woensdag, juli 25, 2012
Dringende oproep
Van de melk ben ik af. Nu moet ik planten leren eten. Mijn moeder doet me voor hoe. Ik probeer het.
'Bah!' roep ik en spuug een stengel uit.
'Je moet eten wat de pot schaft,' bromt moeder.
'Maar het is niet lekker,' protesteer ik.
Onverstoorbaar de takken vermalend doet ze weer eens net of ze me niet hoort.
Er ontsnapt een diepe zucht uit mijn longen. Voorzichtig neem ik nog een hapje. Het smaakt zuur. Ik kan me niet voorstellen dat ik daar een paar kilo per dag van naar binnen ga proppen, de rest van mijn leven. Gekkenwerk is het. Het enige wat we doen is verdomme eten.
'Mam?'
Ze doet een stap opzij, maar ik ben slim, ik ga haar gewoon voor de voeten lopen. Yes, bijna struikelt ze.
'Rotjong!' moppert ze, maar gelukkig grijnst ze er een beetje bij.
'Kijk dan,' wijs ik, 'wat daar verderop staat. Dat is pas een delicatesse. Als we die op de menukaart zetten, zijn we in een uur klaar qua calorieën. Denk je eens in hoeveel vrije tijd we overhouden!'
Ik kijk een tijdje naar het beest. Ook al bezig met grazen. Het water loopt me warempel in de mond.
'Dat is een antilope, 'zegt moeder. 'Daar jagen leeuwen op. Jij bent een olifant, jongen, vergeet dat nooit.'
Oeps.
Is er een zelfhulpgroep voor dieren die in het verkeerde lijf geboren zijn? RT graag.
zaterdag, juli 14, 2012
Aan de Nederlandse bevolking
We pikken het niet langer.
Niets, maar dan ook helemaal niets hebben we in de melk te brokkelen. U behandelt ons als oud vuil, wat zeg ik? Was dat maar waar! Met oud vuil neemt u tenminste nog de moeite het bij de straat te zetten. Ons eet u gewoon op, soms zelfs met knoflooksaus.
Het is een schande.
Er zijn er onder ons die levend gekookt worden. Anderen verdwijnen rauw in uw maag, rijkelijk voorzien van bijtend citroensap. Hoe durft u, de wansmaak!
Sommigen van ons worden als een afrodisiacum beschouwd, een middel dat volgens uw Wikipedia gebruikt wordt om de geslachtsdrift te stimuleren. Met andere woorden, menigeen van u dankt uw leven aan ons.
En dat is nog niet alles.
We zijn er al veel langer dan u. Zonder ons had u nooit kunnen uitgroeien tot wat u nu bent, lekker puh. Vraag het maar aan Darwin.
Zoals ik al zei: het is genoeg geweest. Voortaan houden we onze klep dicht. Ook overwegen we aan de verkiezingen mee te doen. Denkt u dat we zouden opvallen qua gebrek aan ruggengraat?
Met vriendelijke groet,
Joris P. Draaima, plaatsvervangend voorzitter Vereniging van Weekdieren, rayon Lage Landen.
vrijdag, juli 06, 2012
vrijdag, april 13, 2012
Eerbied voor grijze haren

Ze is het mooiste meisje op het werk en tot nu toe heeft ze me geen blik waardig gekeurd.
'Je zei u tegen mij.'
Twee bruine ogen waarover je een sonnet zou kunnen schrijven, staren me aan.
'Deed ik dat?'
'Ja,' zeg ik, 'echt.'
'Als dat zo is, dan gebeurde het onbewust.'
Reeds trekt haar mobiele telefoon alweer de aandacht.
'Dat is eigenlijk nog erger,' stel ik vast.
Nog eens trakteert ze me op een blik die een vloot in beweging zou kunnen zetten. Zelfs ontbloot ze haar perfecte gebit een beetje.
'Ja, dat is zo,' lacht ze en draait zich om.
Au.
Hoe doet die gast uit de koffiereclame dat toch?
donderdag, januari 19, 2012
Fragment uit 'Katja's Plan'

Als ik wakker schrik, staat de meter al op 85 Euro. De bossen hebben ons ingekapseld en de weg is smal geworden. Tot mijn opluchting herken ik de aanblik. Het lijkt gisteren dat ik hier met Katja en de kinderen reed. Toen maakte ik me zorgen of de overname wel door zou gaan, nu is die ineens een voldongen feit. Dat zit me niet lekker. Lief dat ze mijn hersens niet wilde overbelasten, maar Katja had best wat zaken kunnen overleggen. Zo zijn we toch niet getrouwd?
