen wat de naam belooft.'
Leg uit, ik zit op het puntje van mijn stoel en de toeschouwers thuis ongetwijfeld ook.
– 'Het werkwoord 'rukken' houdt een trekkende beweging in. Dat doen we niet. Uit principe stoten we alleen maar. De rukken die u voelt zijn de schuld van de luchtdruk.'
Juist ja. Wat nu?
– 'Heel eenvoudig. Jullie halen rukwind uit de VanDale en brengen ons onder bij windstoten.'
Want anders?
– 'Anders krijgen jullie storm in oktober.'
Dames en heren, u hoort het, de komende weken krijgen we ongetwijfeld met onstuimig herfstweer te maken. Tot de volgende keer, als we u trakteren op een indringende reportage over radijsjesteelt in Burkina Fasso!
woensdag, september 26, 2012
Ketsen en kieren
Beste Jos,
Het is mijn droeve plicht je hierbij te royeren. Tevens moet ik je namens de bond meedelen dat je voor het leven geschorst bent.
Het is nog tot daaraan toe dat je tijdens de uitwedstrijd tegen DVA (Daadkrachtig Van Acquit) besloot om de barkeepster eens lekker te masseren en te pikeren. Die termen horen op het groene laken thuis, dat zul je toch zelf ook wel begrijpen?
Erger nog is dat, toen de wedstrijd in het voordeel van SVA dreigde te kantelen, je de ivoren kunststootballen, waarvoor onze leden jarenlang gespaard hebben, als projectielen ging gebruiken, 'carambole' schreeuwend telkens als je een tegenstander in de schaamstreek trof.
Dergelijk bandeloos gedrag betaamt een lid van onze vereniging niet.
Helaas liet je het daar niet bij. Je deed er zelfs nog een schepje bovenop en misbruikte de edele queue voor doeleinden die ik maar niet op papier zal zetten. Laat het me zo stellen: een trekstoot is iets heel anders en krijten doe je een pomerans.
Samenvattend zul je begrijpen dat mij geen andere keus restte dan je van onze ledenlijst af te voeren.
Met vriendelijke groet,
Arie de Bandt, secretaris SVV (Stoten Vol Vertrouwen)
maandag, september 24, 2012
Het summum van klantvriendelijkheid
Geachte heer Balkramp,
Graag ga ik hierbij in op uw klacht.
U beweert dat het voorgerecht, een garnalencocktail met de saus van het huis, beschimmeld was. Nou en?! Als diezelfde schimmel op kaas zit, wordt het ineens een delicatesse. Dus waar zeurt u over?
Smaken verschillen. Het kan zijn dat u tot de minderheid behoort die onze keuken geen culinaire parel vindt. Maar dat geeft u nog lang geen vrijbrief om het hoofdgerecht, een stoofpot van slachtafval, over het kapsel van onze ober uit te smeren, hoezeer deze u ook voor cultuurbarbaar heeft uitgemaakt. De man heeft het toch al zo moeilijk nu zijn kruin begint te kalen.
Goed, u heeft tot een uur of half twee 's nachts onder bedreiging van een fors keukenmes de afwas moeten doen. Maar dat was omdat u weigerde de rekening te voldoen.
Al met al is het onmogelijk om uw eis tot restitutie te honoreren. U mag blij zijn dat wij geen eis tot schadevergoeding indienen!
Erop vertrouwende u binnenkort weer in ons etablissement te mogen verwelkomen, verblijf ik inmiddels,
Met vriendelijke groet,
Victor Vies, eigenaar restaurant 'De Knippikker'.
donderdag, september 20, 2012
What's Ep?
Toen de telefoon nog een bakelieten apparaat was dat in de gang hing, had je maar één zender op tv. Hoewel niemand nog wist wat die term betekende, zond Nederland 1 op prime time 'De kleine waarheid' uit, met Willeke Alberti in de rol van Marleen Spaargaren. In die serie was een bijrol weggelegd voor het debiele broertje Eppo.
