Twitter

Follow Ep_Meijer on Twitter

vrijdag, november 10, 2006

Stem-wijzer

Misschien is het u ontgaan, maar er zijn verkiezingen op komst. Dus is het weer tijd geworden voor de traditionele Groeten uit de goot-stemwijzer.
Ten eerste dient u zichzelf af te vragen waarom u überhaupt stemt. Doet u dat met het algemeen welzijn van de Nederlandse bevolking in het achterhoofd of heeft u louter het eigenbelang voor ogen?
Het is belangrijk om goed over deze vraag na te denken. Immers, je kunt op papier wel voor integratie zijn en zo, maar wat nou als er een Turkse familie bij u in de straat komt wonen? Daar gaat mogelijk uw overwaarde, terwijl u verdorie net een serre aan het huis wilde bouwen! Wat voelt u echt als men aan de hypotheekrenteaftrek tornt? Kortom, wat kiest u als puntje bij paaltje komt?
Voor mensen die zo eerlijk zijn om op dit moment toe te geven dat ze uit eigenbelang stemmen: hen verwijzen we door naar de VVD, de partij bij uitstek voor egoïsten. Rutte laat zijn ballen weliswaar niet genoeg zien, maar u kunt ervan verzekerd zijn dat hij dollartekens in zijn ogen heeft en dat diens partij ferm aan de kant van de bovenmodale inkomens staat, wat er tijdens en na de formatie ook gebeurt.
Tweede vraag: gelooft u dat de Bijbel, op zich een boek, een gewoon boek dat tweeduizend jaar geleden geschreven is, vandaag de dag nog gebruikt kan worden om over belangrijke zaken te beslissen?
Zo ja, vervoegt u zich bij de kleine Christelijke partijen. Er zijn er nog twee, geloof ik. Geen idee waar het verschil in zit, hoe mediageniek die Rouvoet zich ook gedraagt. Trek als vrouw voor de zekerheid geen lange broek aan en zet de tv op zolder, voor het geval dat de ouderlingen binnen komen vallen. Dan zit je er snor tot de ultieme verkiezing: het Laatste Oordeel.
Stelling drie: u vindt Nederland te vol en het ligt aan de buitenlanders, want die verdommen het om zich aan te passen.
Bent u het hiermee eens, stemt u dan op Geert Wilders, ’s werelds eerste kaketoe die zich succesvol als een mens wist te vermommen, of kiest u zo’n andere engerd die populisme met politiek verwart.
Wie hebben we nu nog over? De idealisten en de pragmatici.
Aan hen de vraag: houdt u van puzzelen? Een stem op Bos kan zo maar een stem betekenen op een coalitie tussen de PvdA en het CDA. Valt uw keuze daarentegen op Groen Links of de SP, kan er een impasse ontstaan en groeien de kansen op een rechts (minderheids)kabinet.
Je zou bijna zeggen dat er maar twee opties overblijven: D'66 en de Partij voor de Dieren. Dat hoort u mij echter niet beweren. Ik zou zeggen: laat uw hart spreken op 22 november.

