dinsdag, oktober 30, 2007
maandag, oktober 29, 2007
Uit de goot
Bijna op de dag af vier maanden geleden stond ik middenin de nacht barrevoets op straat. Ik was genoodzaakt in een schuurtje te slapen. In mijn portemonnee zat niet eens genoeg voor een pakje shag, laat staan voor een treinkaartje. De volgende dag belde ik mijn vriend Benz. Hij sprong meteen in de auto en kwam me halen. Eenmaal op de autobaan vertolkte een geweldige onweersbui mijn paniek, want er leek maar geen einde te komen aan mijn afdaling naar de goot.
Vandaag lijkt de lucht op melk met blauwe vlekken. Opnieuw rijden Benz en ik over de A-73, maar ditmaal in omgekeerde richting, terwijl ik aan het stuur zit en ik de eigenhandig gehuurde Ford Transit maar moeilijk op honderd per uur kan houden. Zelfs voor de borg heb ik van niemand geld hoeven lenen.
‘Eigenlijk,’ beken ik, ‘heb ik pas een week of twee echt het gevoel aan de goot ontsnapt te zijn.’
‘Dit is een symbolische reis,’ antwoordt Benz, ‘we maken iets rond vandaag, door je spullen uit Limburg te halen. Daarom wilde ik er persé bij zijn.’
‘Je bent een geweldige vriend,’ zeg ik, ‘zonder jou had ik het niet gered.’
Vier maanden geleden voelde ik me bang. Nu heb ik ondanks de rugpijn het Bart Veldkamp-hupje in mijn tred als ik bij een tankstation een bosje bloemen haal voor La Van Dongen. Voor wat, hoort wat. Mijn spullen hebben toch maar mooi al die tijd bij haar gestaan. Haast fluitend tel ik 7 Euro 50 neer.
7 Euro 50.
Nog niet eens zo heel lang geleden deed ik een week met zo’n bedrag.
En kijk mij nou.
Vandaag lijkt de lucht op melk met blauwe vlekken. Opnieuw rijden Benz en ik over de A-73, maar ditmaal in omgekeerde richting, terwijl ik aan het stuur zit en ik de eigenhandig gehuurde Ford Transit maar moeilijk op honderd per uur kan houden. Zelfs voor de borg heb ik van niemand geld hoeven lenen.
‘Eigenlijk,’ beken ik, ‘heb ik pas een week of twee echt het gevoel aan de goot ontsnapt te zijn.’
‘Dit is een symbolische reis,’ antwoordt Benz, ‘we maken iets rond vandaag, door je spullen uit Limburg te halen. Daarom wilde ik er persé bij zijn.’
‘Je bent een geweldige vriend,’ zeg ik, ‘zonder jou had ik het niet gered.’
Vier maanden geleden voelde ik me bang. Nu heb ik ondanks de rugpijn het Bart Veldkamp-hupje in mijn tred als ik bij een tankstation een bosje bloemen haal voor La Van Dongen. Voor wat, hoort wat. Mijn spullen hebben toch maar mooi al die tijd bij haar gestaan. Haast fluitend tel ik 7 Euro 50 neer.
7 Euro 50.
Nog niet eens zo heel lang geleden deed ik een week met zo’n bedrag.
En kijk mij nou.
zaterdag, oktober 27, 2007
Het leven bestaat uit keuzes
Afgelopen dinsdag. Als ik weer eens te laat opsta, doet mijn lijf overal zeer. De gedachte aan nog eens een avond kou lijden bij On Time Logistics BV vervult me met weerzin, ook al omdat ik weet dat ik donderdagmorgen een afspraak heb voor een lucratieve schrijfklus.
Toch trek ik om half vijf een extra trui aan en begeef ik me op weg. Op het lange rechte stuk van de Industrieweg heb ik de schrale wind pal tegen, maar niets kan me stoppen, want ik besef dat er zonder mij zaken in het honderd gaan lopen bij On Time Logistics BV. Met name zal er niemand supervisie houden op de voorselectie van gordijnrollen. Ik fiets hier vanwege mijn verantwoordelijkheidsgevoel.
Eenmaal aan het werk zie ik alleen maar bewijzen voor mijn relatieve onmisbaarheid. Haast ongewild ben ik chef van de kaboutertjes geworden, want als één van de weinigen ben ik van alle schakels in het logistieke proces bij On Time Logistics BV op de hoogte. Automatisch zet ik de andere uitzendkrachten aan het werk en geef zelf het goede voorbeeld. Ik heb het er nog over met loodsbaas Freddy. We zijn het eens dat je mensen nodig hebt met hart voor de zaak.