Ik was dertien, had geen last van jeugdpuistjes maar des te meer van de onzekerheid die met puberteit gepaard gaat. Aan wie ik me ook voorstelde in die dagen, telkens werd ik getrakteerd op een bulderende lach. 'Hahaha, Eppo!' Mettertijd leerde ik ook om te gaan met de voorspelbare grappen over de getijdenwerking.
Toen het effect van 'De kleine waarheid' eenmaal weggeëbt was (ha, ha), fuseerden de stripbladen Pep en Sjors. De naam van de nieuwe periodiek – jawel: Eppo. Naamgever was – u raadt het al – een onverbeterlijke kluns, die wekelijks met zijn flaters acte de présence gaf op de achterpagina. Daar kwam later dan nog André van Duin overheen met diens Ep Oorklep. En bedankt nog.
Geen punt hoor. Ep is een geuzennaam geworden, ik ben er trots op hem te dragen. Da's maar goed ook, want het leed blijkt nog niet geleden. In het huidige tijdsgewricht is een telefoon geen bakelieten apparaat meer, maar een mobiele reden van bestaan. Applicaties zijn the name of the game. Omdat mensen lui zijn, worden ze afgekort en is mijn naam op ieders lippen tegenwoordig.
Dus wil ik het goed met u maken. Telkens als u mijn naam oneigenlijk gebruikt, maakt u ter compensatie een cent over op mijn bankrekening. Capisce?
woensdag, september 19, 2012
Van bil voor volk en vaderland
Amice,
Het is in uw hoedanigheid als beoogd Minister van Verkwisting dat ik u met de beste bedoelingen wens aan te spreken.
Zoals u gevoeglijk bekend moge zijn, verkeert ons vaderland in een diepe crisis. Bezuinigingen zijn aan de orde van de dag en het volk mort. Nu ben ik me ervan bewust dat de situatie complex is, maar in een notendop komt het erop neer dat er onvoldoende geld in de staatskas vloeit. Welnu, daarvoor wil ik bij dezen de oplossing aandragen.
Uw Ministerie heeft een lange traditie in het belasten van genotmiddelen. Sterker nog, zo langzamerhand zijn het de drinkers en rokers die ons vaderland overeind houden! Maar dat terzijde. Waar het om gaat is dat die lijn maar hoeft te worden doorgetrokken om het licht aan het eind van de tunnel te ontwaren.
Hoe? Niet door de burger opnieuw met duurdere boodschappen te confronteren. Er bestaat een manier om de crisis op een meer gebruiksvriendelijke wijze te lijf te gaan. En wel met de wiptax.
Voortaan levert iedere coïtus het vaderland een Euro op. Triootjes tellen voor drie en onanie is goed voor 50 cent. Eventueel is een orale toeslag het overwegen waard. En wat te denken van een dildoheffing? Tijdens een recent bezoek aan Bab Bum ondervond ik in ieder geval al bijzonder veel enthousiasme in de professionele branche. Kortom, het draagvlak is er.
Natuurlijk zullen er protesten klinken. 'Iedere wip voel je in de knip,' zullen tegenstanders betogen. Maar gaandeweg zullen ook zij beseffen dat het lekker is om op een constructieve manier bij te dragen aan de uitweg uit de crisis, ja ze zullen het zelfs nog vaker gaan doen, voor volk en vaderland.
Vriendelijk wil ik u dan ook vragen de wiptax zo spoedig mogelijk in te voeren. Ik heb er zin an!
Met de meeste hoogachting,
ir. Sicco deQuadsteniet
dinsdag, september 18, 2012
Iedereen aan de slongel
U mag het natuurlijk best met me oneens zijn, maar persoonlijk vind ik de invoering van de slongel klinkklare nonsens.
Al weken worden we er door de overheid op voorbereid. Let op, de slongel komt eraan! Via spotjes, billboards en zelfs ouderwetse geluidwagens wordt ons zo ongeveer de hemel op aarde beloofd.
Maar hoe zit het met betaalgemak? Om nog maar te zwijgen over het gedoe in pashokjes?