Voor het eerst kijk ik echt naar de chauffeur. Hij lijkt een beetje op een acteur uit oude Franse misdaadfilms wiens achternaam me niet te binnen wil schieten, want mijn geheugen blijft een zeef. Jean nog wat. Prop een sigaar in zijn mond en de gelijkenis is compleet.
'Excuseert u mij,' probeer ik in mijn beste Frans, 'waarom vroeg u me straks of ik wel zeker wist dat ik naar Merlin wilde?'
'Weet u wel zeker dat u dat wilt weten?' vraagt hij en hij lacht er niet bij.
'C'est tellement terrible?'
De chauffeur knikt gewichtig en begint te vertellen. Voor het stadje Merlin-sûr-Mordogne heette, had het een andere naam, begrijp ik: Merlin-le-Diable, genoemd naar een tovenaar die volgens de legende op een dag in de Middeleeuwen verrezen was uit de rivier. Het waren donkere tijden geweest. De inquisitie had nog maar net afgerekend met de katharen in de buurt en door heel Europa zaaide de pest dood en verderf. De inwoners konden wel een mascotte gebruiken en namen de tovenaar liefdevol in hun midden op. In ruil voor zijn bescherming gaven ze hem onderdak en voorzagen ze hem rijkelijk van voedsel en drank. Maar tegen welke prijs kwam de toverkracht? Merlin eiste mensenoffers, ieder jaar twee. Na verloop van jaren groeide het ongenoegen onder de bevolking, mede ook omdat de stad nog steeds door plagen geteisterd werd. De Mordogne bleef overstromingen veroorzaken en de ene na de andere oogst mislukte. Het zou uiteindelijk de liefde zijn die Merlins lot bezegelde. Toen de molenaarsdochter aan de beurt was, pikte de zoon van de schepen het niet langer, want hij was tot over zijn oren verliefd op het meisje. Samen met wat vrienden besloot hij de tovenaar te vermoorden door diens hart met een houten staak te doorboren. De lichtflitsen die met het gevecht gepaard gingen, schijnen tot in de verre omtrek waargenomen te zijn. Voor hij de laatste adem uitblies, had Merlin nog net de tijd om het stadje voor eeuwig te vervloeken. Voor de zekerheid werd het toch maar naar hem vernoemd, maar dat hielp niet.
'Sindsdien,' verhaalt de taxichauffeur, 'raken er ieder jaar opnieuw twee personen vermist, je kunt er de klok bijna op gelijk zetten. Soms door een overstroming maar soms ook gewoon op klaarlichte dag. Er wordt nooit iets van hen teruggevonden, nog geen haar.'
De afdaling naar het dal is begonnen. Hier was dat prachtige herfstpanorama te zien, maar nu bestaat de wereld uit vage vlakken die wel heuvels in de verte zullen zijn.
'Mooi verhaal,' zeg ik, 'maar is het ook waar?'
'Eh bien, de stad hangt het niet aan de grote klok natuurlijk, zeker nu het toerisme zo'n grote rol speelt. Kijkt u het maar na op Internet. In 1972 werd het ineens sûr Mordogne in plaats van le Diable. In datzelfde jaar werd de camping geopend. Toeval bestaat niet, monsieur, want geld regeert de wereld. Ze hebben weliswaar hun best gedaan om de naamsverandering in de doofpot te stoppen, maar af en toe verspreekt een oudere inwoner zich nog wel eens. Als u me niet gelooft, moet u maar eens dat kapelletje bij de markt bezoeken. Op het altaar is het bloed van Merlin de duivel nog steeds te zien, als een schaduw op het graniet.'
We zijn beneden. Zelfs in het donker licht het water in de stroomversnelling op en lijkt de Mordogne me likkebaardend opgewacht te hebben. Zou Katja weet hebben van deze geschiedenis? Vast niet, denk ik. Als ze al ervan gehoord heeft zal ze het haar kennende als visserslatijn af doen. Net als ik trouwens. Een stad die vervloekt is? Kom nou. Dat van die vermissingen heeft waarschijnlijk een geheel andere, plausibeler verklaring. Vloeken bestaan alleen tussen de oren. Wanneer de bewoners zo nodig willen denken dat er ieder jaar twee mensen verdwijnen, nemen ze het vast niet zo nauw met de gemeentegrenzen. Frankrijk is groot, het aantal mensen dat jaarlijks vermist raakt is vanzelfsprekend navenant hoog. Om dat te relateren aan de wandaden van een Middeleeuwse tovenaar getuigt van bijgeloof. Een paar honderd jaar geleden waren mensen misschien naïef genoeg geweest om in bakerpraatjes te trappen, maar ik leef in de 21-ste eeuw, waar rook zonder vuur hoogst zeldzaam is.