donderdag, november 09, 2006

Martelgang

De arena van wolken op de horizon slinkt zienderogen, terwijl de laagstaande zon de auto’s blingt die in de verte op de A-2 in de file staan. Er lijkt een laagje zilverpapier te liggen op de sloten die de trein iedere honderd meter passeert. Ertussen nog verrassend groene weilanden met toefjes bruin van grazende paarden. In geen velden of wegen koeien te zien, die het beeld compleet hadden kunnen maken met hun bonte verschijning. Staan die beesten al op stal? Niet dat ik me echt over hun lot druk maak. Ik ben namelijk niet meer in staat om me over iets druk te maken. In de afgelopen uren ben ik gebombardeerd met informatie. Nu kan er niets meer bij en staar ik maar wat uit het raam.
Het is een feit: ik heb mijn rentree gemaakt in de wereld van de pakmannen, de wereld van de snelle consultants, waar je in een uur twee keer zoveel kunt verdienen als een poetsvrouw in een hele dag. Onwillekeurig dwalen mijn gedachten af naar één van de laatste keren dat ik in de trein zat. Het was de tweede tropische dag van de zomer. Ik was, in pak en met mijn molières aan, expres vroeg uit Roermond vertrokken, zodat ik in Eindhoven ruim een uur zou hebben om naar het call center te lopen, waar me een sollicitatiegesprek wachtte. Zo zou ik mooi wat strippen sparen en kon ik me tijdens de wandeling in alle rust voorbereiden. Normaal is mijn richtinggevoel feilloos. Na een korte blik op de stadskaart koos ik een winkelstraat richting het zuiden. Ik moest op de ringweg zien te komen. Dan nog een stukje naar rechts en ik was er.
Wat ik dacht? Niet zoveel. Ja, dat 7 Euro 85 bruto per uur een wel heel schamele beloning was voor zo’n hondenbaan. Dat ik er geen zin in had, maar dat er geen andere keuze bestond. Ik moest gewoon inkomen hebben, anders ging het mis. Daarom ook deed ik de gekste dingen. Zo had ik vier dagen voordien werkschoenen aangeschaft à raison van 25 Euro, want ik moest een ochtend proefdraaien in een fabriek, waar ik dankzij de ploegentoeslag maar liefst 9 Euro 46 bruto per uur kon gaan verdienen. Schoenen met stalen punten waren er verplicht. Helaas viel de keuze op een jongen van in de twintig en werd er uiteindelijk welgeteld 8 Euro 57 op mijn rekening bijgeschreven.
Na een half uur in het Eindhovense begon ik me lichtelijk zorgen te maken. Waar bleef de ringweg? Bij een pompstation keek ik opnieuw op de kaart. Kilometers was ik uit koers. Met een beetje pech ging ik nog te laat komen, het ergste wat je fout kunt doen in een call center. Melden dat ik verlaat was ging niet, want ik had natuurlijk weer eens geen beltegoed. Ik zette er de sokken in en al gauw kleurde het lichtgrijze T-shirt dat ik aan had hier en daar donker. Het was een martelgang. Zwetend als een otter en zoals later bleek met blaren op bijna al mijn tenen, meldde ik me 12 minuten en 42 seconden te laat aan de balie. Lang verhaal kort, dat werd dus niets. Op de terugweg heb ik nog tien minuten bij een bushalte staan wachten voor ik ontdekte dat die buiten gebruik was. Zo schoot het niet op. Toen en daar besloot ik dat ik het toch echt van mijn pen moest hebben.

woensdag, november 08, 2006

Witte wieven

Als je een kind vraagt wat het wil worden, komen er beroepen zoals piloot, brandweerman, filmster en verpleegster langs. In uitzonderlijke gevallen wil er nog wel eens eentje ‘schrijver’ of ‘clown’ zeggen, maar ik denk niet dat er jongetjes en meisjes zijn die later als zij groot zijn een carrière als deurwaarder overwegen. Sterker nog, het lijkt me stug dat kinderen überhaupt weten wat een deurwaarder voorstelt, laat staan dat ze een flauw benul hebben waar zo iemand voor nodig is.
Waar is een deurwaarder eigenlijk voor nodig? Welnu, jongens en meisjes, een deurwaarder is zo ongeveer wat de witte wieven in Drenthe waren. Ziet u, primitieve gemeenschappen kunnen alleen overleven als iedereen zich ervoor inzet. Dus was het zaak om iedereen bij de les te houden. Buiten, werd daarom verteld, loerde het gevaar. Je werd er meegelokt door de witte wieven en dan verdronk je in het veen. Het waren natuurlijk gewoon mistflarden, maar de dorpelingen kozen eieren voor hun geld en stroopten de mouwen op. Alles liever dan eruit gekukeld worden en ten prooi vallen aan de witte wieven.
De hedendaagse variant waart juist in een donker pak rond. Weliswaar reikt hij je de hand, maar die draait hij om zodra je hem dreigt te pakken. Hij wil namelijk geld zien. Krijgt hij dat niet, dan pakt hij dingen van je af en verkoopt die in het openbaar, zodat je er haast geen cent voor krijgt en helemaal in de sores zit. Niet alleen zijn je spullen weg, ook is de rekening alleen maar opgelopen, want elke scheet die de deurwaarder laat, kost nog eens extra. Wil je terug de maatschappij in, dan moet je vaak het twintigvoudige betalen van de oorspronkelijke nota.
Nu ben ik de laatste om mensen over één kam te scheren. Net, toen ik Sietse, die de middag bij mij heeft doorgebracht, weer met zijn moeder meegaf, zag een man in een invalidenwagentje me voor iemand anders aan.
‘Godverdomde Marokkanen,’ mompelde hij, ‘ze zouden er een atoombom op moeten gooien!’
Zo zit ik dus niet in elkaar. Alsof Nederlanders trouwens allemaal van die lieverdjes zijn. Maar wie wil er nou in vredesnaam deurwaarder worden, welke vileine karaktereigenschappen zijn daarvoor nodig?
‘Hoe was het op je werk, schat?’
‘O, goed hoor. Ik heb vandaag weer twee inboedels in beslag genomen.’
Het spijt me zeer, maar je kunt nog beter belastinginspecteur zijn dan deurwaarder.