Verklaart u me gerust voor gek, maar ik ben tegen, mordicus zelfs. Naar mijn bescheiden mening is de invoering van de slongel een onverantwoord avontuur, dat juist in tijden dat het economisch ook al niet mee zit, alleen maar tot brokken kan leiden.
Begrijpt u me goed, ik heb niets tegen slongels an sich. Je kunt er van alles over zeggen, maar niet dat ze bijten. Maar ons iets in de maag splitsen waarvan we niet eens weten wat het is?
vrijdag, september 14, 2012
Intussen, in de schilderijenspeciaalzaak
'Dag, ik wil graag een schilderij van een droef paard.'
- Een droef paard zegt u? Mag ik weten waarvoor?'
'Eenvoudig. Ik heb er al één van een droeve hagedis. En nu wil ik ook nog een droef paard aan de muur.'
- Ik zal eens kijken wat we voor u in huis hebben, meneer. Ah, hier, een impressie van een renpaard in volle galop.'
'Dat is geen droef paard.'
- Neemt u me niet kwalijk, meneer, maar hoe ziet u dat?'
'U bent hier de kunstkenner, niet ik. Laat u me nu maar gauw een droef paard zien. Anders besteed ik mijn geld elders.'
- Even kijken. Wat dacht u hiervan?'
'Maar dat is een schilderij van een cavia!'
- Ja, maar wel een cavia die vorig jaar in Londen het wereldrecord droefheid op zijn naam heeft geschreven.'
'Je kunt de ogen niet eens zien.'
- Meneer, u moet op de staart letten.'
'Een cavia heeft niet eens een staart. Weet u wat? Ik neem dit wel.'<'p>
-Maar meneer, dat is een verkiezingsposter van Groen Links!'
Kroniek van een aangekondigde verkenner
Kabouter Plompzak kon zijn geluk niet op. Niet alleen was kabouter DD de afwas voor hem aan het doen, zodat hij vrij uitzicht had op haar indrukwekkende derrière, ook was hij tweede geworden bij de verkiezingen. Het had zelfs maar een haar gescheeld of hij was de winnaar geweest.
Er werd op de deur geklopt. Eigenlijk wilde kabouter Plompzak alleen maar op zijn paddenstoel zitten. Nou ja, af en toe even naar kabouter DD kijken dan. Nog eens werd er geklopt, harder nu. Wie waagde het? Hij kwam al moeizaam overeind.
'Ik doe wel even open, Plompje,' zei kabouter DD en sloeg de theedoek over de schouder, wat nooit eerder waargenomen naschokjes in het decolleté veroorzaakte. Reeds waren haar borsten op weg naar de deur. De rest van haar kwam zoals gewoonlijk op gepaste afstand voorbij.
Het bleek kabouter TNT met een brief van de ABP (Aller Beste Partij), de partij waartoe de BNITNZEGP (Bij Nader Inzien Toch Niet Zo'n Erg Goede Partij) volgens de aanzwellende geruchtenstroom in het bos veroordeeld was.
'Amice!' stond er in sierlijke letters. 'Of mag ik je Plomp noemen? Dat bekt wat lekkerder dan dat onsmakelijke Plompzak, vind je niet? Hoe dan ook, goed gedaan, kabouter! Muts af en zo. Van niets tot tweede partij van het bos. Dat doet niemand je na. Ja, ik, haha. Ik heb de ABP nog groter gemaakt en wederom ben ik erin geslaagd mijn partij de grootste van het bos te houden, zij het nipt, toegegeven. Maar er kan er maar één de eerste zijn. En dat ben ik dus, de kabouter die sneller lacht dan Lucky Luke zijn schaduw overhoop schiet, if you catch my drift. Kortom, Plomp, ouwe rukker, we moeten praten, jij en ik. Ik weet dat we lijnrecht tegenover elkaar staan qua beukennootjes. Maar daar komen we met z'n tweetjes in het belang van het bos vast wel uit. Zolang we maar niet onze plaats vergeten. De waarheid ligt in het midden? Eat my dust, loser. Haha, just kidding. De bosbevolking heeft zich uitgesproken. Ik ben de grootste. Zo is het nu eenmaal. Dus als je wilt maak ik je Magister van Paddenstoelenzaken. Dan lullen we verder nergens meer over. Nou, we spreken ons gauw, gabber. Maar eerst stuur ik kabouter Verkenner bij je langs, want ik ga met jouw welnemen op mijn gemak nagenieten van de overwinning. Dat zouden meer kabouters moeten doen, haha! Was getekend, kabouter Grijns.