Donderdagmiddag. Ik ben net terug van mijn afspraak. De bedoeling is dat ik een boekje ga schrijven. Het honorarium overtreft mijn stoutste verwachtingen. Netto nog geen twee weken werk. Voor hetzelfde geld moet ik bij On Time Logistics BV minstens vijf keer zo lang werken. Het is oneerlijk verdeeld op de wereld.
De telefoon gaat. Keizer Koen aan de lijn, de man die bij On Time Logistics BV de uitzendkrachten regelt en die zijn bijnaam verdient door zich hoogst zelden op de werkvloer te vertonen. Of ik over een vast contract wil komen praten? Ik moet maar zeggen op welke weekdagen ik wil werken. Ik durf geen nee te zeggen.
Het voelt als beloning, maar waarom nu?
Wat nu?
Vrijdagmorgen word ik wakker met helse pijnen in mijn onderrug. Zelfs ademen doet zeer en lopen is bijna niet te doen. Bij het uitzendbureau meld ik me ziek en neem meteen de hele volgende week vrij, om aan het boekje te kunnen werken en mijn rug rust te gunnen. Ook mijn afspraak met Keizer Koen zeg ik af.
Daar gaat mijn carrière in het woningtextiel.
Toch trek ik om half vijf een extra trui aan en begeef ik me op weg. Op het lange rechte stuk van de Industrieweg heb ik de schrale wind pal tegen, maar niets kan me stoppen, want ik besef dat er zonder mij zaken in het honderd gaan lopen bij On Time Logistics BV. Met name zal er niemand supervisie houden op de voorselectie van gordijnrollen. Ik fiets hier vanwege mijn verantwoordelijkheidsgevoel.
Eenmaal aan het werk zie ik alleen maar bewijzen voor mijn relatieve onmisbaarheid. Haast ongewild ben ik chef van de kaboutertjes geworden, want als één van de weinigen ben ik van alle schakels in het logistieke proces bij On Time Logistics BV op de hoogte. Automatisch zet ik de andere uitzendkrachten aan het werk en geef zelf het goede voorbeeld. Ik heb het er nog over met loodsbaas Freddy. We zijn het eens dat je mensen nodig hebt met hart voor de zaak.
Donderdagmiddag. Ik ben net terug van mijn afspraak. De bedoeling is dat ik een boekje ga schrijven. Het honorarium overtreft mijn stoutste verwachtingen. Netto nog geen twee weken werk. Voor hetzelfde geld moet ik bij On Time Logistics BV minstens vijf keer zo lang werken. Het is oneerlijk verdeeld op de wereld.
De telefoon gaat. Keizer Koen aan de lijn, de man die bij On Time Logistics BV de uitzendkrachten regelt en die zijn bijnaam verdient door zich hoogst zelden op de werkvloer te vertonen. Of ik over een vast contract wil komen praten? Ik moet maar zeggen op welke weekdagen ik wil werken. Ik durf geen nee te zeggen.
Het voelt als beloning, maar waarom nu?
Wat nu?
Vrijdagmorgen word ik wakker met helse pijnen in mijn onderrug. Zelfs ademen doet zeer en lopen is bijna niet te doen. Bij het uitzendbureau meld ik me ziek en neem meteen de hele volgende week vrij, om aan het boekje te kunnen werken en mijn rug rust te gunnen. Ook mijn afspraak met Keizer Koen zeg ik af.
Daar gaat mijn carrière in het woningtextiel.
donderdag, oktober 25, 2007
Ice Age
Lieve jij,
Zo’n afkoelingsperiode werkt, ik ben weer helemaal terug op aarde. Daarbij zorgt eind oktober 2007 voor een soort permanente koude douche. Daar kunnen vlinders (in de buik) slecht tegen.
Ik denk nog steeds bijna altijd aan je, maar je bent niet langer de vrouw op wie ik mijn leven lang gewacht heb.
Natuurlijk wil ik je nog steeds graag IRL beleven, maar ik zal je niet meteen bespringen, zoals ik het afgelopen weekeinde zou hebben gedaan. Ik wil je ontmoeten en dan zien we wel.
In het meest waarschijnlijke scenario voelen we ons beiden ongemakkelijk. Ik heb het een paar keer meegemaakt, met Internet-dates. De werkelijkheid kan niet tippen aan verwachtingspatronen. Teleurstelling is onvermijdelijk.
Nou en?
