Twitter

Follow Ep_Meijer on Twitter

woensdag, november 01, 2006

Timboektoe

Zegt de wet van Murphy u iets? Als ik voor de derde keer vergeefs naar beneden loop om te kijken of er post is, loop ik mijn huisbaas tegen het lijf.
‘Ben je nog niet aan het werk?’ fronst hij.
Bedremmeld leg ik uit dat mijn paspoort verlopen is en dat ik nu probeer geld bij elkaar te sprokkelen voor een ID-bewijs. Mijn huisbaas heft de handen ten hemel en trakteert me op een donderpreek. Hijzelf heeft ooit ook in de puree gezeten en is er maar één ding dat helpt: de tering naar de nering zetten en de handen uit de mouwen steken. Ik vertel hem dat er zaterdag 11 november aanstaande een interview met mij in De Telegraaf verschijnt, naar aanleiding van mijn weblog, maar hij heeft geen idee wat dat is en wil gewoon geld zien. Punt.
‘Ik doe mijn best,’ zeg ik en zoek een veilig heenkomen op mijn slagzij makende zolderetage, waar, als ik de wc doortrek, de smurrie omhoog borrelt in het fonteintje in de keuken. Als ik de huur gewoon zou betalen, kon ik er iets van zeggen. Nu heb ik geen poot om op te staan.
First things first, denk ik en lever eerst met een steekkarretje de ingevulde formulieren in bij de Sociale Dienst. Mij wordt verteld dat ik het ambtenarencorps van de gemeente Roermond zeker een week werk verschaft heb. Op zijn vroegst volgende week donderdag mag ik een besluit verwachten.
‘En hoe moet ik in de tussentijd eten?’ informeer ik.
Dat weet de meneer aan de balie ook niet. Hij kijkt naar me met een blik die verraadt dat hij er voetstoots vanuit gaat dat ik de boel besodemieter. Er schiet me een Bijbelspreuk te binnen. Iets met de rekkelijken die moeten boeten voor de leugenachtigheid van anderen. Gelukkig heb ik mijn virtuele vriendinnen nog, bedenk ik op de terugweg en visualiseer een paar enveloppen met geld op de deurmat. Op de Roer ritst een familie zwanen het wateroppervlak open.

Bingo! Drie haremdames hebben me geld gestuurd. 60 Euro bedraagt de buit. Het is kwart voor één, zie ik op mijn telefoontje, want een horloge draag ik al sinds mensenheugenis niet meer. Er is nog net tijd om naar het gemeentehuis te snellen om er een ID-bewijs aan te vragen. Alles sal reg kom.
Nee, dus. Wanneer ik na een minuut of twintig wachten eindelijk aan de beurt ben, krijg ik te horen dat ik niet meer ingeschreven sta als ingezetene van de gemeente Roermond. Waarschijnlijk ben ik weer eens vergeten een formuliertje ingevuld te retourneren. Logisch, als je geen adreswijzigingen stuurt. Ik kan me wel voor mijn kop slaan. Me opnieuw inschrijven gaat alleen als ik met een ondertekend huurcontract over de brug kom. Dat heb ik, maar het ligt thuis en voor ik heen en weer ben, gaat het gemeentehuis dicht. Ik heb zin om naar Timboektoe te liften.

