Twitter

Follow Ep_Meijer on Twitter

woensdag, november 05, 2008

Verkiezingskoorts


'Wat zullen we erbij eten,' vraagt mijn vriendin, 'pizza?'
We hebben zojuist besloten dat we een soort pakjesavond van de Amerikaanse verkiezingen maken. We gaan nog net niet malle petjes opzetten en met vlaggetjes zwaaien.
'Hamburgers en popcorn natuurlijk,' suggereer ik.
'Yes, we can!' roept mijn vriendin.

Onderweg naar de buurtsuper praten we over het was, toen in Florida. Al Gore, de democratische kandidaat, kwam een paar stemmen tekort om er de man die nu al bekend staat als de slechtste president ooit, George Bush junior, te verslaan. Die stemmen kreeg hij niet. Hoewel Al Gore landelijk gezien de meeste wist te vergaren, verloor hij de race naar het Witte Huis, omdat zijn rivaal meer kiesmannen aan zich wist te binden. Dat noemen ze dan democratie in het machtigste land ter wereld.

'Als Gore had gewonnen, zou de wereld er nu anders uit hebben gezien,' beweer ik.
Mijn vriendin is dat via een aantal bijzinnen waarin Irak, 9-11 en orkaan Kathrina moeiteloos voorkomen, helemaal met me eens. 'Heerlijk toch, die spanning?' besluit ze. Ik beaam het volmondig.

In de buurtsuper tiert de voorpret welig en de hamburgers blijken warempel in de bonus. Omdat we beiden niet van cola houden, gaan we voor bier erbij. 't Is immers maar één keer in de vier jaar presidentsverkiezingen in de Verenigde Staten van Amerika.

Kwart over tien. Het is nog een uur en drie kwartier wachten op de eerste uitslagen. We volstaan met Nova en toosten met onze tweede Budweiser op de goede afloop. We nemen een slok en dan...

Mijn vriendin voelt zich ineens misselijk. Buikpijn heeft ze ook, zo erg dat ik zelfs even overweeg om een dokter te bellen. Het lijken wel weeën, steunt ze, maar ze wil geen polonaise aan haar lijf. Ik leg haar maar op bed. Ze vervalt meteen in subcomateuze toestand, maar ze ademt nog wel. Met de rug van mijn vingers voel ik aan haar voorhoofd. Gloeiend heet.

Bedankt nog hè, John en Barack!


©Ep Meijer 2008

zaterdag, november 01, 2008

De virtuele valstrik


Een moreel dilemma: een kinderlokker zit in de gevangenis en meet zich uit verveling diverse alter ego's op een vriendennetwerk aan. Hij verschuilt zich achter plaatjes van striphelden. Iedereen kan zien dat hij iets te verbergen heeft. Toch weet de kinderlokker een ongekende populariteit op te bouwen. Wat moeten we nu met zo iemand?

Onlangs heeft een rechter een paar jongetjes veroordeeld voor virtuele diefstal; ze hadden een klasgenootje onder druk gezet om zijn verdiende punten uit een computerspel af te staan. Maar een rechter zal het nooit kunnen verbieden als iemand zich onder aliassen op Internet begeeft. Je kunt je, in Second Life, op Hyves, op Facebook, op forums, ongestraft en naar hartelust als een ander persoon voordoen dan je in werkelijkheid bent.

Onze kinderlokker heeft geen leven in de gevangenis. Hij moet altijd in zijn eentje luchten. Anders wordt hij bespuugd en, als zijn medegevangenen de kans krijgen, verkracht of anderszins vernederd. Hij vlucht meer en meer naar het vriendennetwerk. Dat moet ook wel, want al die alter ego's vergen een boel onderhoud, zoveel onderhoud dat de kinderlokker er al gauw een dagtaak aan heeft. Gaandeweg raakt de wereld buiten de gevangenismuren zo ver weg dat werkelijkheid en virtualiteit door elkaar beginnen te lopen. Stukje bij beetje glipt zijn wezen in zijn vele alter ego's. Onze kinderlokker verdringt Real Life. Soms vergeet hij helemaal dat hij in de cel zit. In zijn hoofd is hij meerdere mensen tegelijk en die zijn allen even gerespecteerd en geliefd.

Na een aantal jaren in het cachot mag onze kinderlokker wegens goed gedrag een weekeinde op verlof in de echte wereld. Hij laat er geen gras over groeien en betast een meisje onzedelijk met wie hij via één van zijn vele alter ego's een afspraak heeft gemaakt.