dinsdag, november 07, 2006

Waterschade

Piramidespellen zijn bij wet verboden. Vreemd, want het kapitalisme werkt eigenlijk net zo. Precies als bij een piramidespel is het geheel op verwachtingen gebaseerd. Met andere woorden, je stopt er geld in en je hoopt op meer. Waarom anders zou je aandelen kopen? Het zijn echter juist die aandelen die de kurk vormen waarop het systeem drijft. Je zou het kapitalisme als een wolkenkrabber kunnen zien, die er steeds verdiepingen bij moet krijgen, wil het gebouw overeind blijven. Intussen vergeten de deelnemers gemakshalve dat de fundamenten uit (gebakken) lucht bestaan. Piramidespellen mogen niet, omdat de ervaring leert dat sommige deelnemers op een gegeven moment hun geduld verliezen. Ze gaan hun inzet cashen. Als er één schaap over de dam is, volgen er meer. Dus zakt de piramide als een plumpudding in elkaar en zijn de mensen aan de basis hun zuurverdiende centjes kwijt. In oktober 1929 gebeurde dat het kapitalisme. In een week tijd kelderden de aandelenkoersen. Even kletterde het beleggers op de straten van Manhattan en de wereldwijde economische crisis die volgde leidde indirect tot de opkomst van illustere heerschappen als Adolf Hitler en Benito Mussolini.
Is de wereld vandaag de dag beter af? Vergeet het maar. Als het regent op Wall Street, lijdt het Damrak waterschade. Er hoeft maar iets te gebeuren en het kapitalisme wordt opnieuw ontmaskerd als de zeepbel die het eigenlijk is. Dag in, dag uit hangt onze toekomst aan een zijden draadje. Maar dat wordt er uiteraard niet bij verteld als men u een hypotheek in de maag probeert te splitsen. Welnee. Het is juist de bedoeling dat ook u uw bijdrage levert aan de collectieve gekte. U wordt geacht de benen uit het lijf te hollen, van negen tot vijf, tot aan uw pensioen. Met een beetje mazzel mag u nog even van het leven genieten. Daarna wordt er zelfs onroerend goedbelasting en BTW berekend over uw graf, want hé, voor niets gaat de zon op. Intussen sterven in de Derde Wereld nog dagelijks vele duizenden medemensen van de honger. Tja, je hoeft geen rekenwonder te zijn om te beseffen dat de rijkdom van de één natuurlijk wel ten koste van een ander moet gaan.
De meneer van de ABN/AMRO die me vanavond belde, had aan dat alles geen boodschap. Ik heb al te lang rood gestaan en krijg een incassobureau op mijn dak. Uiteraard komen de extra kosten voor mijn rekening, want bij de deurwaarder thuis moet de schoorsteen ook blijven roken. Gelukkig heb ik nog een tegeltekst paraat: van een kale kip plukt men geen veren.