Klik je rijk

Virtueel ben ik al 1 dollar 49 rijker geworden dankzij deze blog. Officieel mag ik het daarover niet eens hebben, geloof ik. Zelfs heb ik een verklaring moeten ondertekenen, voorzover dat gaat op Internet, waarin ik plechtig beloof dat ik niemand zal vragen om op de advertenties op deze site te klikken, met name die helemaal links onderaan. Ik zou niet durven. Toch moet het in theorie mogelijk zijn om via deze weblog in mijn levensonderhoud te voorzien, denk ik zo. Bedrijven kunnen immers een interessante doelgroep aanboren. Mensen die van lezen houden, zijn doorgaans hoog opgeleid, lusten graag een toastje met Boursin en hebben kinderen op paardrijles en zo. Waarom heeft bijvoorbeeld de VPRO zich nog niet bij me gemeld? Dit lijkt me nou de aangewezen plek om (tientjes)leden te werven. Tussendoortjes, luxe pennen, golfbenodigdheden, kruidenthee, noedelsoep, condooms, malt whisky, je kunt het zo gek niet bedenken of je kunt het via mijn site slijten.
Intussen moet ik het dus met die 1 dollar 49 doen en ik denk niet dat mijn huisbaas, die ik sinds onze laatste rampzalige ontmoeting nog steeds heb weten te ontlopen, daarvan onder de indruk zal zijn. Datzelfde geldt voor mijn inspanningen op het gebied van affiliate marketing. Spam is verboden, maar je kunt je bij bepaalde sites inschrijven om tegen betaling post van adverteerders te ontvangen. Al wat je moet doen, is de mail bevestigen en hup, daar is je beloning al bijgeschreven. Sommige sites bieden ook de mogelijkheid om op betaalde banners te klikken. Toen het fenomeen op Internet om zich heen begon te grijpen, zette ik me over mijn weerzin tegen de taalfouten in de uitnodigingen heen en schreef me bij een twintigtal van die affiliate clubs in. Gek werd ik van de mailtjes. Soms, als ik even boodschappen was wezen doen, had ik bij terugkomst wel 17 mailtjes die ik dan alle moest bevestigen. En een virtuele harem onderhouden én me de hele dag een ongeluk klikken was teveel. Ik sloeg eens aan het rekenen. Bij sommige sites zou ik in het tempo waarmee de mailtjes kwamen tegen het jaar 2012 in aanmerking komen voor uitbetaling, want die kon pas worden aangevraagd bij 12 Euro 50. Met inflatie werd geen rekening gehouden. Bovendien ontdekte ik dat ik de zaken helemaal verkeerd aanpakte. Je moest referrals zien te werven, mensen die al dat klikwerk voor jou deden. Ik had tot voor kort alleen geen idee hoe. Inmiddels dus wel. Rechts onder de links vindt u een drietal advertenties voor affiliate sites, waar u, als u een beetje doorklikt, binnen een paar maanden aan de uitbetalingsbonus komt. Maar bovenal maakt u, als u zich er inschrijft, mij slapend rijk. Gek, ik zie ineens een fabriekshal voor me, met duizenden zwetende arbeiders aan de lopende band. En ik laat de zweep knallen, met een dikke bolknak tussen en een vette grijns op mijn lippen.
O ja, voor ik het vergeet: Fred is tot leven gekomen. Ik kreeg onder PSV-Galatasaray een mailtje vol typefouten van hem, want hij wordt dyslectischer naarmate hij geëmotioneerder raakt. Hoe ik het in mijn hoofd haalde om uitgerekend hem om geld te vragen! Ik wist toch dat hij ook haast niets had? Ik kon het dan ook wel vergeten dat ik Novembernovelle nog terug kreeg. Mij ontgaat de logica, maar ik maak me geen echte zorgen over mijn laatste exemplaar van mijn debuut. Fred heeft het ook zwaar, hij draait wel weer bij.

dinsdag, oktober 31, 2006

Verzopen kat

Goed en slecht nieuws. Mijn virtuele vriendinnen hebben het laten afweten. Geen geld bij de post. Dat betekent dat ik op filterkoffie moet overgaan en, erger nog, veroordeeld ben tot het roken van kruimelshag, uit de lege builen die ik met vooruitziende blik heb bewaard. De Mascotte-vloeitjes zijn trouwens ook op, zodat ik weer met rijstpapier zit te hannesen. Wel hebben vier van de vijf wethouders op mijn noodkreet gereageerd, allen even bezorgd en hulpvaardig. Bij de Sociale Dienst kan ik wat formulieren afhalen. Als ik die dan ingevuld retourneer, valt er iets te regelen qua geld voor een ID-bewijs. Ik hol meteen naar de Looskade en ben zo dom om mijn paraplu te vergeten. Als ik bij de Roer aankom, barst er een regenbui los, zodat ik me als een verzopen kat bij de balie meld. Ik had beter ook een steekkarretje mee kunnen nemen, want ik ontvang een pakket paperassen, waarmee je de grondwet van een willekeurig ontwikkelingsland zou kunnen samenstellen. Het invullen gaat me uren kosten, temeer omdat mijn administratie zich ongeordend en deels nog in ongeopende enveloppen in een aantal kartonnen dozen bevindt, die ergens in mijn berging staan. Weet je wat? Ik maak van de gelegenheid gebruik om meteen belastingaangifte te doen over de afgelopen jaren. Dat kan digitaal. Misschien krijg ik zelfs geld terug. Yes! Het is hoe dan ook tijd om de puinhoop die ik ervan heb gemaakt, te lijf te gaan. Dus als u me even wilt excuseren?