Na afloop, terug in het gevang, mag hij voor straf een tijdje niet meer op de computer. Na een paar weken in de hel kan hij eindelijk weer aan zijn verslaving toegeven. Alles moet hetzelfde zijn als eerst. Dus ontkent of liever, verdraait onze kinderlokker de gebeurtenissen categorisch. Het is niet zijn schuld, het meisje vroeg er zelf om. En zie, de vlieger gaat op. De steunbetuigingen zijn zo massaal dat onze kinderlokker de realiteit uit het oog verliest en zelf in zijn onschuld begint te geloven. Het slachtoffer en de getuigen beschuldigt hij ervan dat zij het zijn die de waarheid verdraaien, dat ze hem kapot willen maken.

Terug naar het dilemma. Wat vindt u nu, verdient onze leugenachtige kinderlokker een plaats op het virtuele schoolplein? Zo op het oog doet hij er niemand kwaad, want hij heeft voor al zijn aanhangers een vriendelijk woord over. Nou, wat wordt het, wetende dat we het over een schijnwerkelijkheid hebben? Als het aan mij ligt moet hij met de billen bloot, want, ik kan het niet genoeg benadrukken, eerlijk duurt het langst.

zondag, oktober 26, 2008

Wat hebben kinderen toch met McDonald's?



Er zijn van die data die het verdienen om bij te worden geschreven in de rijke annalen van ons Dietsche volk. Men neme het jaar 754, Bonifacius wordt bij Dokkum vermoord. Of 1600, de slag bij Nieuwpoort. En we hebben het jaar 1987, toen de opening van 's lands eerste drive through-restaurant het verkeer in de provincie Utrecht volledig ontwrichtte.

We staan in de rij en ik heb wederom gebruik gemaakt van mijn feilloze talent om altijd de verkeerde te kiezen. Voor ons een man met een megabestelling. Intussen moet ik niet alleen mijn twee zoons in het gareel zien te houden, maar ook Tineke, de dochter van mijn vriendin, en dat is een notoire anarchist. Oude tijden herleven in Huis ter Heide. Voor iedere kassa staat een rij die de circulatie belemmert. De stemmen van al die ongeduldige mensen ketsen schetterend tegen de muren en tegen het plafond. Je moet schreeuwen om je verstaanbaar te maken. Ik probeer maar even niet aan kinderlokkers te denken en concentreer me op de bestelling. Een Happy Meal bevat vier gangen met keuzemogelijkheden en de drie koters die ik onder mijn hoede heb, lusten vooral veel niet. Zelf moet ik trouwens ook iets eten, maar wat? Ik besluit tot een Big Mac-menu. De dood of de gladiolen.

Stelt u zich voor dat u een maaltijd nuttigt in het F-vak van de Arena tijdens Ajax-Feijenoord. Zo ongeveer klinkt het geroezemoes op de bovenste verdieping van het eerste hamburgerrestaurant in Nederland met een McDrive. Niet qua volkswoede (nog niet), maar qua kabaal dus, hè. Tegen die achtergrond blijkt onze bestelling niet helemaal goed te zijn gegaan. Bart heeft geen chocolade-, maar een bananenmilkshake gekregen en hij houdt blote benen niet eens van bananen. Ik weet het goed gemaakt. Bart krijgt mijn large chocolademilkshake en ik neem die small van hem, terwijl ik niet van bananenmilkshake houd, maar dat zeg ik er niet bij, want ik offer me graag op als pappa.
Bart plengt dikke tranen.
'Wat is er?' vraag ik, veel geïrriteerder dan ik zou willen.
'Ik wil er eentje voor meze-helf,' huilt mijn jongste zoon.
'Maar deze is voor jezelf. Wat je niet meer lust, drink ik op.'
Dat laat Bart zich geen twee keer zeggen. Hij en het rietje worden één. Ad fundum, is zijn motto. Aan hem heb ik dus geen kind meer.
'Ik vind deze mayonaise vies,' merkt Tineke op.
Tegelijk tettert Sietse in mijn rechteroor dat hij graag bereid is de bananenmilkshake te gaan ruilen. Haast in één adem vertel ik Tineke dat smaken verschillen en dat Sietse zich de moeite kan besparen.
'Dan kom je weer in de rij te staan.'
Mijn tienjarige zoon vindt dat voorkruipen in dit geval toegestaan is. Ik wil best met hem over dit soort grensgevallen in discussie gaan, maar nu even niet. Nu ben ik druk bezig gek te worden, sorry.

'Kijk wat hier staat,' zegt Sietse en wijst op de place mat. 'Welkom in het restaurant met de eerste McDrive van Nederland. Dit moet dus wel de beste McDonald's van Nederland zijn.'
'Geloof me,' zucht ik uit de grond van mijn hart, 'ze zijn allemaal even erg.'


© Ep Meijer 2008

maandag, oktober 20, 2008

Gang Bang



(Lees dit eerst)


Bavianen doen niet zo moeilijk. Vandaag, in de dierentuin, heb ik hun gedrag een uur lang bestudeerd. De begeleidende plaquette vertelde me dat seks een voorrecht is. Alleen de opperbaviaan mag met de wijfjes paren. Soms proberen de andere mannetjes het ook, maar dat is niet toegestaan.