Afgelopen weekend was de zevende hemel. Eindelijk iemand die op de goede knopjes duwde, virtueel weliswaar, maar toch.
Dat neemt niemand me meer af, wat er ook gebeurt. Desnoods worden we (pen)vrienden. Daar was het je toch om begonnen?
Liefsjep
Zo’n afkoelingsperiode werkt, ik ben weer helemaal terug op aarde. Daarbij zorgt eind oktober 2007 voor een soort permanente koude douche. Daar kunnen vlinders (in de buik) slecht tegen.
Ik denk nog steeds bijna altijd aan je, maar je bent niet langer de vrouw op wie ik mijn leven lang gewacht heb.
Natuurlijk wil ik je nog steeds graag IRL beleven, maar ik zal je niet meteen bespringen, zoals ik het afgelopen weekeinde zou hebben gedaan. Ik wil je ontmoeten en dan zien we wel.
In het meest waarschijnlijke scenario voelen we ons beiden ongemakkelijk. Ik heb het een paar keer meegemaakt, met Internet-dates. De werkelijkheid kan niet tippen aan verwachtingspatronen. Teleurstelling is onvermijdelijk.
Nou en?
Afgelopen weekend was de zevende hemel. Eindelijk iemand die op de goede knopjes duwde, virtueel weliswaar, maar toch.
Dat neemt niemand me meer af, wat er ook gebeurt. Desnoods worden we (pen)vrienden. Daar was het je toch om begonnen?
Liefsjep
woensdag, oktober 24, 2007
Kleintje
Hij heeft gitzwarte poppenogen en een stralend witte lach. Niemand weet hoe hij heet. We noemen hem ‘Kleintje’.
Als Kleintje niet op het toilet verkeert, zit hij aan zijn MP3-speler te frunniken. Heel soms pakt hij een gordijnrol, een lichte.
Niemand durft er wat van te zeggen, want een uitzendkracht wordt betaald om werkzaamheden te verrichten, niet om erop toe te zien.
Kleintje is een Marokkaanse Nederlander en daar trekt het uitzendbureau hele blikken van open, tegenwoordig. Geen probleem, alleen bezorgt Kleintje ze nog meer een bad name. Dat zegt ongetwijfeld iets over de opvoeding. Autochtone Nederlanders hebben geleerd, dat het ongepast is om toe te kijken terwijl anderen het werk opknappen. Kleintje en de andere Marokkaanse Nederlanders, die bij On Time Logistics BV werken, hebben daar geen enkel probleem mee.
Zijn Marokkaanse Nederlanders lui?
Welnee, ze gaan alleen automatisch alle verantwoordelijkheid uit de weg. Een beetje fatalist maakt zich nergens druk om, laat staan woningtextiel.
Of hebben we te maken met een onderdrukte bevolkingsgroep, betreft het een stil protest?
Alle Marokkaanse Nederlanders, die bij On Time Logistics BV werken, hebben in eerste instantie ‘u’ tegen me gezegd. Ze lijken zich automatisch in de rol van voetvolk te schikken.
‘Gooi jij maar op,’ zei loodsbaas Freddy vanavond tegen me, ‘want ik heb geen zin in donker Afrika.’
Racisme is een kwestie van vraag en aanbod.
Je kunt, als je Geert Wilders of Rita Verdonk heet, heel gemakkelijk concluderen dat Marokkaanse Nederlanders geen echte Nederlanders zijn en dus voor niets deugen.
De mentaliteit verschilt, dat klopt, maar is dat erg? Wij autochtone Nederlanders zijn gek dat we ons tegen een hongerloon het vuur uit de sloffen hollen. Wij autochtone Nederlanders zouden eens moeten beseffen dat we ons druk maken om niets, dat het best een beetje minder kan in plaats van alsmaar meer.
Wedden dat Kleintje na het werk veel minder rugpijn heeft dan ik?
Als Kleintje niet op het toilet verkeert, zit hij aan zijn MP3-speler te frunniken. Heel soms pakt hij een gordijnrol, een lichte.
Niemand durft er wat van te zeggen, want een uitzendkracht wordt betaald om werkzaamheden te verrichten, niet om erop toe te zien.
Kleintje is een Marokkaanse Nederlander en daar trekt het uitzendbureau hele blikken van open, tegenwoordig. Geen probleem, alleen bezorgt Kleintje ze nog meer een bad name. Dat zegt ongetwijfeld iets over de opvoeding. Autochtone Nederlanders hebben geleerd, dat het ongepast is om toe te kijken terwijl anderen het werk opknappen. Kleintje en de andere Marokkaanse Nederlanders, die bij On Time Logistics BV werken, hebben daar geen enkel probleem mee.