1-op-1

In het holst van de nacht ging de telefoon. Ik zat net middenin een erotische droom en aangezien ik het daarmee moet doen vandaag de dag, was ik weer eens niet blij om in de werkelijkheid te belanden. Natasja aan de lijn, helemaal over de rooie. Haar ouders, die mijn blog ook volgen, gaan ervan uit dat dochterlief tegenwoordig avond aan avond braaf op de bank zit. En dat was niet het enige wat haar dwars zat.
‘Je zet me als een slet neer!’ verweet ze me.
‘Nee,’ antwoordde ik, ‘niet als een slet, maar als een vlinder, een hele mooie, broze vlinder. Bovendien heb ik je niet voor niets een andere naam gegeven. Alleen een klein groepje intimi weet dat het om jou gaat. Je hebt toch niets te verbergen?’
Dat hielp niet echt. Pas na een half uur lukte het me om Natasja enigszins te kalmeren en kon ik ophangen. Naderhand kon ik de erotische dromen natuurlijk wel schudden en lag ik eindeloos te malen. Tezeer had de geschiedenis zich herhaald.
Tijdens de laatste vakantie met mijn gezin had ik ‘A Heartbreaking Work of Staggering Genius’ van Dave Eggers gelezen. Het bijzondere aan dit boek is dat het geen fictie is, maar een keiharde, 1-op-1 weergave van Eggers geschiedenis, vanaf het moment dat zijn ouders kort na elkaar overlijden en hij met de zorg voor zijn achtjarige broer zit opgescheept. Niets is mooier gemaakt dan het was. Zelfs de namen van de ‘personages’ bleven intact.
Dat ging ik ook doen, besloot ik, maar dan over het reilen en zeilen in de spirituele leefgemeenschap ’t Plaatsje, Bladibla's speeltuin, waar ik sinds een tweetal jaren met mijn gezin vertoefde. Na terugkomst uit Frankrijk vertelde ik mijn medebewoners enthousiast over het plan en schreef en verspreidde meteen drie hoofdstukken. Dat heb ik geweten. Van het ene moment op het andere begonnen sommige mensen zich te gedragen als Indianen in het wilde westen, die bang zijn dat de fotograaf hun ziel steelt. Op de avond dat mijn ex haar 38-ste verjaardag vierde, barstte de bom. De hele groep viel over me heen. Het was een soort steniging en, naar achteraf bleek, de opmaat voor mijn scheiding en mijn vertrek uit ’t Plaatsje.
Nu zit ik dus opnieuw met de gebakken peren. Wat moet ik doen, Natasja als een echte soapster uit het verhaal schrijven?

maandag, oktober 30, 2006

Lost in translation

Ik wil niet opscheppen, maar ik heb het eten van noedelsoep aangeleerd in Tokio, toen ik freelance journalist was. Op kosten van de zaak vloog ik er first class naar toe. Het was echter wel de bedoeling dat ik de verblijfskosten zelf voor mijn rekening nam. Alleen de hotelkamer kwam al op ruim 200 Euro per nacht. Bovendien was ik het snel beu om te eten in restaurants, waar ik toch niets van de menukaart begreep en, belangrijker nog, het personeel geen woord van mijn Engels. Dat geldt trouwens voor vrijwel alle Japanners. Op een ochtend zat ik aan het ontbijt toen een vader zich onverhoeds naar me omdraaide.
‘Vot’s your eezj?’ vroeg hij.
‘Eh, 32,’ antwoordde ik.
Waarop de man zich tot mijn stomme verbazing weer aan zijn gezin wijdde.
‘Sayonara succer,’ mompelde ik.
Later zou een Nederlandse expat me uitleggen dat het bewuste zinnetje het eerste is in ieder Japans lesboek Engels. De meesten blijven er steken. Vandaar dat ik nog eens een kommetje leeggedronken heb, in de vaste overtuiging dat het thee was. Een haastig toesnellende ober legde me met een soort pantomime-act uit dat ik mijn vingers in het groene goedje had moeten dopen. Lost in translation avant la lettre, zeg maar.
De sushi’s kwamen me na een week ook de neus uit en de lokale MacDonald’s hield ik na één keer voor gezien, want een cheeseburger smaakt overal hetzelfde. Toen ontdekte ik dus dat je zowat op iedere straathoek van Tokio voor een schijntje een bekertje noedelsoep kon tanken. Gewoon uit de muur. De laatste twee weken van mijn verblijf in Japan at ik vrijwel niets anders meer.
Diezelfde tactiek pas ik nu toe om te overleven. Bij de Jumbo kost een pakje noedelsoep 33 cent. Er is altijd nog wel een ovenbroodje in huis dat ik erin kan soppen. Weken kan ik het desnoods op dat dieet volhouden. Klagen hoor je me intussen niet. Ik stap gewoon mijn schrijfcocon binnen, waar ik soms zelfs vergeet dat ik naar de wc moet. Bovendien daalt er een merkwaardig soort berusting over me neer als het eenmaal zover is. Het is best Zen, vind ik, om het geld eventjes niet te laten rollen.

