Twitter

Follow Ep_Meijer on Twitter

zaterdag, oktober 20, 2007

Jan

Het was mijn zestiende verjaardag. Al mijn vrienden waren er. Als leraar Nederlands had mijn vader alle boeken van Jan Wolkers. Nu was hij trouwens naar de schouwburg, want hij en mijn moeder bezaten een abonnement. Mijn vrienden en ik hadden het rijk alleen. Met luide stem en rode koontjes droeg Alfred passages voor uit De walgvogel. Over seks met een kip, papagaaienkutjes en poepen, terwijl je klaarkomt. We stonden allen maar wat te grijnzen, want veel ervaring met de geslachtsdaad hadden we niet, schat ik zo. Ik in ieder geval niet. Voor veel pubers van toen was Jan Wolkers pure seksuele voorlichting.

Niet veel later plukte ik de bundel Serpentina’s Petticoat uit de boekenkast van mijn vader. Ik was niet eens zo teleurgesteld dat er nauwelijks in werd geneukt. Wat een verhalen! Gevederde vrienden spant de kroon. U moet het maar eens lezen, als u de gelegenheid heeft. Het is het beste verhaal, ooit in het Nederlands geschreven.

Pakweg vijf jaar nadien had ik slaande ruzie met een professor (die later nog eens voor de trein is gesprongen, een vrouw en vier bloedjes van kinderen achterlatend). Het was de bedoeling dat we ons in het kader van een literatuurwerkgroep zouden buigen over de door Jan Wolkers zelf geheel herziene versie van Kort Amerikaans. Laat ik nou net de originele druk van thuis hebben meegebietst? Als werkstudent had ik het niet breed. Ik voelde er weinig voor om ruim vijftien gulden uit te geven aan een boek dat ik al had.

De prof was niet te vermurwen en al na de eerste middag heb ik hem er uitvoerig voor bedankt. De tweede editie van Kort Amerikaans is als een spinnenweb. Alles, van de namen van de hoofdpersonen tot en met de kleuren, houdt magistraal verband met elkaar. Hier en daar treedt het effect op van de verpleegster op het cacaoblik, die een cacaoblik in de handen houdt, met daarop een verpleegster, die…

Driedimensionaal leesgenot.

Op een feestje van de Bezige Bij heb ik eens oog in oog mogen staan met Jan Wolkers. We hebben zelfs wat zinnen gewisseld, hij en ik, over de drukte waarschijnlijk. Hij pakte mijn hand met twee handen vast.

Wat was het een lieverd.

woensdag, oktober 17, 2007

Baas boven baas

Het is kwart over twaalf. Alle uitzendkrachten zijn weg met uitzondering van ik. Met een soort halve vorkheftruck, waarop je moet staan, breng ik kooien vol rollen tapijt naar een dok in de reusachtige loods van On Time Logistics BV.

De halve vorkheftruck heet ‘hondje’ onder intimi. Ik weet nog goed hoe ik in het begin bewonderend keek welke capriolen Boy ermee uithaalde. Inmiddels kan ik er ook aardig mee overweg.

Meestal is het na twaalven vrij rustig in de loods. Nu zijn er net twee vrachtwagens binnengekomen en zoemt het er van de vorkheftrucks. Als voorwereldlijke monsters hebben ze een reusachtige stekel, zodat de tapijtrollen zich gemakkelijk laten vervoeren. Vanzelfsprekend hebben ze overal en altijd voorrang. Mijn hondje heeft dat niet, laat staan een stekel, maar mooi dat ik me af en toe net Ben Hur voel op zijn stoere strijdwagen.

Een vorkheftruck heeft een draaicirkel van nul meter, maar dat geldt niet voor de stekel, die een meter of vijf lang is. De chauffeurs hebben instructies om hem ruim 2 meter omhoog te takelen, zodra ze beladen of vrij zijn.

In de praktijk moet je in de loods ontzettend op je tellen passen. Vanavond had ik het er nog over met Johan. Een dag voor ik een steekkarretje tegen mijn linkeroogkas kreeg, kwam zijn rechterhand vast te zitten tussen de band, met als resultaat een zwelling zo groot als een ei. We zijn het erover eens: de Arbo-dienst zou steil achterover slaan, zo zwaar en gevaarlijk is het werk bij On Time Logistics BV.
‘Je moet hier niet denken,’ zei Johan, ‘zo van, hij heeft me vast wel gezien. Je moet zeker weten.’
‘Vandaag of morgen,’ antwoordde ik, ‘gebeurt er hier nog eens een ernstig ongeluk.’