Is het omdat de bavianenkolonie in dierenpark Amersfoort een mannenoverschot heeft? In ieder geval lijkt het me dat de begeleidende tekst aan vervanging toe is. Alsof het bonobo’s zijn, doen de bavianenmannen het namelijk aan de lopende band, terwijl de opperbaviaan het veel te druk heeft met indruk maken op de gehoornde hoefachtigen waarmee het eiland gedeeld wordt.

Willige bavianenwijfjes zijn gemakkelijk te herkennen. A puilt hun achterwerk nog roder uit dan dat van de rest. B bieden ze zich aan ieder mannetje aan, gewoon door hem op het idee te brengen. Anders gezegd, men kere de man het achterwerk toe.

Hoppa!

Reeds bestijgt het mannetje het wijfje – achteloos, alsof hij een vlieg wegveegt -en pompt met zijn vuurrode geval zaad in haar. Meer dan tien seconden beslaat de handeling niet. Hij kamt nog net zijn haar niet onderwijl.

Dat is nog tot daaraan toe. Ook als bavianenman kan je zomaar een kerel over je heen krijgen, maakt niet uit hoe jong je bent. Waar je ook kijkt, altijd wordt wel ergens een aap besprongen. Misschien wil dierenpark Amersfoort de jongere bezoeker niet choqueren, maar de waarheid is dat het in de bavianenkolonie één grote gang bang is.

Laat ons medelijden hebben met de man die gearresteerd werd wegens ontucht met een stofzuiger. Wie komt er nou ook op het onzalige idee om de slang rood te verven?


© Ep Meijer 2008

woensdag, oktober 15, 2008

Babytaal


(Lees dit eerst)

Okay, babytaal bekort het leven van ouderen. Voortaan weet ik wat me te doen staat als er een bejaarde voor me in de rij staat. ‘O, gaan we vandaag vrij reizen en de betalende reizigers voor de voeten lopen? Dat verklaart waarom we doen alsof ik alle tijd heb.’ Het onderzoek maakt gewag van een verschil dat kan oplopen tot 7,5 jaar. Met een beetje geluk vallen de senioren dood om en heb ik toch nog een zitplaats in de trein.

Even serieus. Babytaal is niet alleen fataal voor ouderen. Babytaal is fataal voor iedereen. Ga maar na. Hoe wordt er tegen je gepraat als je nog maar net op de aarde beland bent? Juist. Alsof je debiel bent. Logisch dat we terminaal zijn vanaf onze geboorte.

Zo gaat het maar door. Neem school. Wat leren ze je er nou helemaal? 1 + 1 = 2. Ja, duh!

Babytaal. We worden er als ganzen mee volgepropt. Een citaat uit een reclamespotje van vanavond: ‘soms is het niet moeilijk om binnen de lijntjes te blijven. Kotex Mini. Nu met extra antisliplaagje.’ Een glunderende Wouter Bos in het acht uurjournaal: ‘uw spaarcentjes zijn veilig.’

Geert Wilders, Rita Verdonk, Jan-Peter Balkenende en de rest van de Haagse kliek. Meesters zijn het in babytaal, in het simplificeren van zaken die zo complex liggen dat ze het zelf niet doorzien. Ze moeten ermee ophouden, want we zijn volwassen mensen die recht hebben op de onversneden waarheid. Nu blijkt bovendien dat we korter leven dankzij babytaal.

Het is niet Al Qu’Aida dat ons bestaan bedreigt noch hoeft de kredietcrisis ons te deren. Er is maar één ding dat ons werkelijk zorgen zou moeten baren: de terreur van de betutteling.


© Ep Meijer 2008

zaterdag, oktober 11, 2008

Van hoge verwachtingen en de kille werkelijkheid


‘De AEX sloot vandaag wederom diep in het rood.’

Ho eens even. Taalkundig mag de AEX het onderwerp van de zin zijn, maar in het echt kan een beursindex natuurlijk nooit zelfstandig iets ondernemen, laat staan diep in het rood sluiten.

Waarom is dat zo, waarom maken we die hele beurshandel tot iets wat ons kennelijk overkomt?

De AEX is geen persoon. De AEX is het gevolg van personen.

U moet het kapitalisme als een wolkenkrabber zien. Om te functioneren moeten er constant verdiepingen bij. Er is echter geen geld voor nieuwe verdiepingen. Dus zeggen de bedrijven die aan de extra verdiepingen willen verdienen dat ze heel gezond zijn en dat ze grootse bouwplannen hebben. Dan worden er aandelen uitgegeven. Dat zijn papiertjes die een bepaald eigendomspercentage van het bedrijf vertegenwoordigen. In die aandelen kun je handelen en je hoopt natuurlijk dat er meer mensen zijn die de mooie cijfers en de mooie verhalen geloven, zodat de aandelen meer waard worden.