'Amice? dacht kabouter Plompzak. Nog nooit was hij door iemand zo genoemd. Wat had dit nu weer te betekenen? Nog eens las hij het schrijfsel door. Toen wist hij het. Hij moest dit politiek aanpakken.
'Hé DD,' zei hij.
Ze had de afwas inmiddels hervat. Kabouter Plompzak vroeg zich af of er boskundige wetten bestonden voor de vibraties die door haar billen gingen, telkens als ze haar gewicht verplaatste.
'Grijns wil met me samenwerken.'
Kabouter DD draaide zich om, deed de truc met de theedoek weer en klapte verrukt in de handen, wat plaatselijk wederom onvermoede gevolgen had op de zichtbare delen van haar etalagemateriaal.
'Dolletjes,' riep ze uit, 'dan kun je me aan hem voorstellen!'
Kabouter Plompzak deed het nu toch echt: hij trok zijn muts tot ver over zijn ogen.
woensdag, september 12, 2012
Lezen alvorens te stemmen!
Beste bosgenoten,
Nu er nog maar enkele uren te gaan zijn voor de stembussen open gaan, wil ik u een dringend advies meegeven.
Stemt u alstublieft op een partij die op de kleintjes let en het grote niet uit het gezicht verliest, stemt u op een partij die het belang van de kabouter voorop stelt, stemt u op een partij die beseft dat een bos uit bomen bestaat, bomen die al tot in de hemel groeien. Want laten we wel wezen, bosgenoten. Moeder natuur geeft ons beukennootjes. Het ene jaar wat rijkelijker dan het andere, maar we doen het er mee, al honderden jaren. Moet het werkelijk altijd meer zijn?
Laten we tevreden zijn met wat we hebben. Het bos, dat zijn we samen. Het bos, dat maken we samen. Laten we, in plaats van te kissebissen over procenten, nadenken over hoe het kabouterleven nog leuker kan. Weest u wijs, bosgenoten, stemt u vandaag met uw hart.
Was getekend,
Kabouter Plompzak, lijsttrekker lijst 56-west, de BNITNZEGP (Bij Nader Inzien Toch Niet Zo'n Erg Goede Partij).
dinsdag, september 11, 2012
Verkiezingsgekte
Heel het bos hing vol verkiezingsposters, er was geen boom waaraan geen slagzin hing. 'Uw noten, onze zorg. Een paddenstoel voor iedereen. Handen af van de zwammenaftrek.' Dat soort dingen.
Het was kabouter Plompzak zwaar te moede. 'Wat moest hij daar nu tegenover stellen? Er was geen plakkaat groot genoeg voor de naam van zijn partij, laat staan dat er ruimte was voor een pakkende slogan.
Maar wat was dat? Er gingen trillingen door de grond. Gelukkig, daar kwam kabouter DD aan gewaggeld, als vanouds de zwaartekracht trotserend met haar pronte voorportaal.
'Joehoe,' riep ze, 'Plompje!'
Ze klonk gevaarlijk opgewekt. Zou ze weer een afwasborstel voor hem gescoord hebben of erger nog, een droogrek? Ze was verdorie de plaatsvervangend voorzitter en secretarieel medewerker van de BNITNZEGP#, ze zou zich met politiek bezig moeten houden! Kabouter Plompzak had zin om zijn muts tot ver over de ogen te trekken, maar dat deed hij natuurlijk niet, want hij was een gezonde kabouter en DD's boezem werd, hoe ongelooflijk het ook klinkt, met iedere stap nog steeds groter.