Vrije val

Shit happens. Ik ben vergeten mijn opladertje mee te nemen, zodat ik niet meer gebeld kan worden. Dat maakt de stilte van Samploy nog verpletterender. Het is al een hele gebeurtenis wanneer er een auto voorbij komt rijden. Maar dan hoor ik er één stoppen, terwijl ik juist bezig ben om de sigarettenpeuken van de afgelopen dagen, die ik met vooruitziende blik heb bewaard, te recyclen. De bel gaat en de honden slaan aan. Met zwarte vingers doe ik open. Natasja en een man die zich voorstelt als Jim staan voor de deur. Ze hadden toch een eerdere vlucht kunnen nemen. Er hangt een onzichtbaar scherm tussen de twee, merk ik meteen. Ze vermijden elkaars ogen en vooral Natasja houdt ijzig afstand. Ik bied aan koffie voor ze te zetten, maar dat is aan dovemansoren gericht.
‘Hij wilde verdomme alleen maar met me naar bed,’ vloekt Natasja, als Jim even naar de wc is. ‘Hij heeft helemaal geen werk voor me. Kutzooi!’
Terug van het toilet wil Jim, net als ik een kop kleiner dan Natasja, maar dan nog kalend ook, me wel naar huis brengen. Ik kijk een laatste keer naar de nog steeds volle vrieskist, durf niet te vragen of ik er iets uit mee mag nemen en pak mijn spullen.

Onderweg vis ik naar Jims versie van het verhaal.
‘Tja,’ legt hij uit, ‘ik heb ook tegen Natasja gezegd dat ik haar niet echt iets te bieden heb. Op termijn misschien, ja. Dit weekend was alleen maar een opwarmertje. Echt stom dat ze haar baan bij UPC heeft opgezegd.’
‘Wat?!’ vraag ik.
‘Ze kon niet vrij krijgen of zoiets,’ antwoordt Jim, ‘dus heeft ze gewoon ontslag genomen. En nu krijg ik de schuld.’
Ik schud het hoofd. Nog zo één die zonder parachute springt, denk ik, misschien is het besmettelijk.

Pff. Nu zit ik dus weer op mijn slagzij makende zolderetage, waar de ademhaling van de stad als een permanent soort ruis hoorbaar is en waar de koelkast me, op een aangebroken pak keiharde ovenbroodjes na, leeg aangaapt. Waarom brandt het lampje eigenlijk nog? Het voelt alsof ik een reis door de tijd heb gemaakt. De Brandende Pen is ook al aan mijn neus voorbij gegaan, ontdek ik op Internet. Ene Martin Pietersen, een publicist uit Arnhem, is de gelukkige. Van harte, Martin. Nu is mijn hoop gevestigd op de verhalenwedstrijd van de Brakke Hond, waaraan ik al jaren vergeefs meedoe, want er wint altijd een Vlaming. Maar ja, die 1250 Euro die op het spel staan, hè?

Hole in thirteen

De bal ligt in het midden van de fairway. Naar de green is het zo’n 260 meter. Probleem: er ligt een waterpartij tussen. Bovendien loopt de green af. Als de bal te kort is, rolt hij zo terug de vijver in. Kassa, één strafslag. Wat doe je dus, als je gedeeld eerste ligt op de laatste hole van het open Amerikaanse Golfkampioenschap, één van de vier belangrijkste toernooien ter wereld? Juist, je legt de bal, zoals dat heet, op. Je pakt een wedge en plaatst de bal pal voor het water, zodat je na de volgende slag misschien nog voor een birdie kunt gaan.
Zo niet de verlopen golfleraar met de bijnaam Tin Cup uit de gelijknamige film. Net als de voorgaande drie dagen pakt hij een houten club en gaat hij rechtstreeks voor de green. Als het hem lukt, zal hij geschiedenis schrijven en de eerste amateur zijn die een Grand Slam-toernooi wint. In één klap zal hij de misère van de afgelopen jaren achter zich kunnen laten. Het publiek houdt de adem in en ook de tv-commentatoren zwijgen als het balletje aan zijn klim begint. Pas boven de green zet het de daling in en landt op een halve meter van de vlag. Even blijft het liggen. Er gaan al wat juichkreten op. Dan rolt de bal treiterend langzaam de vijver in, terwijl de toeschouwers alleen nog maar tot het uitstoten van klinkers in staat zijn.
Tin Cup kan nu nog steeds een par halen. Hij moet gewoon opleggen, klaar. Maar nee. Met dezelfde houten club slaat hij de bal nu in één keer het water in. Tot verbijstering van alles en iedereen vergooit hij zijn kansen op een topklassering volledig en gaat hij net zolang door tot het hem wel lukt de bal in één keer op de green te krijgen. Alleen zijn vriendinnetje ziet er de humor van in. Ik ook. Ik ben namelijk al zeven jaar met precies hetzelfde bezig. Het maakt me niet uit dat ik mijn status als communicatie-adviseur ben kwijtgeraakt, het zal me worst zijn dat ik geen yuppenhut meer bezit, anderen mogen me een loser vinden of een schooier, jammer dan dat het op bamisoep en buktabak moet. Maar die bal zal in één keer op de green.
Dat is waar ik aan moet denken als de fotograaf van de Telegraaf in een winderig steegje plaatjes van me schiet. Of liever, ik moet denken aan wat Tin Cup prevelt als hij zijn swing oefent: ‘dollar bills’. Iedere keer als ik het zie flitsen, denk ik dat. Want het interview is boven verwachting gegaan en het wordt een verhaal van minstens 1200 woorden, is me verteld.
Juist als de fotograaf languit op de grond ligt en mij ten voeten uit portretteert, passeert er een kale, bebrilde man voorovergebogen de steeg. Hij bedenkt zich en keert terug om te kijken, maar als hij me niet herkent, draait hij zich schouderophalend weer om.
Dollar bills,’ mompel ik grijnzend.
‘Klik’, zegt het fototoestel.