Het is kwart over twaalf. Nog een kooi of 10 te gaan. Dat wordt zeker half 1, denk ik, mooi zo, weer 7 uur gewerkt, grofweg 56 Euro verdiend.

Toeval of niet, de kooi in kwestie moet naar dok 56, ongeveer halverwege de loods. Er komt me een vorkheftruck tegemoet. Beladen met een tapijtrol van een kilootje of 400, schat ik zo. Zeker 5 keer eerder heeft bijna dezelfde situatie zich afgespeeld in het afgelopen half uur. Alleen kwam het er nooit op aan. Ik weet dat de vorkheftruck linksaf moet, voor mij rechtsaf. Maar even vergeet ik helemaal waar ik ben en geef ik gas. Rechtdoorgaand verkeer heeft immers voorrang.

‘Ho!’ roept een stem.

Meteen laat ik de gashendel los. Het hondje stopt braaf, maar kan niet voorkomen dat de tapijtrol van een kilootje of 400 rakelings langs mijn hoofd zwiept.

‘Je had bijna vakantie gehad!’ roept de chauffeur van de vorkheftruck me toe.

maandag, oktober 15, 2007

Buitenleven

Op de St. Annastraat stuift een motorclubje weg bij een verkeerslicht. Dichterbij doen een vlakschuurmachine en een hond wie het klaaglijkst kan janken. Hoe kan het dat je in alles toch de zonneschijn hoort? Op zoek naar woorden werp ik een blik naar beneden. Vijf meter lager, in hun gedeelte van de tuin, zit mijn benedenbuurvrouw op haar knieën tussen de benen van de benedenbuurman fellatio te bedrijven. Het lijkt net echte porno, want ik zie alleen hun naakte lijven; de gezichten blijven net buiten beeld. Een moment later stijgt er op twee uur, links naast de kerk op de Groenestraat, een luchtballon op.

Dan gaat de telefoon, die ik met vooruitziende blik mee naar boven heb genomen. Het is Bart, mijn jongste zoon. Ik besluit, met de nodige censuur, te beschrijven hoe het is.
‘Ik zit in de zon, op mijn balkon en ik zie een luchtballon.’
‘O,’ zegt mijn jongste zoon. Hij lijkt het nog steeds vreemd te vinden om tegen een kastje te praten, zo zuinig is hij met lettergrepen over de telefoon.
‘En weet je wie er naast me zit?’ vraag ik.
‘Nee?’
‘Adrie!’ roep ik enthousiast. ‘Wil je iets tegen hem zeggen?’
‘Nee,’ antwoordt Bart. Zijn stem bibbert een heel klein beetje.
‘Misschien wil hij wel wat tegen jou zeggen. Hij knikt van ja. Hier komt-ie.’
Ik zet een gek stemmetje op en nodig Bart uit om in de tuin te komen spelen.
‘Jommens,’ kraait Bart, want zo spreekt hij het woord ‘jongens’ uit, ‘ik heb Adrie aan de lijn!’
‘Wie?!’ hoor ik mijn ex op de achtergrond vragen.
‘Dat is een draak die bij Ep in de tuin woont,’ legt Bart haar uit. ‘Hij eet geen vlees, maar groente. Eigenlijk heet hij Adrianus Gerardus Balthasar van Vuurtand tot Drakestein, maar dat was te lang voor zijn moeder om te roepen als het eten klaar was.’
Bart is alleen vergeten te vertellen dat ik hem, als hij hier is, telkens een verhaaltje over Adrie vertel, voor het slapengaan. Er zit een brok in mijn keel. Het duurt even voor ik mijn tuindraakstemmetje vind.
‘Je moet aan Sonja vragen of ze je het drakenpak meegeeft.’
De suggestie van Adrie, de vegetarische tuindraak wordt opgevolgd. Ik hoor hoe mijn ex belooft eraan te denken.
‘Tot gauw, hè? Hier komt je pappa weer.’
‘Hallo?’ probeert Bart.
‘Hoi,’ zeg ik met mijn gewone stem, ‘daar ben ik weer. Vond je het eng?’
‘Neuh,’ ontkent mijn jongste zoon.
Ik kijk nog eens over de rand van het balkon. Mijn onderbuurman is mijn onderbuurvrouw van achteren aan het nemen, terwijl ze beiden staan.
‘Leuke tuin heb ik, hè?’
‘Ja,’ beaamt Bart.

vrijdag, oktober 12, 2007

Spartacus

Bij On Time Logistics is bijna iedereen uitzendkracht.