Alles nu

Mijn beste boek is Alles nu. Het is een novelle over een beroemde schrijver die in New York kennismaakt met spiritualiteit. Tegelijk is het een schelmenroman. Tijdens het schrijven fietste er namelijk een soort Griekse rei in het verhaal, alleen dan in de vorm van een zwerver. Hij voorziet het geheel van cynisch commentaar en geeft de lezer raadseltjes op. Het werkje is alleen nog niet uitgegeven. Geen idee waarom. Bestookt u mijn uitgever met emailtjes, zou ik zo zeggen en vraagt u meteen of er een fors voorschot naar me kan worden overgemaakt. De link vindt u hiernaast.
Maar daar gaat het me nu helemaal niet om. Die zwerver is het punt. Heb ik in Alles nu soms onbewust mijn voorland verkend, is het soms mijn lot om in de goot te eindigen? Neemt u het me niet kwalijk, maar ik zie juist een heel andere toekomst voor me: ik zit in mijn werkkamer te schrijven aan mijn tiende roman, terwijl ik hoor hoe een aak stroomafwaarts voorbij tjoek, tjoek, tjoekt. Ik hoef maar op te staan en naar het raam te lopen om te zien hoe mijn bloedmooie, jonge vrouw met mijn zoons en de honden in de boomgaard speelt. Het mag trouwens ook op een Vinex-lokatie met het geluid van de A-4 op de achtergrond, zonder honden en een iets minder jonge en mooie dame. Het voornaamste is dat ik Sietse en Bart een thuis kan bieden. Ik wil meer zijn dan hun weekendpapa en ik wil niet dat ze devotees van Bladibla worden.
Dat kan ik dus wel willen, maar in de praktijk ben ik inmiddels zo diep gezonken dat ik zo meteen aan de noedelsoep zit en bij virtuele vriendinnen om geld voor een ID-bewijs moet bedelen, want dat heb ik zojuist gedaan. Met een beetje mazzel strijken er meer dan één met de hand over het hart en kan ik morgen niet alleen Drum kopen, maar ook Lavazza en Friese Vlag Goudband. Het leven is zo slecht nog niet.

Verliespost

Zucht. Sta ik me daar om acht uur op, zodat ik de hele dag kan besteden aan het vinden van een baan. Loopt mijn missie al meteen bij het eerste uitzendbureau spaak. Mijn paspoort blijkt namelijk verlopen. Werkgevers die mij zonder geldig ID-bewijs te werk stellen, riskeren een boete van 20.000 Euro. Ik meteen naar de Sociale Dienst, waar ik met knorrende maag net zo lang met mijn vuist op de balie blijf slaan tot iemand me te woord wil staan, een mollige juf van een jaar of 23 met akelig lange nagels, die het presteert om me niet één keer aan te kijken.
‘Nee meneer,’ zegt ze, ‘het hebben van een geldig identiteitsbewijs behoort tot de eigen verantwoordelijkheden. U kunt alleen bijzondere bijstand krijgen als uw gebit gesaneerd moet worden of als uw wasmachine kapot is.’
‘Ja maar, wat moet ik dan? Zonder geldig ID-bewijs kan ik niet werken en kan ik ook geen uitkering aanvragen. Hoe kom ik dan ooit aan het geld om er één aan te schaffen?’
Het spijt de juf, maar ze kan me ook niet helpen.
Tijd voor drastische maatregelen. Weer op mijn zolder stuur ik mijn vader een mailtje. Hij reageert even snel als bars. A heeft hij geen geld (zou het dan toch erfelijk zijn?) en B kan hij er niet op vertrouwen dat ik de 35 Euro waarom ik hem gevraagd heb, ook daadwerkelijk aan een ID-bewijs besteed. Eventueel is hij bereid om naar Roermond te komen om dan gezamenlijk naar het gemeentehuis te gaan.
Ik schrijf terug dat het al ruim een jaar geleden is dat ik een coffee shop van binnen heb gezien, dat ik dus geen chaperonne nodig heb en dat ik wel iets anders zal verzinnen. Ik googel wat en stuur alle wethouders van de gemeente Roermond een SOS. Ook vraag ik mijn uitgeverij om een voorschot voor de literaire wielerthriller die ik na afloop van de laatste Tour de France in precies drie weken geschreven heb, hoewel ik het antwoord al bijna kan raden: eerst moeten de voorschotten die me al verstrekt zijn maar eens terugverdiend worden. Wat nog een hele kluif zal zijn, want ooit werd ik als de Nederlandse John Irving door Prometheus binnengehaald. Voor Geluk voor gevorderden kreeg ik 7.500 gulden en voor De regels 5.000 Euro. Er zullen nog duizenden van mijn boeken over de toonbank moeten gaan, wil de uitgeverij winst aan me gaan maken. Pff. Ik ga maar wat surfen. Op nu.nl lees ik dat de wereld ‘jammerlijk’ faalt bij de bestrijding van de honger. Vertel mij wat.