In het licht van de koplampen van de taxi doemt eindelijk de ingang van de camping op. Ervoor is een parkeerplaats aangelegd die zelfs op dit late uur nog met antiek aandoende lantaarnpalen verlicht is. Er staan vier, nee vijf auto's op met louter Nederlandse kentekenplaten. Een hemelsblauwe Porsche trekt de aandacht. Verder valt me alleen op dat onze stationcar er niet tussen staat. Zeker ingeruild tegen dat elektrische brik. Ik wist verdorie niet eens dat we al open zijn. Een groot paars bord met opnieuw die zwierige oranje letters verwelkomt me op 'Le Camping, l'endroit le plus swinging en Europe'. Over een huisstijl en een slogan hoef ik me alvast geen zorgen te maken. Swinging? Misschien zit er een disco met house parties in de planning, denk ik, het moet niet gekker worden.
Als we dichterbij komen zakt voor de zoveelste keer die dag mijn mond open. Een metershoge heg begint mijn blikveld te vullen, zodat het kampeerterrein zelf verscholen ligt. Alleen waar vroeger de slagboom stond, maar nu een manshoog hek met tanden, wordt me een inkijkje gegund. Hoewel, al wat ik zie is nog meer heg. Ik begrijp het. De gasten moeten een soort fuik door voor ze het wereldwonder mogen aanschouwen. Katja wil kennelijk geen pottenkijkers. Waar is ze toch mee bezig?
'Dat is dan 132 Euro en 40 cent,' zegt de taxichauffeur.
'Voor de rit of voor het verhaal?' grap ik en betaal met drie biljetten van vijftig Euro. 'C'est bon comme ça.'
'Merci monsieur. Et bonne chance.'
De taxichauffeur grijnst erbij als Jean de acteur in zijn meest vileine rol. Ineens herinner ik me diens achternaam weer: Gabin.
Ik sla het portier dicht en de taxi verdwijnt met een pluim aan de uitlaat. Het knerpen van de steentjes sterft uit en het is stil. Tenminste, ik heb verwacht dat het zo zou zijn, dus duurt het even voor mijn oren het geluid registreren. Het vergt nog langer tot ik me realiseer wat ik hoor, want het lijkt vanwege de afstand met golven en dalen te komen. Dit kan niet waar zijn, ik moet per ongeluk toch door een poortje naar een andere wereld geglipt zijn. Nee, achter de heg krioelt het niet van de krolse katten. Evenmin zijn er op een tennisbaan een paar gemengd dubbelwedstrijden aan de gang. Wat ik hoor is het onmiskenbare, amper gesmoorde kreunen van mensen die een seksueel hoogtepunt naderen, niet één stel, maar misschien wel vijf. Le plus swinging endroit en Europe. Aha, denk ik, op die fiets. Katja heeft me heel wat uit te leggen.
maandag, juli 25, 2011
High score!

Tristan 2.0 is opgestaan; een Noor schiet in anderhalf uur 68 mensen dood. Een weloverwogen daad die, volgens de dader zelf, gruwelijk maar noodzakelijk was.
We hebben te maken met een gymnasiast. Geen Tristan van der Vlist met zijn VMBO-diploma, maar iemand die de grote filosofen las. Wat bracht hem tot zijn daad?
Anders Breivik was ervan overtuigd dat hij zoveel mogelijk sociaaldemocraten in de dop moest vermoorden. Anders dan Tristan van der Vlist pleegde hij geen zelfmoord na 'de daad'. Integendeel, hij liet zich zonder verzet arresteren en verklaarde zelfs mee te willen werken aan het onderzoek. Gut, wat aardig nou.
Ieder zijn waarheid. Je hebt mensen die Guus Meeuwis van zangkwaliteiten betichten, je hebt er ook die er zeker van zijn dat de wereld op 31 oktober aanstaande (alweer) vergaat.
Anders Breivik heeft geen moment getwijfeld aan zijn missie. Alsof het een spelletje Call of Duty was, beroofde hij 86 jonge mensen van het leven. Het moest gewoon gebeuren, vond hij. High score!
Anders B. heeft iets gemeen met Karst T. en Tristan van der V. Ze besloten op eigen houtje in opstand te komen. Hun daden zijn niet goed te praten. Wel zijn ze een vingerwijzing. Een tragedie zoals op het eiland Utoya drukt ons met de neus op het feit dat we allen gegijzelden zijn van een dolgedraaid systeem. Hier en daar moet de druk wel ontsnappen.
Pang! Wat is het verschil tussen een muisklik en een rukje aan de trekker? In beide gevallen klinkt er een ijselijke kreet en valt er een soort van poppetje om.
De grenzen vervagen. Daar hadden de oude Grieken en Romeinen ook last van voor hun rijken als kaartenhuizen in elkaar stortten.