'Ik heb het!' riep ze.
O jee, dacht kabouter Plompzak, een bijpassend druipbakje voor bestek. Alsof hij bestek gebruikte.Hij kon de prammen nu bijna aanraken, zo dichtbij waren ze gekomen. De rest van kabouter DD volgde op gepaste afstand.
'Zeg het eens, DD,' zei kabouter Plompzak zo zakelijk mogelijk, want ze was tot stilstand gekomen en sinds een tel of twee gingen er fascinerende vibraties door het decolleté.
'Ik weet hoe we de campagne uit het slop kunnen trekken,'' zei kabouter DD en plantte de handen in de zij, waardoor haar voorgevel een vreugdesprongetje leek te maken.
'Hoe dan?' vroeg hij afwezig.
'Je gaat kwitteren, Plompje'.
'Kwitteren?'
'Ja,' antwoordde kabouter DD. 'Je vertelt gewoon aan iedereen waar je mee bezig bent. Dan krijg je volgers en die stemmen vast op je.'
'Maar ik zit de hele dag alleen maar op mijn paddenstoel!' wierp kabouter Plompzak tegen.
'Je moet toch wel eens niesen?'
Kabouter Plompzak knikte.
'Nou, dan kwitter je dat. Vinden de andere kabouters enig!
'Echt?
'Geloof me, Plompje. Kwitter wat je doet en je wint de verkiezingen.'
Zo gezegd, zo gedaan. Die avond kwitterde kabouter Plompzak voor het eerst. 'DD is langs geweest. Vanzelf even heerlijk met de kroonjuwelen gespeeld. Tevens is er een scheet ontsnapt. O ja, stem op mij morgen, dan krijg je duizend beukennootjes.'
#Bij Nader Inzien Toch Niet Zo'n Erg Goede Partij
zaterdag, september 08, 2012
Right place, wrong time
Over een week
We zijn bedroefd dat, kort na haar geliefde verloofde, in de Heere is ontslapen onze innig geliefde dochter Nathalie. Geen bloemen.
Nu
Dus toch. Ze ziet het aan de kring van mensen op het gras. Stom is ze, stom, stom, stom!
Twee minuten en 34 seconden eerder.
Ze heeft de trap genomen in plaats van de lift. Haar pumps roffelen op de stalen treden. Ik heb niets gehoord, denkt ze, misschien is er een wonder gebeurd.
Vier minuten en 2 seconden eerder.
Het duurt even voor ze gelooft wat ze ziet. Ze probeert hem te volgen, maar hij verdwijnt achter een spijl.
Vier minuten en 12 seconden eerder.
Eerst denkt ze nog dat hij een grapje maakt. Natuurlijk is het gevaarlijk om over de omheining te klimmen. Maar hij doet wel vaker gekke dingen. Dol is ze op dat theatrale in zijn karakter.
Vijf minuten en 36 seconden eerder.
Hij heeft een doosje uit een binnenzak gehaald. Een doosje met een kroontje. Is dat wat zij denkt dat het is? Plotseling staan haar wangen in brand. Hij kijkt haar aan met die onweerstaanbare ogen van hem en lacht. De warmte verplaatst zich ogenblikkelijk naar haar lendenen.
'Lieve Nathalie,' zegt hij, 'je bent de mooiste en liefste die ik ooit heb ontmoet en ooit nog zal ontmoeten. Je bent de Mount Everest onder de vrouwen. Boven jou gaat niets. Daarom heb ik een hoge plek uitgezocht om je iets te vragen.'
Ze slaat haar handen voor de mond, hij doet het echt, halverwege de Eiffeltoren. Hij zijgt op zijn knieën neer. Een windvlaag speelt met zijn krulletjes.Weer die ogen, mooier nog dan die van Brad Pitt en George Clooney bij elkaar.
'Allerliefste Nathalie, wil je met me trouwen?'