maandag, november 06, 2006

Rat race

Voor mijn doen ben ik vroeg uit de veren vandaag. Ik wil de honden namelijk urenlang uitlaten eer ik naar Roermond afreis voor het interview met de Telegraaf. Het gaat me niet alleen om het welzijn van Boris en Cindy. Ook wil ik mijn gedachten op een rij zien te krijgen. Wat ga ik zo meteen zeggen en vooral, hoe? Journalisten hebben uit de aard der zaak de neiging om op zoek te gaan naar het pissenbed onder de steen, omdat die pissenbed nu eenmaal interessant is en de rest loze ruimte. Ik kan het weten, want ik ben zelf journalist geweest. Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Niet nog eens wil ik, zoals in HP/De Tijd gebeurde, als een zielepiet afgeschilderd worden, die tegen beter weten in op een doorbraak als schrijver blijft hopen en als een kras in een plaat blijft hangen in de slachtofferrol. Het gaat er juist om de zaken om te draaien, duidelijk te maken dat ik de regisseur ben van mijn eigen film.
De lucht is van lood en nergens is er bescherming tegen de wind. Ik ben blij dat ik een das om heb gedaan. De honden deert de kou niet. Boris legt de stok die ik voor hem heb weggegooid telkens weer netjes voor mijn voeten neer en Cindy huppelt onverstoord door de lege regels van gerooide aardappelvelden.
Oké, laat ons een tactiek uitstippelen. Ik mag dan een arme sloeber zijn, maar dat is altijd nog beter dan iedere dag met mijn dure leasebak in de file te moeten staan, omgeven door lotgenoten met chagrijnige smoelen. Zeven jaar geleden heb ik een keuze gemaakt en daar sta ik nog steeds achter. Als die rat race trouwens zo leuk zou zijn, waarom doen dan zoveel mensen aan loterijen mee, waarom zijn dan zoveel mensen bereid om zichzelf voor schut te zetten bij programma’s als de X-factor? Waarom zetten stelletjes hun relatie op het spel in Undercover Lover, waarom laten mensen zich vrijwillig opsluiten in een Gouden Kooi? Toch niet omdat ze zo tevreden zijn met hun huidige bestaan. Ik heb slechts gedaan waarvan een heleboel mensen stiekem dromen. Dat ik zonder vangnet in het diepe ben gesprongen, kun je dom noemen, maar ik ben er trots op. Zo ongeveer moet het gebracht worden, denk ik, want zo voelt het. Verder moet ik het zien te vermijden om modder te gooien naar Bladibla en zijn volgelingen. Ze doen immers geen vlieg kwaad, zoeken net als zovelen naar de zin van het bestaan. De kapstok waaraan ze hun identiteit hangen, is de mijne niet. Dat is alles.
Na een uur of twee is mijn verhaal rond en heeft de wandeling me weer bij de uitlopers van Samploy gebracht. Ik roep de honden en lijn ze aan. Met een diepe zucht verdwijnen de laatste vlinders uit mijn luchtpijp. Ik ben er klaar voor.