Zijn Marokkaanse Nederlanders lui?
Welnee, ze gaan alleen automatisch alle verantwoordelijkheid uit de weg. Een beetje fatalist maakt zich nergens druk om, laat staan woningtextiel.
Of hebben we te maken met een onderdrukte bevolkingsgroep, betreft het een stil protest?
Alle Marokkaanse Nederlanders, die bij On Time Logistics BV werken, hebben in eerste instantie ‘u’ tegen me gezegd. Ze lijken zich automatisch in de rol van voetvolk te schikken.
‘Gooi jij maar op,’ zei loodsbaas Freddy vanavond tegen me, ‘want ik heb geen zin in donker Afrika.’
Racisme is een kwestie van vraag en aanbod.
Je kunt, als je Geert Wilders of Rita Verdonk heet, heel gemakkelijk concluderen dat Marokkaanse Nederlanders geen echte Nederlanders zijn en dus voor niets deugen.
De mentaliteit verschilt, dat klopt, maar is dat erg? Wij autochtone Nederlanders zijn gek dat we ons tegen een hongerloon het vuur uit de sloffen hollen. Wij autochtone Nederlanders zouden eens moeten beseffen dat we ons druk maken om niets, dat het best een beetje minder kan in plaats van alsmaar meer.
Wedden dat Kleintje na het werk veel minder rugpijn heeft dan ik?
dinsdag, oktober 23, 2007
Dag lief
Het is laat, ik kom net van mijn werk.
Stel je een ruimte voor van 400 meter lang, 30 meter breed en 15 meter hoog, met aan weerszijden tientallen zogenaamde doks, waarvan er altijd wel een paar open staan. Het is voorgekomen dat onervaren uitzendkrachten door hevige tochtstromen meegesleurd werden en helemaal bovenin de stellages belandden, tussen de rollen van 400 kilo. Van hen is nooit meer ook maar iets vernomen.
Buiten vriest het ’s avonds inmiddels bijna. Binnen bij On Time Logistics BV is alleen in de kantine een verwarmingsradiator te vinden. Op de werkvloer heerst, gezien ook de rijwind op de halve vorkheftruck, die ‘hondje’ genoemd wordt, een gevoelstemperatuur van ruim onder 0. Daar was ik duidelijk niet op gekleed. God, wat heb ik het koud gehad, op de terugweg ook. Het KNMI spreekt dan over ‘schraal’. Ik prefereer ‘ijzig’. Morgen trek ik thermische onderkleding aan, ik zweer het je. Tevens ga ik een balletje opgooien bij het uitzendbureau over een Siberië-toeslag.
Wat zeur ik nou, we hebben toch muziek op het werk? Dat is waar, maar als de machine draait, hoor je dus helemaal niets meer behalve de machine. Daarna rijd ik de kooien uit en krijg ik te maken met de zones, die bij On Time Logistics BV bestaan. Achterin, zeg maar van postcodes 55 tot en met 73, staat een radio op met Crash FM. Bij de machine klinkt Sky Radio uit een ghetto blaster en bij stukgoed komt Arrow, Classic Rock heel raadselachtig uit een luidspreker aan het plafond. Op een gemiddelde rit op mijn hondje kan ik via DJTiësto en Barry Manilow zomaar in Hotel California verzeild raken(en vice versa). Toegegeven, het heeft iets van door de tijd reizen, maar het is ook verwarrend, qua beat.
Het was zoals gewoonlijk op maandag druk. Ik had nauwelijks tijd om ergens bij stil te staan. Toch passeerde er af en toe een gedachteflits. Omdat de liedjes waarvan ik flarden hoorde, opvallend vaak over ons gingen. Jij hebt besloten dat we elkaar even met rust moeten laten. Dat is niet bepaald democratisch, maar ik kan je keuze respecteren. We gingen inderdaad wel erg hard. We hebben elkaar opgehemeld en nu moeten we weer met de voetjes op de vloer. Natuurlijk zijn we beiden als de dood dat we in werkelijkheid tegenvallen. Ik bekende je mijn kalende kruin, jij dat je niet echt slank bent.
Bij thuiskomst wachtte me het bericht, dat me de kracht gaf om het valse plat van de Nieuwe Nonnendaalseweg te overwinnen. ‘x’, schreef je, niets meer, niets minder. Dat kan van alles betekenen: Een kus, maar ook een hek; tot hier en niet verder, met andere woorden, je meent het van die time out, ik mag op een virtuele zoen kauwen.