Ze is zo blij dat ze moet stampvoeten. Er ontsnapt zelfs een gilletje. Dan realiseert ze zich het: ze mag geen ja zeggen.
13 jaar, 11 maanden, 30 dagen, 18 uur en 42 seconden eerder.
Het was een idee van Catelijne geweest. Hun vriendschap moest vereeuwigd. Geen suffe reünie of zoiets, maar een eerbetoon. Astrid, Catelijne, Els en zijzelf, de vier musketiers van het dispuut Diogenes. Nooit, zo hadden ze elkaar onder ede beloofd, mocht hun heilige band breken. Daarom was het eens in het jaar onverbiddelijk andersomdag. Het moest. Als je verzaakte, kwamen de andere drie je vermoorden.
vrijdag, september 07, 2012
In mijn stoutste dromen
Dat ding doet het niet.
– Welk ding doet het niet, meneer?
Dat eh, ding.
– Kunt u iets specifiekers zijn, meneer? Voor hetzelfde geld bedoelt u een tapijtreiniger. En daar ga ik niet over.
Wablief?
– Laat u maar. Zullen we het weer over het ding hebben? Het ging net zo lekker.
Ik versta u niet.
– Ik zal wat harder praten, meneer. Het ding doet het dus niet. Wat zou het ding volgens u moeten doen?
Eh...
– Meneer, bent u daar nog?
Ja, jammer genoeg wel.
– Goed meneer. U en ik hebben één ding gemeen. We willen beiden erachter komen wat het ding is en wat het geacht wordt te doen, Eens?
Eh...
– Meneer, ik wil dat we deze kwestie klip en klaar hebben voor we verder gaan. Want als niet duidelijk wordt wat het ding is, kunnen we dit gesprek net zo goed meteen beëindigen. Dan blijven we in misverstanden hangen en daar heeft niemand wat aan.
Ik wil verdomme naar huis!
– Meneer, als u begint te vloeken ben ik gerechtigd om de verbinding te verbreken. Dan staat u hier morgenochtend nog en laat ik u nog naar de kassa lopen om het verschil bij te betalen ook. Dus gaat u me nu antwoord geven op een heel eenvoudige vraag: wat hoort het ding te doen dat het in uw beperkte wereld niet doet?
Ik begrijp de vraag niet.
– Goed, meneer. Laat het me zo zeggen. U heeft het over een ding dat het niet doet. Dat kunnen duizenden dingen zijn, Uw pacemaker, de autoradio, het leeslampje in de zonneklep, uw vrouw zelfs , want die ziet er voorzover ik het het kan bekijken inderdaad best wel als een ding uit. Kortom meneer, wat is het ding en wat doet het niet?
Hij gaat niet open!
– Hij, zegt u?
Ja. Dat ding.
– Tja meneer. Da's nou vervelend. U hebt het eerst over een hij en vervolgens over een dat. Het ding is taalkundig gezien onzijdig, Als u zegt dat hij niet open gaat, zijn we dus op zoek naar iets mannelijks. Heeft u een signalement?'
Kunt u hem niet gewoon open doen?
– Hem open doen? Stel dat we het inderdaad over een man hebben. Wilt u werkelijk dat ik in hem ga snijden?!
Laat u me alstublieft naar buiten.
– Nee, meneer. Ik zit al ver over de gemiddeld toegestane gespreksduur heen. Dus ga ik een punt achter dit gesprek zetten. Ik stel voor dat u goed nadenkt over het ding. Pas als u weet wat het is, mag u weer op de knop drukken en mij of mijn collega's lastig vallen. Nog een prettige dag!