Op Wall Street en op het Damrak verkoopt men hoop, zo simpel is het. Intussen maakt niemand zich er druk over dat de fundamenten van de wolkenkrabber die almaar hoger moet worden, uit lucht bestaan, want lucht? Ha, de lucht vormt het plafond van de groei!

Meer, meer, meer.

In 1929, aan de vooravond van de monetaire crisis die indirect tot de opkomst van Adolf Hitler en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog zou leiden, sprongen de speculanten bij bosjes uit het raam toen hun aandelen ineens niets meer waard bleken. Tijdens de huidige kredietcrisis zeggen de speculanten dat we ons geen zorgen hoeven te maken, terwijl ze in het geniep alvast wat opties hebben genomen op het dalen van de financiële fondsen.

‘Ik vind het eigenlijk wel spannend,’ bekende een anonieme beurshandelaar afgelopen vrijdag in de Metro, ‘beweging is altijd goed voor de handel.’

Wat geeft het als Wouter Bos er nu al 40 miljard overheidsgeld tegenaan heeft gegooid? De speculanten verlaten als ratten het zinkende schip. Reken maar dat ze er nog aan verdienen ook. Wat nou vertrouwen opbouwen, wat nou beseffen dat ze bijna iedereen armer maken, dat ze huizenbezitters duperen, dat ze ook een verantwoordelijkheid hebben. Wat nou zich realiseren dat ze de wereld misschien in een diepe recessie storten? Handel is handel.

De AEX sluit wederom diep in het rood?

Sorry hoor, maar zo zit het niet. De werkelijkheid is dat we, in plaats van eens tevreden te zijn met wat er is, onze welvaart moedwillig in handen van een stelletje pessimistische beroepsgokkers hebben gelegd.

Meer, meer, meer. We willen het allemaal, maar als het om geld gaat nog het meest.

Hadden we het vorig jaar, toen onze koopkracht 2 procent minder was, werkelijk zoveel slechter?


© Ep Meijer 2008

zaterdag, oktober 04, 2008

Ik heb het niet gedaan


'Doe het nou niet, er komt alleen maar oorlog van en ze gaat vanzelf wel weer op haar bek.'
'Het zou om de waarheid gaan. Eindelijk eens oorlog om iets anders dan geld of olie.'
'Ze zal de waarheid altijd blijven verdraaien, dat weet je toch?'
'Dat besef ik. Intussen ben ik de enige die zich tot nu toe afzijdig heeft gehouden. Ik bleef me zakelijk opstellen terwijl de anderen vechtend over straat rolden. Ik moest mijn tong afbijten telkens als de waarheid geweld werd aangedaan.'
'Geweld?'
'Geweld, ja. Al moet ik toegeven dat ze het heel subtiel doet. Ze speelt een soort schaak met de werkelijkheid. Haar achterban houdt ze tevreden met zoete broodjes en litanieën vol vermoorde onschuld. Er zijn echt mensen die haar op haar woord geloven, mensen die denken dat haar groot onrecht is aangedaan.'
'Ja, terwijl wat ze heeft gedaan, riekt naar oplichting.'
'Oplichting? Welnee, de mensen dragen haar op handen. Weten zij veel dat hun enthousiasme en zucht naar roem misbruikt wordt?'
'Misbruikt? Ze wilde dat bundeltje toch ook tot een succes maken?'
'Ik zal het je nog sterker vertellen. Ik heb eens wat onderzoek gedaan. Ze blijkt geen vaste woon- of verblijfplaats te hebben. Ze treedt louter onder alter ego's op. In het interview in dat gratis ochtendkrantje gebruikte ze ook een pseudoniem. Zogenaamd om een muzikante met dezelfde naam niet in de weg te lopen. Maar ik vermoed dat ze op de vlucht is. Het zou me niets verbazen als er meer mensen zijn die geld van haar krijgen. Dat bundeltje moest haar huid redden, wat ik je brom. Toen duidelijk werd dat de vlieger niet op ging, verstopte ze zich.'
'Maar toen dook ze weer op. En hoe!'
'Inderdaad. Ergens vind ik het nog knap ook, hoe ze het doet. Maar feit blijft dat ze een spin is in een web vol leugens. Dat kan ik niet over mijn kant laten gaan.'
'Ze zal een tijdje erg verdrietig zijn. Daarna gaat ze zoals gebruikelijk alles ontkennen.'
'Okay dan, ik zal er geen stukje aan wijden. Maar als ze zo bezig blijft, komt er een dag dat ik me niet meer kan beheersen. Eerlijk duurt namelijk het langst.'