Vrouwen!
Gelukkig heb ik mijn weblog nog.
Heb een fijne dag, schat. Ik hoop dat je lekker geslapen hebt en denk aan je.
Stel je een ruimte voor van 400 meter lang, 30 meter breed en 15 meter hoog, met aan weerszijden tientallen zogenaamde doks, waarvan er altijd wel een paar open staan. Het is voorgekomen dat onervaren uitzendkrachten door hevige tochtstromen meegesleurd werden en helemaal bovenin de stellages belandden, tussen de rollen van 400 kilo. Van hen is nooit meer ook maar iets vernomen.
Buiten vriest het ’s avonds inmiddels bijna. Binnen bij On Time Logistics BV is alleen in de kantine een verwarmingsradiator te vinden. Op de werkvloer heerst, gezien ook de rijwind op de halve vorkheftruck, die ‘hondje’ genoemd wordt, een gevoelstemperatuur van ruim onder 0. Daar was ik duidelijk niet op gekleed. God, wat heb ik het koud gehad, op de terugweg ook. Het KNMI spreekt dan over ‘schraal’. Ik prefereer ‘ijzig’. Morgen trek ik thermische onderkleding aan, ik zweer het je. Tevens ga ik een balletje opgooien bij het uitzendbureau over een Siberië-toeslag.
Wat zeur ik nou, we hebben toch muziek op het werk? Dat is waar, maar als de machine draait, hoor je dus helemaal niets meer behalve de machine. Daarna rijd ik de kooien uit en krijg ik te maken met de zones, die bij On Time Logistics BV bestaan. Achterin, zeg maar van postcodes 55 tot en met 73, staat een radio op met Crash FM. Bij de machine klinkt Sky Radio uit een ghetto blaster en bij stukgoed komt Arrow, Classic Rock heel raadselachtig uit een luidspreker aan het plafond. Op een gemiddelde rit op mijn hondje kan ik via DJTiësto en Barry Manilow zomaar in Hotel California verzeild raken(en vice versa). Toegegeven, het heeft iets van door de tijd reizen, maar het is ook verwarrend, qua beat.
Het was zoals gewoonlijk op maandag druk. Ik had nauwelijks tijd om ergens bij stil te staan. Toch passeerde er af en toe een gedachteflits. Omdat de liedjes waarvan ik flarden hoorde, opvallend vaak over ons gingen. Jij hebt besloten dat we elkaar even met rust moeten laten. Dat is niet bepaald democratisch, maar ik kan je keuze respecteren. We gingen inderdaad wel erg hard. We hebben elkaar opgehemeld en nu moeten we weer met de voetjes op de vloer. Natuurlijk zijn we beiden als de dood dat we in werkelijkheid tegenvallen. Ik bekende je mijn kalende kruin, jij dat je niet echt slank bent.
Bij thuiskomst wachtte me het bericht, dat me de kracht gaf om het valse plat van de Nieuwe Nonnendaalseweg te overwinnen. ‘x’, schreef je, niets meer, niets minder. Dat kan van alles betekenen: Een kus, maar ook een hek; tot hier en niet verder, met andere woorden, je meent het van die time out, ik mag op een virtuele zoen kauwen.
Vrouwen!
Gelukkig heb ik mijn weblog nog.
Heb een fijne dag, schat. Ik hoop dat je lekker geslapen hebt en denk aan je.
Labels:
groeten van de werkvloer,
mijn geheim,
venus en mars
maandag, oktober 22, 2007
Voor jou
Vanavond heb ik geen rust in de kont. Ik loop op wolken, maar de onzekerheid doet me voortdurend struikelen. Mijn handpalmen zweten en bij vlagen bonkt mijn hart, vooral als ik iedere vijf minuten mijn email check. Weer (g)een bericht van jou!
Het begon afgelopen woensdag. Uit het niets kwam je mailtje. Of ik de Ep Meijer was, die je nog van vroeger kende? Ik googlede je en vond ergens een recente foto. Je bent nog even mooi.
Enthousiast mailde ik terug en kreeg de volgende dag een even enthousiast antwoord. Ergens aan het slot bekende je subtiel, dat je me vroeger leuk vond. En ik destijds maar denken dat je een vaste relatie had. Dat was ook wel zo, schreef je terug, maar toch werd je altijd nerveus in en van mijn nabijheid. Laat dat nou wederzijds geweest zijn. Alleen liet ik daar als heer natuurlijk niets van merken. Kom nou, we waren beiden bezet.