donderdag, september 06, 2012
Krabbels
maandag, september 03, 2012
Het even onvermijdelijke als onweerstaanbare vervolg op Sterren Springen
Dames en heren, welkom in de uitzending. U weet het. We hebben Sterren Springen gehad, waarbij Bekende Nederlanders die in de vergetelheid dreigden te raken zich met ware doodsverachting van de duikplank stortten. Daarna kwam Sterren Koorddansen. Bekende Nederlanders begaven zich in ruil voor aandacht op het dunne koord, dat zoals u weet stiekem onder stroom stond. Mijn hemel, wat hebben we gelachen, dames en heren! Maar hebben we het daarmee gehad? Welnee. Niets gaat Bekende Nederlanders die niet zonder de schijnwerpers kunnen te ver. Ik denk wel eens dat we ze live ter dood moeten brengen om ze te stuiten. Ja, u lacht nu wel, dames en heren, maar dat was natuurlijk een grapje. Hoewel? Er is hoop. Zelfs Bekende Nederlanders sterven. Ooit. Want onkruid vergaat wel. En anders zijn wij van BSB6 graag bereid een handje te helpen, zeker als het de kijkcijfers ten goede komt. Met trots presenteer ik u daarom de overtreffende trap van shows waarbij Bekende Nederlanders zich hemeltergend belachelijk maken: Sterren bedienen de Kroteïneflux! En hier hebben we de eerste deelnemer al. Uw applaus voor Roel Driesmees!
'Roel, waarom doe je dit? Ik bedoel, niemand weet eigenlijk wat de risico's zijn, want in de VanDale zul je vergeefs naar een kroteïneflux zoeken.'
'Je moet toch wat en ik houd van uitdagingen.'
'Er kwam toch ook een nieuwe single uit?'
'Klopt. 'Ik kan geen nee zeggen'. Ligt morgen in de winkel. Maar dat is toeval.'
'Ja, ja. Ik zou zeggen, ga ervoor, Roel Driesmees, bedien de kroteïneflux! Dames en heren, stilte nu graag. Dit zijn zowel belangwekkende als zenuwslopende momenten. Ik denk dat zelfs wetenschappers de adem inhouden. Behoedzaam loopt Roel op het toestel af. Hij neemt zijn tegenstander op zoals een stier de toreador. En daar pakt hij het vast! Ach, wat jammer nou, hij raakt met een arm verstrikt in het schoeprad en de rest van zijn lijf wordt de burbine ingezogen. O, ik hoor net van de regie dat we naar de commercials gaan, omdat de cameralenzen vervuild zijn geraakt met resten van Roel Driesmees. Na de reclame Betty Prard, ik ga alvast mijn regenpak aantrekken!'
vrijdag, augustus 31, 2012
Intussen in de winkel
'Dag, ik wil graag een zakje met ongemakkelijke stilte.'
- U treft het niet meneer. De ongemakkelijke stilte is uitverkocht. Kan ik u misschien een plezier doen met een blikje gewapende vrede? Vers ingevlogen vanuit de voormalige Oostbloklanden!'
'Nee, dank u. Ik had me juist zo op ongemakkelijke stilte verheugd. Heeft u niet iets wat erop lijkt?'
- Ik heb nog wel wat hinderlijke aanwezigheid staan. Maar onder en ons gezegd en gezwegen komt die uit Zwambezi. Nou, dan weet u het wel.'
'Juist ja. Een treetje ongevraagd advies dan?'
- Helaas, meneer. Dat mogen we alleen aan vaste klanten verkopen.'
'Wat is dit voor winkel? U wilt mij toch hopelijk niet met lege handen laten vertrekken?'
- Wacht, ik heb het. Iets dat al jaren onder de toonbank ligt te wachten op die ene klant. Alstublieft meneer, een doos vol onbestemd verlangen.'
'Wauw. Dat heb ik ergens altijd al gewild.'
- Wilt u er een papiertje omheen of neemt u het zo mee?'
'Laat ons aan het milieu denken. Ik steek het wel onder mijn arm.'
- Wat u wilt, meneer. Veel plezier ermee!
'Plezier?'