Om loodsbaas Freddy te citeren: ‘Je hebt uitzendkrachten en je hebt uitzendkrachten.’

Je hebt erbij, die ergens uit het zicht op wat tapijtrollen gaan liggen pitten. Je hebt erbij, die drukker zijn met hun MP3-speler dan met het woningtextiel dat ze geacht worden te distribueren.

Je hebt ook uitzendkrachten, die er het beste van maken. Gezamenlijk verzinnen ze oplossingen voor logistieke hobbels in het proces en geven die kennis dan weer door aan nieuwkomers.

Zonder uitzendkrachten zou On Time Logistics geen dag kunnen voortbestaan. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor de BV Nederland. Uitzendkrachten zijn de kurk waarop de economie van dit land drijft.

Waar doet me dat toch aan denken?

De klassieke Romeinse beschaving ging aan slavernij ten onder. Niemand voelde zich uiteindelijk nog ergens verantwoordelijk voor.

Wie weet komen wij uitzendkrachten van On Time Logistics binnenkort in opstand. Zit u mooi zonder woningtextiel.

woensdag, oktober 10, 2007

Zo gewonnen, zo geronnen

Op het hoogtepunt van mijn carrière als tekstschrijver kreeg ik eens 2 gulden per woord, laten we zeggen 90 Eurocent. Lidwoorden, voegwoorden, bijwoorden, ze telden alle mee - dat typte lekker, kan ik u vertellen. Ik moest een column schrijven voor een of ander verzekeringsblaadje, sorry, -corporate magazine. Ik weet nog dat ik de klus binnen een uur klaarde. Ik had 1.000 gulden verdiend in 60 minuten. Ik was zo trots dat ik uitrekende dat ik per seconde afgerond ruim een kwartje rijker geworden was.

Wat ik destijds met een zin verdiende, daarvoor moet ik me tegenwoordig heel wat meer inspanningen getroosten. Om precies te zijn verdien ik 8 Euro 74 per uur, bruto. Dat is ruim 0,0024 Eurocent per seconde en overigens inclusief een toeslag van 7,5 procent, omdat het avondwerk is en zwaar.

Dat kun je wel zeggen. Dagelijks verplaats ik vele tonnen woningtextiel. Het is zo zwaar dat het warempel op zelfkastijding begint te lijken. Thuis, na het werk, doet alles zeer.

Vorige week dinsdag. Kevin heette hij. Ook uitzendkracht. In de bak gezeten wegens cokehandel. Hij noemde de maatschappij een sekte. Ik gaf hem gelijk. Je moet wel meedoen, want anders. Toen legde Kevin een bovenmatige interesse in mijn woonsituatie aan de dag. Of ik niet een kamertje over had? 4.800 Euro per drie maanden, ieder de helft. Op woensdag legde ik hem uit dat ik daar niet aan kon beginnen. Sindsdien nooit meer iets van Kevin gezien bij On Time Logistics.

Er is iets grondig mis in onze maatschappij. Je kunt er rijk worden door lid-, voeg-, werk- en zelfstandige naamwoorden op te sommen. Je kunt er slapende rijk worden door her en der wietplantages op te zetten. Je kunt er beulswerk verrichten en je rug verzieken ad 8 Euro 74 bruto per uur. Je kunt er niets doen, en een uitkering vangen.

Ach, ik doe gewoon net alsof ik dagelijks naar de sportschool ga, wat lang achter elkaar misschien, maar ik krijg er wel mooi voor betaald.

maandag, oktober 08, 2007

Zevenklapper

‘Wil je een glaasje verse jus, schat?’
Marnix Smit zuchtte diep. ‘Je weet toch dat mijn keel dicht zit op wedstrijddagen? Ik weet dat je het lief bedoelt, maar vraag me er alsjeblieft niet meer om.’
‘Waarom zo defensief?’ vroeg zijn vrouw en schudde haar blonde haar los. De kimono viel open, waardoor een complete borst vrij kwam te staan.
‘Omdat ik een verdediger ben,’ antwoordde Marnix en ontweek de hand waarmee zijn vrouw hem over het hoofd wilde aaien alsof het een elleboog was van een tegenstander tijdens een kopduel.
‘Bij je ploeg, ja,’ zei zijn vrouw, ‘op zondagmorgen ben je mooi van mij!’
Ze sprong bij hem op schoot.
‘Je kent de regels,’ hijgde Marnix, ‘geen seks voor de wedstrijd. Seks verstoort het concentratievermogen.’
Zijn vrouw snoerde hem de mond met haar tong en begon met haar onderlijf ritmisch over het zijne te bewegen.