20 jaar later vinden we elkaar nog steeds lief. Het hele weekend vliegen de mailtjes heen en weer en moet ik heel erg mijn best doen om mijn aandacht bij de werkelijkheid te houden, ondanks de aanwezigheid van de mannetjes en mijn geliefde Moep, die op bezoek komt met haar Bert. Ik kan eigenlijk alleen maar aan jou denken.
Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Ik ben eerder via Internet verliefd geworden. Telkens opnieuw bleken de dames IRL heel anders dan in de chatroom. Verliefdheid, concludeerde ik, was naast een truc van de evolutie om het voortbestaan van de soort te garanderen, niets anders dan projectie. Sterker nog, liefde was een vorm van narcisme. Je hersens maakten een goedje aan, zodat je alle realiteitszin uit het oog verloor: Door de ogen van de ander vond je jezelf ineens helemaal te gek. Als dat te ver ging, kon je verliefdheid nog beschouwen als een psychologische veiligheidsklep. Eindelijk kregen al je onvervulde verlangens lucht, alleen in verliefde staat leek de wereld maakbaar.
Kortom, verliefdheid is een ander woord voor verstandsverbijstering. Vastbesloten was ik om één van Nederlands meest begeerde vrijgezellen te worden.
Nu trap ik er weer in en beleef ik het zoetste lijden dat er bestaat. Ik, stomkop. Dit is anders, voel ik, want we kennen elkaar al IRL. Daarom juist, sukkel. Tijdmachines bestaan niet. Het is nu. We zijn verdorie 20 jaar ouder geworden. Het is helemaal niet gezegd dat er opnieuw een vonk over springt. Kom tot jezelf, Meijer.
Goed dan. Even diep doorademen. Maar als u het mij niet kwalijk neemt? Ik moet dringend mijn email checken.
Het begon afgelopen woensdag. Uit het niets kwam je mailtje. Of ik de Ep Meijer was, die je nog van vroeger kende? Ik googlede je en vond ergens een recente foto. Je bent nog even mooi.
Enthousiast mailde ik terug en kreeg de volgende dag een even enthousiast antwoord. Ergens aan het slot bekende je subtiel, dat je me vroeger leuk vond. En ik destijds maar denken dat je een vaste relatie had. Dat was ook wel zo, schreef je terug, maar toch werd je altijd nerveus in en van mijn nabijheid. Laat dat nou wederzijds geweest zijn. Alleen liet ik daar als heer natuurlijk niets van merken. Kom nou, we waren beiden bezet.
20 jaar later vinden we elkaar nog steeds lief. Het hele weekend vliegen de mailtjes heen en weer en moet ik heel erg mijn best doen om mijn aandacht bij de werkelijkheid te houden, ondanks de aanwezigheid van de mannetjes en mijn geliefde Moep, die op bezoek komt met haar Bert. Ik kan eigenlijk alleen maar aan jou denken.
Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Ik ben eerder via Internet verliefd geworden. Telkens opnieuw bleken de dames IRL heel anders dan in de chatroom. Verliefdheid, concludeerde ik, was naast een truc van de evolutie om het voortbestaan van de soort te garanderen, niets anders dan projectie. Sterker nog, liefde was een vorm van narcisme. Je hersens maakten een goedje aan, zodat je alle realiteitszin uit het oog verloor: Door de ogen van de ander vond je jezelf ineens helemaal te gek. Als dat te ver ging, kon je verliefdheid nog beschouwen als een psychologische veiligheidsklep. Eindelijk kregen al je onvervulde verlangens lucht, alleen in verliefde staat leek de wereld maakbaar.
Kortom, verliefdheid is een ander woord voor verstandsverbijstering. Vastbesloten was ik om één van Nederlands meest begeerde vrijgezellen te worden.
Nu trap ik er weer in en beleef ik het zoetste lijden dat er bestaat. Ik, stomkop. Dit is anders, voel ik, want we kennen elkaar al IRL. Daarom juist, sukkel. Tijdmachines bestaan niet. Het is nu. We zijn verdorie 20 jaar ouder geworden. Het is helemaal niet gezegd dat er opnieuw een vonk over springt. Kom tot jezelf, Meijer.
Goed dan. Even diep doorademen. Maar als u het mij niet kwalijk neemt? Ik moet dringend mijn email checken.
Labels:
mijn geheim,
raar maar waar,
venus en mars
Abonneren op:
Posts (Atom)