- Niet op voorraad meneer, maar ik kan het wel voor u bestellen.'
woensdag, augustus 29, 2012
Toeval bestaat (niet)
Om de laatste hand te leggen aan Geluk voor Gevorderden sloot ik mezelf een week op in een vakantiehuisje hoog boven de Moezel. Als het donker werd trokken de auto's morseseinen op de weg langs de rivier. Overdag verkende ik tussen het schrijven en schrappen door de omgeving, samen met Tim, mijn oude trouwe zwarte labrador. Hem heb ik trouwens vereeuwigd in het boek. Al na een paar hoofdstukken zwemt hij zijn dood tegemoet. De dood. Die is alomtegenwoordig in Geluk voor Gevorderden. Dat was al zo voor ik aan de Moezel arriveerde, laat dat duidelijk zijn. Maar die week was het alsof de werkelijkheid me nog even wilde inpeperen hoe het echt zat.
Eerst kon ik me nog in een boek wanen, want de bossen leverden fantastische decorstukken: een fort van de Kelten die het hier nog tegen de Romeinen hadden opgenomen, een gigantische muur rond het vakantiepark zelf, duizend jaar geleden aangelegd door duizenden dwangarbeiders en ambachtslieden. Honderden lieten het leven. Voor niets. Net voor de muur af was, werd een verdrag gesloten en was het ding nutteloos. Tweeduizend jaar geschiedenis. Daar zat ik bovenop en schaafde aan het boek tot ik een ons woog.
Toen ging de telefoon. Moep ofwel mijn moeder. Ze wilde me niet ongerust maken, maar ze had een TIA gehad, een soort kleine hersenbloeding. Natuurlijk was ik wel ongerust. We hebben ongeveer een half uur gepraat voor we op konden hangen. Synchroniciteit. Dat woord bleef de dag daarop maar opduiken tijdens de wandeling naar het Keltenfort. Het boek draaide juist om het gebrek daaraan, ik wilde duidelijk maken dat alles om toeval draaide, dat iedere poging om er zin in te ontdekken even futiel als ridicuul was. Het kon toch niet de bedoeling zijn dat ik uitgerekend op dat moment de samenhang ontdekte?
Die avond regent het pijpenstelen aan de Moezel en zit ik met Donald Manchester Washinton in het internaat en dat is geen pretje, want nergens is hij zo alleen als in het internaat. Ineens jankt Tim. Het is geen droomjank, dit is pijn. Ik kniel bij hem neer en zie hoe zijn ogen door de kassen rollen. Hij wil opstaan, maar hij lijkt verlamd en hij blijft janken, zachter nu, nog zieliger.
'Tim!' roep ik, 'Tim!'
Via zijn ogen heb ik contact met hem. Hij wil dat ik hem help, maar ik kan niets anders verzinnen dan hem aaien en hem roepen. Ik schud het hoofd en knijp een traan weg. Eerst mijn moeder, nu mijn hond.
De volgende dag is het blijven regenen. Tim leek blij dat ik hem telkens maar vijf minuten uit liet. Hij sliep het liefst, dartelde niet meer voor me uit, maar sukkelde als een oude man achter me aan. Het boek was van dertig pagina's dunner toch weer twintig pagina's dikker geworden. Een kwestie van balans.
De laatste dag was een cadeau. Zonovergoten kon ik langs nog lege cohorten wijnranken de meanderende Moezel in het dal zien, waar speelgoedbootjes een omgekeerde V in het water schreven. Tim liep zowaar weer achter stokken aan. Het was volbracht, mijn boek was af, na zeven jaar werk.
Tien jaar later. Tim is al heel lang dood en mijn moeder heeft Alzheimer. Via Google stuit ik op een lovende recensie van Geluk voor Gevorderden in de Standaard. De groei van de hoofdpersoon wordt indrukwekkend genoemd en de periode in het internaat 'een bijzonder grappige episode'. Tot slot voorziet de recensent geen kassucces, want 'te Angelsaksisch van inspiratie'. Ik glimlach. Om uit één van de bestsellers van Donald Manchester Washinton te citeren: 'Laat je niet uit het veld slaan door tegenslagen. Draai het om, maak er meevallers van!'>

