Gaat u voor mijn part iedere koopzondag naar Ikea en blijft u vooral uw hypotheek betalen, want dan groeit de economie. Maar weet dat u nergens meer veilig bent. Of u nu naar de supermarkt of naar de Efteling gaat, overal kunt u het slachtoffer worden van een 'lone wolf' die de revolutie predikt. Tristan 3.0 is waarschijnlijk al in de maak, nu al zit er ergens op een zolderkamertje een psychopaat een plannetje uit te broeden om Breiviks meesterstukje te overtreffen. Dankzij Internet is de dorpsgek ineens een mondiale bedreiging geworden.
zondag, juli 17, 2011
Putlucht (of: de toekomst van het terrorisme)

Op de dinsdagochtend dat Alfons F. Touwdragher zoals gewoonlijk door de week om stipt half negen zijn woning verliet, woog hij exact 72 kilo, 2 ons en 43 gram. Daar was hij zich niet van bewust. Noch kon hij bevroeden dat hij in sommige delen van de wereld spoedig als martelaar vereerd zou worden.
Pardon. Voor we verder gaan, moeten we eerst de diepte in. Sta me toe u mee te nemen naar het riool onder de stad A. Om een lang en onsmakelijk verhaal kort te maken, uitwerpselen produceren het even onwelriekende als brandbare gas methaan. De gemeente A. had het onderhoud verwaarloosd en de riolen waren in geen jaren schoongemaakt. Wel waren na klachten over stank ettelijke putdeksels dicht gelast. In de Van Speijkstraat was dat niet gebeurd. Intussen bouwde de druk in het rioolstelsel zich op. Het wachten was op de vonk.
Oké, breed nu. De markt voor putdeksels staat sinds decennia in het teken van een bittere concurrentie tussen een beperkt aantal fabrikanten. Het familiebedrijf Buderus uit Weert heeft al een tiental jaar geleden het onderspit gedolven. Toch zijn hier en daar nog modellen in omloop. De ontwerper had vooruit gedacht: de grepen waren tevens luchtgaten zodat eventuele overdruk geleidelijk kon ontsnappen. Door zo een gat verdween die dag om 54 seconden over half negen een brandende sigarenpeuk.
De zwakke plek was het putdeksel tegenover de woning van Alfons F. Touwdragher. Dit exemplaar kwam van de Doetinchemse firma Vulcanus en had vanwege de lagere productiekosten geen gaten. Maar zoals gezegd was het niet dichtgelast.
Toen Alfons F. Touwdragher de straat overstak, leek de wereld in orde: alles was precies als gisteren, zo had hij het graag. Hoogstens waren er kleine variaties op het thema. De lucht had een andere kleur en de kinderen van nummer 19 kwamen met een vertraging van een halve minuut naar buiten. Dat mocht de pret niet drukken. Het was onder controle, daar hechtte Alfons F. Touwdragher belang aan, vooral ook omdat hij de vorige avond gezondigd had. Normaal stond er op maandag een gehaktbal met groente en aardappels op het menu. In een vlaag van verstandsverbijstering was hij voor de bonusaanbieding gegaan. Iets met veel kaas, spek en room. Zijn darmen voelden nog steeds opgeblazen.
Dat putdeksel? Alfons F. Touwdragher keek er niet eens naar. Hij richtte de blik omhoog. Het leek alsof de vliegtuigen met hun condenssporen boter, kaas en eieren aan het spelen waren in het zwerk. Het leven was goed op wat buikklachten na.
Of het kauwgum is geweest, valt niet met zekerheid te zeggen. Feit is dat de tred van Alfons F. Touwdragher een moment lang vertraagd werd, juist toen hij met beide voeten tegelijk contact had met het putdeksel.
Het was precies 55 seconden over half negen. Het in jaren verzamelde methaangas en de brandende sigarenpeuk zorgden voor een enorme explosie. Alfons F. Touwdragher werd compleet met Vulcanus-putdeksel gelanceerd, om zich, na een geschatte hoogte van 9.000 voet te hebben bereikt, in de cockpit te boren van de zojuist van Schiphol opstijgende Airforce One, met aan boord de president van de Verenigde Staten en diens complete generale staf. De Boeing 747 stortte neer en niemand overleefde het ongeluk. Experts hielden het op een ongelooflijke samenloop van omstandigheden.
Terecht?
Van: Razende Dageraad
Aan: Blackbriar
Betreft: Ballistische vlucht; onmiddellijk deleten na lezing
Meester,
Alles is berekend, geregeld en voorzien, inclusief 'kauwgum' en de medewerking van het supermarktconcern. Nu is het wachten op een persoon van het juiste gewicht zodat we de factor wind kunnen uitschakelen :-)
Newton Akbar!
Abonneren op:
Posts (Atom)