In de spelersbus was het net zo stil als altijd op weg naar een uitwedstrijd. Vandaag ging het helemaal naar Heerenveen. Ruim een uur pijnlijk zwijgen vanuit Almelo. Marnix moest aan het paradijs denken, waar Eva zich door de slang liet verleiden. Er zat een natte plek in zijn boxer shorts, want er was geen tijd meer geweest om te douchen. Als dat maar goed ging.

De kleedkamer van Heerenveen leek als twee druppels water op die van NEC, FC Utrecht en Willem II. Dezelfde projectontwikkelaar, zeker. Zoals gewoonlijk trok Marnix eerst zijn linkerkous aan en daarna pas zijn rechter. De schoenen gingen juist in de omgekeerde volgorde. Ooit, voor een pupillenwedstrijd ging het in de haast per ongeluk op die manier. Marnix scoorde zes keer. Sindsdien was voetbal met rituelen omgeven. Vandaag was het voor het eerst in zestien jaar anders gegaan.

Tien minuten voor de wedstrijd. Ze hadden zich warm gelopen op het veld. Het stadion zat bomvol fanatieke Friezen, die wel soep lustten van Tukkers. Nu stond de laatste teambespreking op het programma. Er zat iets in Marnix’ keel dat hij niet weg kon slikken.

‘Iedereen houdt zich aan zijn taken,’ sprak de trainer, ‘achterin gegroepeerd blijven en loeren op de counter.’
De ploeg knikte en staarde naar de schoenen waarmee het moest gebeuren.
‘Marnix Smit?’
De trainer sprak hem rechtstreeks aan. Dat kon maar een ding betekenen: Hij kreeg een belangrijke taak. Een kans! Zie je wel, bijgeloof was onzin.
‘Ja?!’ riep hij verwachtingsvol uit. Visioenen van transfers naar Spanje doemden op.

Heel even was het stil in de kleedkamer.

‘Jij,' zei de trainer toen, 'houdt Alfonso Alvez vandaag uit de wedstrijd.’

woensdag, oktober 03, 2007

Eigen schuld, dikke bult

U moet weten dat er een truc bestaat om een tapijtrol van een kilootje of veertig met een steekkarretje te vervoeren. Met het steekkarretje als middelpunt kun je de tapijtrol dankzij de hefboomwerking met een pink besturen. Je legt het steekkarretje op zijn rug en wipt de tapijtrol er, wederom dankzij de hefboomwerking, overheen.

Simpel.

Tenzij je het verkeerde steekkarretje hebt. Ik dacht, ik neem gewoon die brede. Maar deze had zachte banden en, erger nog, geen beugels, waardoor de tapijtrol de neiging had om steeds weer van het steekkarretje af te rollen. Er waren nog genoeg andere steekkarretjes over. Waarom ruilde ik het niet?

De zoveelste tapijtrol was wel erg zwaar en weerbarstig. Al twee keer was hij van het steekkarretje afgerold. Inwendig vloekend pakte ik een eind van de tapijtrol en smeet het van dichtbij midden op het eigenlijke draagvlak van het steekkarretje. Door de hefboomwerking vloog het steekkarretje overeind. Eén van de handvaten trof mij vol op de linkerwenkbrauw.

Een toegesnelde collega vroeg hinderlijk of het ging en of ik water wilde. Ik wilde even helemaal niets, want ik zag sterretjes. Tegelijk schoot er van alles door me heen: Een documentaire op National Geographic Channel over de kracht van hefboomwerking, oorlogstaferelen uit de Eerste Wereldoorlog van soldaten die hun dodelijk gewonde kameraden te hulp schoten, het vooruitzicht om niet te kunnen werken, terwijl ik juist meer uren moest zien te maken. Er balde zich een hartgrondig ‘nee’ samen.

Geen schade gelukkig, afgezien van een lichte zwelling. Had ik mijn verstand maar niet zo op nul moeten zetten. Voortaan let ik beter op.

O ja, vanaf nu ben ik ook op Nijmegen Centraal te lezen. Veel plezier daar!